Sigur Rós – de special

sigurwater.jpgWie
IJsland nog steeds voornamelijk met koude temperaturen, geisers en
Björk associeert, heeft nog geen kennis gemaakt met Sigur Rós.
Sinds het begin van deze eeuw is het de wereld beginnen te dagen
dat Sigur Rós een fenomeen is en de band zal dan ook de
geschiedenis ingaan als een fenomeen.

Nog nooit heeft post-rock, of
althans hun versie daarvan, zo’n groot publiek bereikt als Sigur
Rós dat kon. Mogwai niet, Explosions In The Sky niet, zelfs
Godspeed You! Black Emperor niet. Sigur Rós heeft fans tot in de
verste uithoeken van de wereld en dankt dat deels aan een van de
meest herkenbare sounds die bands in de laatste tien jaar hebben
voortgebracht. Meer dan welke indieband ook heeft Sigur Rós devote
fans die de band aanbidden en drie uur vroeger opstaan om toch als
eerste dat liveticket te kunnen kopen. Hun laatste stop in België,
in de Gentse Vooruit ter promotie van hun ‘Heima’, was dan ook
bijzonder snel uitverkocht – zo snel dat enola zelf niet aanwezig
kon zijn – en rekening houdend met de duizenden fans die op hun
honger bleven zitten, was dit niet eens een opvallende prestatie.
Gelukkig is de eerste lange muziekdocumentaire over en door Sigur
Rós, de reden van deze voorstelling, intussen op dvd verschenen,
gelijktijdig met een opvallend compilatie-album met ouder, nooit
uitgebracht materiaal enerzijds en akoestische versies van bekende
songs anderzijds. Smullen geblazen!

Sigur Rós – het verhaal

Sigur Rós begon zoals duizenden hen dat voordeden en nog zullen
doen: een aantal tieners kwam samen om muziek te maken. We spreken
in dit geval over 1994, de stad Reykjavik en het trio Jón Þór
Birgisson, vanaf nu voor het gemak met zijn bijnaam Jónsi genoemd,
Georg Hólm en Ágúst Ævar Gunnarsson. Al snel bleek dat het trio
meer in zijn mars had dan het IJslandse doorsneebandje kon
voorleggen. Bad Taste Records, het label van Sugarcubes, had wel
oren naar de eerste demo en bood de band een contract aan.

sigurvon.jpg1997 werd
dan ook het jaar van hun eerste release, ‘Von’
(***)
, geen IJslands voor ‘van’ maar wel voor ‘hoop’. Een
echt groot album kunnen we ‘Von’ niet noemen. Daarvoor is de plaat
nog te wisselvallig van kwaliteit. Het is veeleer een staalkaart
van de talenten die Sigur Rós later zou perfectioneren, want songs
als ‘Hún Jörð’, ‘Myrkur’ en ‘Syndir Guðs’ verraden het aanwezige
talent. ‘Von’ werd enkel uitgebracht in IJsland en het duurde tot
2004 vooraleer wij het officieel konden aanschaffen. Iedere fan had
het intussen reeds lang in zijn cd-rek staan.

Erg belangrijk voor de ontwikkeling van Sigur Rós was de komst van
Kjartan Sveinsson in 1998, die van het trio een kwartet maakte en
zijn keyboards aan het geluid toevoegde. In tegenstelling tot de
oorspronkelijke leden had Sveinsson wel een klassieke, muzikale
opleiding achter de kiezen, wat van hem de geknipte man maakte om
de orkestrale composities van volgende albums uit te denken. Het is
dan ook door zijn inbreng dat Sigur Rós al vanaf het volgende
studioalbum meer strijkers is gaan gebruiken. Eerst was er nog wel
de hier niet verschenen remixplaat ‘Von Brigði’ (***), met múm en
Gus Gus als bekendste remixers, maar dé belangrijke dag van Sigur
Rós was toch wel de release van ‘Ágætis Byrjun’ (*****) in juni
1999 of misschien eerder de internationale release ervan een jaar
later, meteen de grote doorbraak buiten eigen grenzen. Sigur Rós
kon openen voor Radiohead en Godspeed You! Black Emperor, en hun
bijzonder mooi ogende videoclips, vooral dan die van
‘Svefn-G-Englar’, gingen de wereld rond. Mensen werden en masse
vertederd door de combinatie van auditieve en visuele melancholie
in zijn meest pure vorm. ‘Ágætis Byrjun’ werd in eigen land
verkozen tot album van de eeuw en zag zich met heel wat
prestigieuze titels bekroond, waarbij de Amerikaanse ‘Shortlist
Prize for Artistic Achievement in Music’ misschien wel het meest
opvalt.

sigur().jpgNa de opnames
van Sigur Rós’ wereldwijd meest gewaardeerde plaat tot vandaag,
verliet drummer Ágúst de band en liet zich vervangen door Orri Páll
Dýrason. In 2002 werd ‘( )’ (*****) een speciaal geval: niet alleen
was er de ietwat bizarre titel, ook waren alle acht nummers
naamloos, bleek het bijhorende boekje een verzameling lege
bladzijden én had Sigur Rós afgezien van het IJslands als gangbare
taal in het voordeel van ‘Vonlenska’, vrij te vertalen naar
‘hooplands’, een zelf uitgevonden Scandinavisch klinkend taaltje.
Titels van de songs zijn er achteraf gekomen. Feit is dat ‘( )’ de
meest donkere en minst toegankelijke Sigur Rós in de rekken is.
Waar volgens sommigen de nummers onderling te veel van hetzelfde
zijn, zien anderen hierin het ware meesterwerk van de
noorderlingen. Wijzelf bevinden ons in de tweede categorie.

Fans van muziekgeworden, duistere melancholie moesten even slikken
toen ‘Takk…’ (*****), de vierde langspeelplaat van Sigur Rós, in
2005 op de markt kwam. Het geluid greep terug naar ‘Ágætis Byrjun’
en was naar hun normen behoorlijk licht en toegankelijk. Vrolijk
ook, zoals de single ‘Hoppípolla’, die volgens veel fans té
opgewekt was, maar anderzijds een breder publiek aansprak, getuige
de zendtijd op onze betere radio overdag en de wereldwijde
bijzonder grote vraag naar de single. Het was na hun wereldtournee
met ‘Takk…’, die Sigur Rós ook in het Koninklijk Circus bracht,
dat ze in 2006 in eigen land op de meest verschillende locaties
verrassingsoptredens gaven. Deze vormen de basis van ‘Heima’, hun
buitengewone documentaire die het filmfestival van Gent trots in
België kon voorstellen.

Sigur Rós – de formule

sigurbank.jpgWat is nu
precies de aantrekkingskracht van het product Sigur Rós? Welke
formule bleek hun weg naar succes? Allereerst moeten we zeggen dat
Sigur Rós heeft geprofiteerd van de post-rockhype die vandaag al
een tijdje gaan liggen is maar rond de eeuwwisseling nog volop aan
de gang was en zelfs op zijn hoogtepunt kwam. Dit was de periode
van Mogwai’s ‘Rock Action’, de grote doorbraak van Explosions In
The Sk’ en het topmoment van Godspeed You! Black Emperor. Net zoals
veel bands in het genre zullen de leden van Sigur Rós hun eigen
muziek nooit ‘post-rock’ noemen, maar het kind moet een naam hebben
en volgens de gangbare definitie – wij verwijzen u graag door naar
Wikipedia – zullen ze maar met dit begrip moeten leren leven. Zelf
vinden ze zich trouwens een ‘slow-motion rock band’. Vooral in hun
vroege periode kleefde een echte shoegaze-stempel op hun geluid. De
introductie van strijkers heeft dan weer de invloed van klassieke
muziek de hoogte in gejaagd.

In zijn genre is Sigur Rós wellicht de meest toegankelijke grote
band. Veel heeft te maken met de aanwezigheid van vocals maar toch
is er meer dat de Sigur Rós-sound anders maakt dan het typische
post-rock-geluid. Terwijl die sound, zeg maar datgene waarmee
Explosions In The Sky en Mono zijn groot geworden, een belangrijk
deel van zijn effecten haalt uit contrastwerking in tempo en
geluidssterkte, is dit bij Sigur Rós nagenoeg niet terug te vinden.
De post-rock van Sigur Rós lijkt minder planmatig en wiskundig,
maar komt een stuk gevoelsmatiger over.

