Bettye LaVette :: The Scene Of The Crime

Het is een hondenstiel, de muziekschrijverij. Je houdt de artiest voor dat je zijn creativiteit naar waarde weet te schatten, vertelt je lezerspubliek dat het product wel degelijk de moeite is en sust intussen je protesterende geweten met het besef dat je niet al te veel hebt overdreven. Al die bezwaren worden echter van tafel geveegd zodra je de kans krijgt om de geschiedenis te helpen herschrijven. Dat hebben we deze keer te danken aan Bettye LaVette, de vranke Queen of Soul die nog enkele lopende rekeningen te vereffenen had.

The Scene Of The Crime verwijst naar het album dat LaVette in 1972 opnam in de FAME-studios in Muscle Shoals, Alabama (plaats delict), de plaat die echter pas in 2000 opgeduikeld zou worden uit de archieven (misdaad). Het is de grootste vernedering die een artiest kan meemaken en als je Bettye LaVette heet, dan vecht je dat onrecht (en de gemiste kansen die erop volgden) 35 jaar later nog steeds aan. Samen met de Drive-By Truckers (de beste rootsband van het voorbije decennium) en voormalige FAME-muzikanten Spooner Oldham (toetsen) en David Hood (bas, tevens vader van Truckers-voorman Patterson), trok LaVette opnieuw naar Alabama om er tien songs op te nemen voor een album dat de kwaliteit van voorganger I’ve Got My Own Hell To Raise (2005) probleemloos verderzet.

Waar die vorige plaat enkel songs bevatte van vrouwelijke songschrijvers (luister naar wat LaVette deed met Dolly Partons "Little Sparrow", Joan Armatradings "Down To Zero" en hoor uw ademhaling stokken bij de verbluffende versie van "I Do Not Want What I Haven’t Got"), is die thematische cohesie deze keer zoek. Het enige criterium voor LaVette is inlevingsvermogen, en we kunnen werkelijk aan geen enkele artiest denken die songs met een soms indrukwekkende voorgeschiedenis kan opzadelen met zoveel nieuwe betekenis en grandeur. Ook nu is dat weer het geval, met songs van onder meer John Hiatt, Frankie Miller en Willie Nelson.

De Truckers engageren was een gouden zet: de band heeft er immers een decennium van hard werken en concerteren op zitten, heeft muziek door de aderen stromen en bestaat uit volk dat de muzikale geschiedenis van het Zuiden kent als zijn achterzak. Ook deze keer hebben ze begrepen wat LaVette nodig heeft: een band die zich ten dienste stelt van de stem door nu en dan speldenprikjes uit te delen en op andere momenten even in de coulissen te verdwijnen. Het is een dunne grens tussen ’anoniem’ en ’respectvol ondersteunend’, maar ook hier legt het vijftal evenveel talent aan de dag als tijdens hun heftig steigerende gitaargedonder.

Songs als het swampy "Still Want To Be Your Baby (Take Me Like I Am)", het geërodeerde "Jealousy" en bluesy "You Don’t Know Me At All" voeren soul tot zijn diepste kern terug. Dat het daarbij niet enkel gaat over God en liefjes moge duidelijk zijn. Bij LaVette is een album ook een terugblik, een oorlogsverklaring én het blootleggen van wonden die na jaren nog niet geheeld zijn. Trots en pijn zijn de constanten die bescheiden songs verbouwen tot monumenten van emotie en intensiteit. Enkel een zielloze hond kan onbewogen blijven bij de countrysoul van "Somebody Pick Up My Pieces".

Hoe sterk en consistent de plaat ook moge zijn (vergelijkbaar met Mavis Staples’ We’ll Never Turn Back van eerder dit jaar), het is de tweede helft die met de Grote Klasse gaat lopen. "They Call It Love" roept beelden op van de pront paraderende LaVette die het podium opeist, het met Patterson Hood gepende "Before The Money Came (The Battle Of Bettye LaVette)" vat zes decennia samen in vier en een halve minuut vleiende, scheurende en ophitsende soul, maar het is het van Elton John geleende "Talking Old Soldiers" dat ons verweesd, verward en van de kaart achterliet op de sofa.

Zelfs naar LaVettes indrukwekkende normen is de song niet minder dan een mijlpaal in de geschiedenis van het genre. Patterson Hood beweert trotser te zijn op deze song dan op eender wat waar hij ooit bij betrokken was. Dit is inderdaad hardcore soul, met een stem als gecraqueleerde verf die de sporen draagt van jaren zwoegen voor no pay & no respect, van ongegunde kansen en zelfzuchtige adviezen. Zelfs los van de woorden blijft deze performance overeind als een fenomenale triomf van de menselijke stem, waardigheid en emotie, zonder glamour & glitter, gretige hoererij en vulgair bekkengegooi. Het is een song die volledige carrières overbodig maakt.

Staples zorgde in 2007 al voor een machtige terugblik op jaren van raciale ongelijkheid. The Scene Of The Crime is persoonlijker en nog indringender, geeft uiting aan een leven van frustratie en pijn, maar ook, en vooral, aan de trots die komt kijken bij een uitgestelde payback zonder weerga. Dat de beschuldigden (boven- of ondergronds) het op een eeuwig huilen mogen zetten bij het beluisteren van deze triomfantelijke schadeclaim. It serves them right.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =