At The Close Of Every Day :: Troostprijs

Wie te kort schiet maar toch in de bloemetjes gezet moet worden of beloond, krijgt een troostprijs, het cadeau voor de kneusjes die wel willen maar niet kunnen. Zoals Van Dale zelf zegt: “prijs als troost voor hen die niet tot de winnaars behoren.” Een prijs voor falen, kan het nog perverser of cynischer? Kan het verlies nog harder in verf gezet worden?

Het is eigenlijk geen wonder dat het Nederlandse At The Close Of Every Day vroeg of laat het woord boven zou halen. Voor de Nederlandse band die als geen ander grossiert in weemoed en tristesse, kan het dubbelzinnige gegeven van winnen door te verliezen niet anders dan Gefündeness Fressen zijn. Jammer genoeg klinkt het album na twee sterke edities (The Silja Symphony en De geluiden van weleer) eerder zwak, waardoor het ongewild zijn titel tot op zekere hoogte waarmaakt.

Dat Troostprijs geen Nederlandstalig album geworden is, lag in de lijn der verwachtingen. Zanger/drummer Minco Eggersman had immers al laten verstaan dat de opvolger opnieuw een Engelstalig album zou worden. Toch zijn er elementen van de vorige plaat in het album geslopen. Zo laten vooral de nostalgische toets en het verlangen naar het geïdealiseerde oude Nederland van de dorpen zich op muzikaal vlak horen.

Initieel vallen de blazers, die meer dan eens naar de oude dorpfanfares verwijzen, op, maar een beluistering verder wordt al duidelijk dat de opgewekte(re) sfeer eigen aan de nummers zelf is. Het is daar dat het schoentje overigens wat wringt, ATCOED is immers vooral uitmuntend wanneer hij zichzelf onder een deken van zwaarmoedigheid verbergt en de muziek slechts met mondjesmaat loslaat op de wereld.

Opener “It’s Like Fire” klinkt aanvankelijk als een accident de parcours, “I’m Not Sure I Have What It Takes” kan immers nog als een minder maar desalniettemin overtuigend melancholisch nummer beschouwd worden, maar langt houdt die illusie niet staande. “Lost And Found” hinkt namelijk op twee benen, net zoals “Knocked Out Of The Game”. Het zijn enerzijds typische ATCOED-nummers, anderzijds lijken ze er mijlenver van verwijderd te zijn, ondanks alle aanwezige vormelementen.

Zo blijft Eggersman brommen als vanouds maar tracht hij ook de begrafenisteneur die hij op de vorige albums zo vlot hanteerde, achterwege te laten. Evenzo zweert gitarist Axel Kabboord nog steeds bij zijn klassieke geluid maar is duidelijk te horen dat zijn gitaarspel een nieuwe dynamiek heeft gekregen (luister maar naar “I Need To Break Your Heart”). Het zijn dan ook niet de blazers die voor de trendbreuk zorgen als wel de groep zelf. “The Great Sum Of All Beauty” laat bijvoorbeeld horen hoe de blazersectie perfect in de “oude” ATCOED-wereld geïntrigeerd kan worden.

De tweede helft van de plaat blijft eenzelfde dubbelzinnig gevoel oproepen en versterkt zelfs het folk/popgevoel dat over het album hangt (“Graduation vs. The Ruins Of My Life”, “Little Do I Know”) en onder meer naar de jaren tachtig knipoogt (“Troostprijs”). Toch is het geen slechte plaat, alleen anders. Het duo heeft ditmaal voor een minder donker geluid gekozen, zelfs al zijn er voldoende echo’s naar vroeger (“Birds Of A Feather”, “You Are Allright To Me”) en vormen de blazers nu en dan een mooie meerwaarde (“It’s Almost Quitting Time”, “No One Can Hurt Me Like I Do”).

Troostprijs is niet het meesterwerk geworden dat de vorige twee studioalbums wel waren, niet in het minst omdat de groep geleidelijk aan van zijn vroegere geluid en identiteit wegsluipt. Op zichzelf staat het album echter wel degelijk zijn mannetje, de nummers liggen aangenaam in het oor waardoor een eensluidend besluit moeilijk wordt. De nieuwe At The Close Of Every Day heeft op basis van deze plaat zeker zijn merites, maar tot nog toe past de melancholische variant hem toch nog altijd beter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − zeven =