Bettye Lavette

AB, Brussel, 8 april 2008

Bijna veertig jaar moest Bettye LaVette wachten op het respect dat
ze verdient. Na haar ontdekking in 1962 kende LaVette (née Haskins)
twintig jaar lang ijdele hoop en teleurstelling: kleine hitjes
leverden haar platencontracten op, maar omdat ze niet in één hokje
te passen viel, stond ze steeds snel terug op straat. Al van bij de
start vertoonde haar werk meerdere dimensies: soulvolle composities
die niet hand in hand gingen met de schijnbare onschuld van de
Motown-diva’s, een raspende stem die hier en daar richting Tina
Turner neigde, maar niet de keuze om volop voor rock & roll te
gaan. Het was pas bij de milenniumwissel dat men zonder oogkleppen
naar deze dame leerde te kijken en haar werk naar waarde wist te
schatten. Na drie gesmaakte platen op het Anti-label en een
Grammy-nominatie staat Lavette dit jaar sterker dan ooit in haar
schoenen. Dit benadrukte ze dan ook graag in de ABBox, waar ze haar
in vergelijking met generatiegenoten als Diana Ross nog steeds
bescheiden doch groter wordende en steevast enthousiaste schare
fans op een avondje ongeslepen emoties trakteerde.

Na twee prefabnummertjes van haar band – de rhythm & blues die
muzikaal dan wel oké klinkt, maar zo platgetreden is dat deze enkel
nog in de bar van een hotellobby op zijn plaats zou zijn – stak
LaVette bij haar opkomst de lucifer onder de avond. De Free-cover
‘Stealer’ is niet haar meest origineel klinkende nummer (in dit
geval is de Turner-connectie volledig op zijn plaats), maar toonde
meteen hoe sterk dat raspende stemgeluid nog steeds klinkt en hoe
klinks Bettye op haar 62e nog is: van bij de start ging
ze op in elke noot en haalde ze die typische pasjes boven. Deze
artieste leeft voor haar muziek en beleeft deze op een podium ten
volle.

De set van deze avond stond voor een groot deel in het teken van
haar drie laatste releases, waaruit een selectie werd gemaakt die
de verschillende facetten van haar persoonlijkheid belichtte. Op
een feisty ‘You Don’t Know Me At All’ en de spetterende
Lucinda Williams-cover ‘Joy’ gaf LaVette zich volledig over aan
kolkende soul; fragiele introspecties als ‘Choices’ en de
doorleefde Willie Nelson-cover ‘Somebody Pick Up My Pieces’ toonden
een vrouw die niet blind is voor de tegenspoed uit haar leven, maar
daar ook haar sterkte uit put.

‘Before The Money Came (The Battle Of Bettye LaVette)’, een van de
toptracks uit haar in samenwerking met Drive-By Truckers
vervaardigde ‘The Scene Of The Crime’, overliep haar biografie al
in vogelvlucht. Toch trok LaVette extra tijd uit om haar woelige
sixties in de schijnwerpers te zetten met een indrukwekkend
kwartetje van enkele sleuteltracks, waaronder haar persoonlijke
anthem ‘Let Me Down Easy’. Dit viertal praatte Bettye aan elkaar
met gevatte maar vooral goudeerlijke anekdotes. We hoorden haar
onder meer toegeven hoe ze met beide voeten op de grond getrokken
werd toen van haar tweede release bijna geen exemplaren over de
toonbank gingen, hoewel de stomende vertolking van ‘You’ll Never
Change’ ons toch meteen duidelijk maakte dat de schuld hiervoor
volledig bij de consument te plaatsen is.

Tijdens deze revival van old-school soul is een concert van Bettye
Lavette een verplichte geschiedenisles. Aan de overgave die het
fenomenale ‘Close As I’ll Get To Heaven’ uit de comeback-plaat ‘A
Woman Like Me’ tentoonstelde, kunnen huidige hypes als Amy
Winehouse
een puntje zuigen. Dat de “great lady of
soul”
veertig jaar moest vechten om deze status te bereiken is
een schandaal, maar tegelijkertijd mogelijk ook de reden waarom ze
nu live nog steeds zo indrukwekkend is: in tegenstelling tot haar
generatiegenoten die tot diva’s uitgegroeid zijn, bezit Bettye
Lavette een ontwapenend warme persoonlijkheid die dit bescheiden
succes dankbaar koestert en op haar 62e niet aangetast
is door de industrie.

‘The Scene Of The Crime’ wordt verdeeld door Anti-

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + zeven =