Goldfrapp :: Seventh Tree

Kylie en Madonna stalen haar act, dus gooide het origineel het roer om. Weg is de kille discostomp van haar vorige twee platen, op Seventh Tree grijpt Goldfrapp terug naar de pastorale sfeer van haar debuut. Het resultaat is een erg esoterisch klinkende cleane folkplaat met meer dan één knipoog naar Nick Drake.

Van het platteland is Alison Goldfrapp twee platen lang gaan dansen in de grote stad om nu opnieuw het groene thuisfront op te zoeken. Na de glorieuze glittershow van de Supernature tour zoekt ze op haar vierde plaat opnieuw de rust van Felt Mountain op. Toch is dit geen herhalingsoefening, daarvoor is deze diva te excentriek, té eigenzinnig.

Bij platenfirma EMI zullen ze dus wel even geslikt hebben toen hun nieuwe discogoudhaantje plots een elegische folkplaat afleverde. Enkel "Happiness" kan nog de hoop op succes in de dansketen van de wereld levendig houden met een stampende beat. Dan is single "A&E" een betere indicatie van wat Seventh Tree is geworden.

Weg is de invloed van Giorgio Moroder, over het nieuwe Goldfrapp waait de geest van wijlen Nick Drake en het Britse platteland. In opener "Clowns" zijn gedachten aan Vashti Bunyan zelfs niet ver weg, zij het dan een Bunyan die wel over oversized siliconenborsten zingt. Het is niet omdat de muziek verandert, dat de teksten immers moeten volgen. "Road To Somewhere" is dan weer sfeervolle triphop zoals Morcheeba ze aan de lopende band afleverde en dus ver voorbij zijn houdbaarheidsdatum.

Soms kun je je Goldfrapp ook gewoon voorstellen in een idyllische omgeving, terwijl ze haar songs zit te zuchten en te fluisteren. In de mooie folkballade "Eat Yourself" denk je er zo een helder klaterend riviertje bij. Meteen daarna mag het iets voller. "Some People" doet nog iets van het esoterische van Felt Mountain herleven, en op de achtergrond geeft een orkest discreet van jetje, zoals wel vaker op Seventh Tree. In "Cologne Cerrone Houdini" halen de strijkers net iets te hard uit op zijn Hooverphonics, maar voor het overige houdt Alisons partner Will Gregory de arrangementen subtiel en discreet. Het resultaat is groots, net als de cirkelende geluiden en de finale drumroffels in "Little Bird".

Op single "A&E" doet Goldfrapp een oefening om vooral mooi te klinken. Het nummer trippelt vooruit na een ingehouden begin om langzaam open te bloeien. Hier klinkt Goldfrapp op haar meest commercieel en misschien zelfs nét iets te clean. En dat kleine verwijt kan ook uitgebreid worden naar de hele Seventh Tree: het propere, bijna kille geluid dat net als haar vorige platen ook deze kenmerkt ontneemt deze songs de warmte die hen nog wat sterker had kunnen maken.

Nog een zeldzame uptempo riedel volgt met "Caravan Girl", vooraleer een iets te langdradige "Monster Love" uitgeleide doet. Nadat ze met Felt Mountain zo maar eventjes het debuut van 2000 afleverde, lapt Goldfrapp het toch weer voor de derde keer: verwachtingen omzeilen, koppig haar goesting doen en nog straf uit de hoek komen ook. Een tweede Kylie hebben ze er bij EMI niet aan, maar wel een sterke en eigenzinnige artieste. Seventh Tree wordt alvast de dromerige soundtrack van onze lente.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + zeventien =