Lust, Caution




Ang Lee is geen newbie als het op controverse aankomt.
Zijn internationale doorbraakfilm, ‘The Wedding Banquet’, ging over
een homo die een verstandshuwelijk aanging om zijn ouders te
plezieren en deed hier en daar wat wenkbrauwen fronsen (àlles dat
te maken heeft met homoseksualiteit zal altijd wenkbrauwen doen
fronsen bij mensen met een klein pietje). ‘The Ice Storm’ ging over
burgergezinnetjes uit de suburbs die zich zodanig
verveelden dat ze aan partnerruil begonnen te doen, en dan was er
natuurlijk nog de beruchte gay cowboy-film ‘Brokeback Mountain’. Ik
geloof niet dat Lee die controverses bewust opzoekt – in een minder
gefrustreerde wereld zou hij nog geen enkele omstreden prent
gemaakt hebben – maar kwaad doen ze hem ook niet. Vooral niet in
het geval van zijn laatste, ‘Lust, Caution’. Ondanks een erg
gemengde ontvangst won de film de Gouden Leeuw in Venetië, maar
waar iedereen het over had, was niet het verhaal, de acteurs of de
visuele stijl, maar wel de expliciete seksscènes. Het gekreun,
gesteun en fotogeniek glinsterende schaamhaar in ‘Lust, Caution’
was voldoende om de film de gevreesde NC-17 keuring op te leveren
in Amerika. In thuisland China en in sommige andere delen van Azië
moesten er enkele minuten weggeknipt worden vooraleer hij vertoond
kon worden. Dikke miserie voor Ang Lee, zou je dan denken, maar
vergis je niet: hij mag op zijn twee knietjes de hemel danken voor
de preutsheid van het establishment. Zonder al het gedoe
rond de seksscènes zou iedereen immers zeer snel uitgepraat zijn
over zijn jongste worp.

Chia Chi Wong (Wei Tang) is een Chinese studente die aan het
einde van de jaren dertig betrokken raakt bij de verzetsbeweging
tegen de Japanse bezetting. Na een glansrol in een productie van
het “patriottisch theater” (“China geeft zich niet gewonnen,
hoezee!”)
besluiten de mensen die boven haar staan, om haar in
te zetten als spionne. Ze gaat aan de slag als infiltrante in het
huishouden van Mr Yee (Tony Leung), een wrede agent van de
collaborerende Chinese regering. Het plan is om Yee te vermoorden
wanneer de tijd daar rijp voor is, maar om redenen die nooit echt
nader verklaard worden, blijft die tijd maar duren. Wong wordt de
minnares van Yee (daar volgt dus het vaak besproken gerampetamp),
en gaandeweg raakt ze steeds meer in de war over haar gevoelens
voor de man.

Zullen we maar beginnen met de onvermijdelijke vraag hoe het nu
zit met die seks? Wordt er echt zoveel afgevoosd, of valt het nogal
mee? Wel, er zitten drie seksscènes in ‘Lust, Caution’, waarvan er
ééntje niet veel vlees toont, maar wel behoorlijk gewelddadig is,
en de twee overige inderdaad relatief expliciet zijn. Hoe
expliciet? Genoeg om je de vraag te doen stellen of het allemaal
wel fake was. We zien net geen geslachtsdelen, maar de (soms
verrassend acrobatische) posities waarin Tang en Leung zich wurmen
laten weinig aan de verbeelding over.

