Efterklang :: Parades

Laat een misantropische sadist zijn gang gaan met de virtuele
Sims-familie en na een paar uren staan de personages op het punt om
elkaar Tony Montana-gewijs met de mitrailleur tot bloederige
hoopjes vlees te herschapen. Niet zo bij de Denen van Efterklang,
met een brede waaier aan instrumenten als controllers schept dit
Scandinavische collectief als überpacifisten een dromerige utopie
die een plaat lang haar virtuele karakter verlaat om werkelijkheid
te worden. Geen ellende, wispelturige politici of Janjaweed die een
spoor van vernieling en pijn door Darfoer trekken: Efterklang
transformeert zijn heimat tot een universeel paradijs waar ze in
‘Vlaanderen Vakantieland’ een heel seizoen voor nodig zouden hebben
om de weelde aan natuurpracht en idyllische tafereeltjes te tonen.
Op de opvolger van Tripper trekken de
Denen als een sprookjesfanfare door hun zelfgeschapen locus
mirabilis en ze laten niemand onbetoverd. Als ‘Heima’ al een lange
reclameboodschap voor IJsland was, dan doet dit filmische pareltje
ons zowaar nog meer hunkeren naar het iets zuidelijker gelegen
Denemarken.

Blonk Tripper
nog uit in een glaciale stilering, dan is de sound van Efterklang
op ‘Parades’ aan het dooien gegaan. We krijgen niet enkel een
melancholisch ijsballet met stervende zwanen, maar ook
vreugdedansjes op hoog gelegen weiden. Tijdens opener ‘Polygyne’
kan de luisteraar zich al meteen warmen aan het nieuwe lentegeluid
van de Denen. Onder impuls van wulpse koren en feeërieke strijkers-
en blazersarrangementen transformeert het gletsjerijs zich tot
regenboogkleurig bronwater. De opwarming van de aarde had nooit
zo’n sprookjesachtige bijklank. Ook in ‘Horseback Tenors’ ontvouwt
een brede instrumentatie al haar toverkracht: de vele muzikale
bouwstenen vormen een brugje over de ijsrivier van ‘Tripper’ waar
blazers, strijkers en koren triomfantelijk over paraderen.
‘Caravan’ hint eveneens naar de grootse romantiek die ‘Hoppípolla’
van Sigur Rós haar volheid verleende.

Ook veel andere songs op ‘Parades’ lijken wel door het prisma van
‘Dark Side Of The Moon’ gejaagd, maar de veelkleurigheid profileert
zich via een ingetogener klankenpalet. Zo marcheert de fanfare
tijdens ‘Him Poe Poe’ eerst zachtjes naar de eindige horizon van
het vliegende eiland van genres dat ‘Parades is, om dan met een
parachute van speelse maar melancholische strijkers de grote sprong
te wagen. Met ‘Mirador’ landt de band weer op vertrouwd terrein,
want de succulente vervlechting van engelenkoren, elektronica en
pianoriedels draait sierlijk pirouettes als een ballerina uit een
muziekdoosje. ‘Maison De Réflexion’ schetst dan weer grilliger
figuren door dwingende drums en ingetogen, door de strijkers
gedomineerde passages met elkaar af te wisselen. Ondanks deze grote
variatie aan stemmingen, tempi en schakeringen ontbreekt het
‘Parades’ echter nergens aan coherentie.

Hoewel een song als ‘Cutting Ice To Snow’ het tegendeel lijkt te
bewijzen door in het gecreëerde wak kleurrijke creaturen op te
vissen, vriest de sound van deze plaat ook af en toe dicht met een
nachtelijke, dreigende sfeerschepping. Tijdens ‘Illuminant’ priemen
de sterren nog net door het diepste zwart van melancholische
strijkers en verdwaalde stemmen en ‘Mimeo’ is een aan Max Richter
refererend miniatuurtje dat aan enkele eenzame pianoklanken genoeg
heeft om te ontroeren. Ook ‘Frida Found A Friend’ klinkt een pak
duisterder dan de titel laat vermoeden.

Efterklang is erin geslaagd om hun klankenpalet aanzienlijk te
verbreden zonder hun sprookjesachtige sound te verraden. Waar het
Deense collectief op zijn vorige werk door glaciale landschappen
schaatste met vloeiende, minimale bewegingen, vinden de
Scandinaviërs nu eenheid in verscheidenheid. Nog veel meer dan de
bevroren Elfstedentocht van de vorige plaat, is ‘Parades’ dan ook
een staalkaart van het grote kunnen van Efterklang.

http://www.myspace.com/efterklang

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 8 =