Skallander :: Skallander

Het Nieuw-Zeelandse duo Skallander heeft alles in huis om ons te kunnen bekoren: een akoestische gitaar, fluisterende zang en een herfstige sfeer. Toch weet het met zijn titelloze derde slechts sporadisch te bekoren. Hoe dat komt? Tussen het oeverloos langdradig gitaargepingel valt slechts hier en daar een compacte song te ontwaren.

Skallander is de stem van ene Bevan Smith, aangevuld met een fingerpickende Matthew Mitchell. Beide heren maken samen al muziek sinds hun prille jeugd en schijnen daarmee intussen naam en faam verworven te hebben in het land van de kiwi’s. Dat men het in die contreien vaak iets meer relaxed neemt dan dat hier het geval is, moet wel spreken uit dat succes van Skallander. De tien liedjes op deze plaat eisen een hoop geduld van de luisteraar en hijsen zich zelden tot op een boeiend niveau.

Veel Nick Drake, maar vooral veel gekabbel op deze plaat. Drake wist te beklijven in zijn songs, vertolkte een bestaande stem en raakte je met zijn teksten. Op Skallander klinkt de stem van de overleden folkprins overduidelijk door, maar de magie ontbreekt zowat permanent. “Forgiven” heeft een mooie intro en dito melodie, maar verzandt in nonchalant gedagdroom. De urgentie is er niet, de depressie ontbreekt al helemaal.

De herfstbladeren op de hoes zijn symbolisch: het zijn geen échte herfstbladeren. Skallander hangt graag zijn karretje aan bij zijn voorbeelden (noteer ook Simon & Garfunkel), maar blijft hangen in copycat-gedrag. Technisch zit het allemaal goed, zowel stem als gitaar zijn wel degelijk móói, en als er in “Future Life” ook nog eens een mondharmonicaatje wordt binnengesmokkeld, kunnen we het enkel maar jammer vinden dat ook deze song, ondanks zijn kwaliteiten, weer sterk naar iets anders en beters ruikt.

Het beste nummer op deze plaat heet “Misery”. Smith en Mitchell komen meteen to the point en schenken ons een lekker droef refrein. Hier is de tristesse goed gedoseerd en haalt de zweverige outro het nummer niet onderuit. “Surviving In 45 Below” is dan weer veel te tam en te weinig spannend om vier minuten lang te boeien. Geen drums die daar voor de gelegenheid verandering in kunnen brengen.

Skallander drukt zijn wens uit de fans van Sufjan Stevens te bekoren, maar benadert enkel in het poppy “Time Is A Revolution” de levendigheid van de Amerikaan met de Arabische naam. Met Seven Swans maakte Stevens weliswaar ook een zeer intimistische plaat, maar daarmee bleef wel de energie uit zijn andere werk intact. Skallander weet ons en zichzelf met moeite wakker te houden. Het veel te lange “Flesh Born Constellation” voelt met zijn acht minuten en ijle getokkel perfect waar het schoentje knelt.

Geen hoogvlieger dus, deze eerste internationale release van dit Nieuw-Zeelandse tweetal. Schrijven is schrappen, en als zij het niet doen dan wij wel. Moge de heren het zich niet al te zeer aan hun hart laten komen, zouden we besluiten, maar misschien is het net een beetje meer hartzeer dat hen op weg helpt ons bij een volgende gelegenheid wel op de knieën te dwingen. En in afwachting daarvan mogen de heren volgend jaar rond deze periode al eens tussentijds herkansen met een vrolijke lenteplaat. ’t Is toch mooi weer op Nieuw-Zeeland, of niet soms?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + achttien =