Dus ja, oké, die scènes zijn er, maar op een speelduur van ruim
twee en een half uur hebben we het over nog geen tien minuten, dus
wie het daarvoor doet, kan beter thuisblijven. Bovendien is de kans
groot dat iedereen die al eens durft te kiezen voor ietwat
edgier cinema, al heel wat explicieter spul heeft gezien
dan dit. ‘Lust, Caution’ is zelfs effenaf conservatief als je hem
vergelijkt met werkstukjes als ‘Baise-Moi’, ‘Romance X’, ‘Irréversible’ of, buiten
Frankrijk, ‘Ken
Park’
. De soms verontwaardigde reacties op de seks in ‘Lust,
Caution’ zijn lachwekkend en verontrustend tegelijk – dit is een
film die is gemaakt voor volwassenen, da’s een gegeven. Zijn we dan
allemaal zo puriteins of kinds geworden dat we niet naar een
realistische seksscène kunnen kijken zonder er onnozel over te
doen?

Een veel interessantere vraag is of ‘Lust, Caution’ ook iets
boeiends te melden heeft in de 150 minuten waarin de acteurs hun
kleren aanhouden. En het is daar dat Ang Lee de mist in gaat. Zijn
plotlijn is clichématig (en vertoont trouwens opvallende
gelijkenissen met die van Paul Verhoevens ‘Zwartboek’). Het is een
oppervlakkig Mata Hari-verhaaltje met, in willekeurige volgorde: de
spionne die langzaam maar zeker verliefd wordt op haar doelwit; het
doelwit dat niet zo onmenselijk blijkt te zijn als gedacht; de
lieve jongen van het verzet die verteerd wordt door de gedachte dat
zijn vriendinnetje de lakens deelt met de vijand en ten slotte de
geharde verzetsleiders die onze spionne verzekeren dat ze nog even
moet doorzetten. Al die personages zijn typetjes, die nooit echt
een persoonlijkheid of diepgang krijgen buiten de vereisten van het
verhaal. De acteurs doen hun best om toch iets in hun rollen te
leggen dat een achterliggende intelligentie zou kunnen aanduiden,
maar het script gaat daar, ondanks de ruime lengte van de film,
nooit op in. Het blijft grotendeels gissen naar de motivaties van
de twee hoofdpersonages – er zit geen enkele scène in ‘Lust,
Caution’ waarin we hen zien als echte mensen. Ze blijven steeds
pionnen in een vooraf door de regisseur en scenarist James Schamus
bepaald stramien. Zo gauw een personage het scherm verlaat, lijkt
hij te verdampen. Hij bestaat pas opnieuw wanneer hij weer in beeld
komt.

Dat verhaal is op zichzelf ook niet altijd even realistisch –
Wong heeft over de loop der tijd wel honderd keer de gelegenheid om
Yee te vermoorden en er mee weg te raken, maar ze doet het niet.
“We willen informatie,” horen we de bazen van het verzet zeggen.
Maar met al dat komt Wong maar bitter weinig te weten over haar
kersverse dekhengst. Niet één keer in de hele film zien we haar
informatie verzamelen die nuttig zou kunnen zijn – waarom dan dat
lange wachten?

Lee is schijnbaar zodanig verliefd geworden op de look van zijn
eigen film dat hij de vlakheid van zijn personages of de doodsaaie
conventionaliteit van zijn verhaallijn erbij vergat. Hij krijgt
maar geen genoeg van grootschalige shots die de straten van
Shanghai aan het begin van de jaren veertig tonen (zorgvuldig
gesorteerde lijken op de voorgrond, riksja’s en old-timers op
straat, figuranten zover het oog en de CGI-computer reikt). Kleren,
decors en rekwisieten zijn zorgvuldig samengesteld en zien er uit
alsof ze minstens evenveel hebben gekost als het BNP van een klein
Europees land. (Het budget was nochtans maar 15 miljoen dollar –
kwalitatief gezien mag je van de prent zeggen wat je wilt, maar
elke dollar van dat geld is zichtbaar op het scherm.)

Op die manier verzandt ‘Lust, Caution’ al snel in holle
mooifilmerij. Het ziet er allemaal geweldig uit, maar je gelooft
het niet. En zelfs al geloof je het wél, dan kan ik me niet echt
inbeelden dat het veel mensen iets zal kunnen schelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − vijf =