Panic At The Disco :: Pretty. Odd.

Een ontdekking waar Pete Wentz zijn naam onder zet, moet je altijd
met een korreltje zout nemen; uiteindelijk is dit de man die aan de
wieg van Fall Out Boy stond, grotendeels verantwoordelijk was voor
de emo-raid op de Joepie en op één knie voor Ashley Simpson ging
zitten. Toch was Panic! At The Disco’s ‘A Fever You Can’t Sweat
Out’ een plaatje dat, hoe fout sommige tracks ook mogen klinken,
nog tijdens menige ochtendwandeling door onze oortjes schalt. Twee
jaar later is dit viertal uitgegroeid tot een grote naam in het
Amerikaanse thuisland en een band die ook over de plas al enkele
radiohitjes op haar palmares kon schrijven. Deze prille twintigers
kozen er voor hun tweede plaat dan ook duidelijk voor om iets
serieuzer te werk te gaan: het uitroepteken werd uit de bandnaam
geschrapt, het schrijfproces bestond uit twee sessies waarbij al
het afgerond materiaal nog eens volledig herwerkt werd en de
finetuning vond plaats in de prestigieuze Abbey Road Studios.

Het lichtjes theatrale sfeertje is nog steeds aanwezig, maar toch
kunnen we niet volledig akkoord gaan met Brendon Urie wanneer hij
in de intro ‘We’re So Starving’ sust “You don’t have to worry,
because we’re still the same band”
. De nerveuze prosodie en
sporadische clash met dance-elementen van het debuut zijn namelijk
verdwenen en hebben plaats geruimd voor een relaxt, organischer
retrogeluid. Dat dit een goede omgeving voor deze groep is,
illustreert de single ‘Nine In The Afternoon’ al: een natuurlijker
aandoend ritme dat zeer vrolijk aanvoelt en zorgzaam uitgedost is
met blazers en een zachtjes uitdijend strijkerseinde.

Deze stilistische keuze levert meerdere sfeervolle momenten op. De
charmante ballade ‘Northern Downpour’ laat een opvallend eenvoudig
Panic At The Disco horen, dat met ontwapenende lyrics als “Hey
moon, please forget to fall down” slaagt in zijn charme-offensief.
‘From A Mountain In The Middle Of The Cabins’ laat Urie con brio de
rol van crooner innemen, die ook al op het hartverwarmende ‘When
The Day Met The Night’ – een love story tussen de zon en de maan –
zijn effectiviteit bewees; met olijk trompetwerk alweer garant voor
een instant goed gevoel. Nog een stapje verder gaat ‘Do You Know
What I’m Seeing?’: een countryserenade die met de door
mondharmonica geruggensteunde zin “I know it’s sad that I never
gave a damn about the weather and it never gave a damn about
me”
een dijk van een refrein in huis heeft.

Hoewel dit album je met het grootste gemak wegvoert op een vlot
langs rustig kabbelend riviertjes, moet de nuchtere geest toch
opmerken dat de tweede helft bij momenten teveel klinkt als een
minder aanstekelijke herhaling van eerdere composities (‘Mad As
Rabbits’, ‘She Had The World’). Dit legt de kleine kantjes van
zwakkere songs dan ook snel bloot. Gesandwicht tussen een leuk
ingetogen begin en einde perst ‘The Piano Knows Something I Don’t
Know’ een te weinig subtiele saloon-track, het nerveuze ‘Pas De
Cheval’ klinkt te veel als een weglopertje uit een foute
rockmusical en ondanks een speelduur van slechts een kleine twee
minuten sleept de bluegrass-mop ‘Folkin’ Around’ nog te lang
aan.

Panic At The Disco is de tienerjaren ontgroeid en staat klaar om
zich met de grotere jongens te meten en toont zo na één plaat al
een grotere vooruitgang dan ‘grote broer’ Fall Out Boy op vier
albums tijd boekte. Dankzij het brede instrumentarium klinkt
‘Pretty.Odd.’ muzikaal een stuk rijker, wat zich leent tot
meeslepende composities die de cabaretsfeer dit keer mixen met
folk, country en Beatles-pop. Een heel album lang kunnen ze het nog
niet waarmaken, maar in tegenstelling tot na het beluisteren van
hun debuut hebben we nu absoluut niet langer het gevoel dat er een
eendagsvlieg passeert.

Panic At The Disco speelt op 5 juli op Rock
Werchter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =