Moby :: Last Night

Virgin, 2008


Na twee bestsellers waarvan naast de ellenlange lijst van
reclamecontracten vooral de melancholica bleef hangen en een meer
rockgerichte maar minder geliefde schijf, keert Moby terug naar de
elektronica om een ode te brengen aan het nachtleven van zijn
bakermat, New York.

Na de bescheiden release van het behoorlijk groovy ‘Alice’ schoot
hij alvast recht in de roos met ‘Disco Lies’: soulvolle disco-house
waarvan eenieder met enig ritme het lijf wel als een blok moet
vallen en misschien wel ‘s mans meest instant catchy single. Dit
nummer beëindigt op ‘Last Night’ bovendien een sextet dat an sich
eender welke feestje in vuur en vlam zou kunnen zetten. Smullen is
het van de groteske house-flashback ‘Everyday It’s 1989’, het
bezwerend mysterieuze alsook moordend sensuele ‘Hyenas’ en een
onderkoeld maar door langzaam nieuwe lagen toe te voegen mooi
openbloeiend ‘I’m In Love’. Het absolute hoogtepunt bereikt deze
plaat echter op ‘Live For Tomorrow’, een fenomenale combinatie van
het dansbaarder materiaal uit Moby’s beginjaren en die typische
melancholie van de latere releases met soulzangeres Chrisse Poland
in een glansrol.

Met dit rijtje heeft Moby op dit album dus al half gewonnen, maar
dat betekent niet dat hij vroegtijdig victorie kan beginnen
kraaien. Met wat rest heeft de man namelijk meer moeite om indruk
te maken. Een leuke knipoog naar de New Yorkse clubscene van de
early nineties gaat er altijd in, maar lijkt niet altijd even
gemakkelijk geworpen. Het lukt goed op ‘I Love To Move In Here’,
een aardige, zij het iets te veel naar een Martini-commercial
riekende mix van zachte house, lounge en hiphop met een
gastbijdrage van Grandmaster Caz (ooit nog medeverantwoordelijk
voor ‘Rapper’s Delight’). Een stuk minder goed gaat het met ‘Ooh
Yeah’, dat een geweldige intro opgeleverd had, maar nu via een
weinig spannende opbouw met teveel herhaling hopeloos lang
uitgerokken is tot iets wat je moeilijk een volwaardige song kan
noemen en op de vorige langspeler onder de naam ‘Very’ al beter
uitgevoerd werd. Ook ‘The Stars’ blijft te monotoon en had nood aan
meer dan één gerepeteerde zanglijn. Bovendien staat de warmte van
de gebruikte stem ook te sterk in contrast met de opgefokte
achtergrond. Warmte is dan weer wat aan ‘257.Zero’ ontbreekt: geen
slechte clubtrack, maar te klinisch om ook in de huiskamer te
werken.

Door een te radicale stijlswitch zakt ‘Last Night’ na tien tracks
bovendien wat in elkaar. Moby schakelt te drastisch over van de
dansvloer naar de luie zetel; een verplaatsing die als luisteraar
niet zo gemakkelijk te maken is. Na het nerveuze ‘The Stars’ volgen
plotsklaps enkele songs die overblijvers uit de ’18’-sessies
lijken. De soundscapes ‘Degenerates’ en ‘Mothers Of The Night’ zijn
best atmosferisch, maar staan toch niet op hun plaats binnen het
concept van dit album. Dan klinkt de mooie, Goldfrapp-achtige
titeltrack in de staart gepaster: een gevoel van de eerste frisse
zonnestralen nadat je de club laat voor wat ie is en voldaan
huiswaarts trekt, zoals ook de lyric “If this be my last night on
earth, let me remember this for all it’s worth” beschrijft.

De nieuwe Moby is een feestje geworden, eentje waarbij in de
middenmoot de zweetdruppels aan onze neus bengelen. Het wordt
echter te triviaal ingezet en te abrupt beëindigd. ‘Last Night’
bevat enkele van de sterkste songs die de man al neerschreef, maar
slaagt met iets te veel vulsel toch niet volledig zijn opzet. De
vergelijking met een withete uitgaansnacht in NYC gaat dus niet
echt op; laten we het eerder houden op een onderhoudend avondje
Antwerpen.

Moby staat op 4 juli op Rock Werchter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 2 =