Het belang van strijkers heeft er vanaf ‘Ágætis Byrjun’ voor
gezorgd dat het geluid van Sigur Rós erg beeldend is geworden. De
muziek profileert zich ideaal als soundtrackmateriaal en de makers
van een blockbuster als ‘Vanilla Sky’ hebben dan ook niet
getwijfeld de IJslanders op hun score te zetten. Naast de
traditionele strijkers van de meisjes van Amiina (viool, alt-viool
en cello) is er natuurlijk nog de veel besproken gitaartechniek van
Jónsi, waarbij hij met een strijkstok voor cello unieke geluiden
uit zijn elektrische gitaar tovert. De techniek is zeker niet nieuw
– Jimmy Page experimenteerde daar ook mee – maar Sigur Rós heeft er
haar handelsmerk deels rond opgebouwd en is hierin zelf een
inspiratiebron geweest voor andere bands, zoals het Zweedse Ef. De
beelden en emoties die Sigur Rós oproept, gaan verder dan de
enigzins verwachte melancholie en Sigur Rós weet dan ook als geen
ander emoties als onschuld, hoop en zelfs vrolijkheid in muziek met
een hoge authenticiteitswaarde om te zetten.

De laatste belangrijke aantrekkingskracht heet Jón Þór Birgisson en
vult de functie in van zanger/gitarist. Jónsi is ongetwijfeld een
van de meest herkenbare zangers in de alternatieve rock van de
laatste tien jaar en heeft dit te danken aan zijn buitengewone
falsetto-stem. Wie zijn hoge zang vergelijkt met het geluid dat
zeezoogdieren produceren, is niet grappig meer.

sigurharf.jpgSigur Rós
– het nieuwe materiaal (Hvarf) (***1/2)

Wie via ‘Hvarf / Heim’ voor het eerst in aanraking komt met Sigur
Rós en zich een beetje in het genre kan vinden, valt wellicht
achterover van de muzikale pracht die het album kenmerkt. Wie
echter bekend is met een van de vorige drie full albums, of sterker
nog, alle drie, zal ook beseffen dat zowel ‘Heim’ maar vooral
‘Hvarf’ het verwachte Sigur Rós-niveau niet halen en eerder als een
zoethouder voor de fans fungeren, in afwachting van echt nieuw
materiaal.

Laten we even stellen dat een mindere Sigur Rós nog altijd een
sterke plaat kan zijn. Niet dat dit gold ten tijde van ‘Von’, maar
deze jongens moeten nu echt al hun best doen om iets slechts te
fabriceren. Twee nummers op ‘Hvarf’ vinden we dan ook ronduit
fantastisch en laat dat nu net de laatste twee zijn. Zowel op
‘Hvarf’ als op ‘Heim’ staat een bewerkte versie van ‘Von’, het
ingetogen titelnummer van het debuut dat daar al de kiemen tot iets
schitterends had. De ‘Von’ van ‘Hvarf’ is niet alleen bijna dubbel
zo lang, de song is ook een stuk aantrekkelijker. Strijkers waren
er toen nog niet, nu bepalen ze het wat zwaardere karakter van dit
nummer. Samen met het bekende gitaargeluid en ingehouden percussie
geven ze de song een behoorlijke lange intro mee. ‘Von’ kreeg een
fantastische, nergens uitbundige begeleiding – al gaat het volume
in de refreinen wel traag de hoogte in, is een stuk meer beklijvend
dan het origineel en had perfect op ‘Ágætis Byrjun’ gekund.

Het is opvallend dat het andere sterke nummer, ‘Hafsól’ of ‘zeezon’
ook een versie had op Sigur Rós’ debuut. ‘Hafsól’ is trouwens het
enige nummer op de hele dubbel-cd dat al eens in de eigenlijke
uitvoering is verschenen, als b-kant van de single ‘Hoppípolla’.
Net als ‘Von’ bestaat het nummer al twaalf jaar. Waar de eerste
versie nog bedoeld afwezig was door een onderwatereffect, heeft
Sigur Rós het nummer nu op het droge gesleept en wat opgeschud.
Geen idee wat Jónsi zingt, maar de vocals zijn prachtig, net als de
subtiele spanningsopbouw met een vroeg hoogtepunt gevolgd door een
nieuwe, luidere en drukker bezette boog die dezelfde functie
vervult.

De eerste drie songs op ‘Hvarf’ lijken doorslagjes van materiaal
dat vorige albums wel gehaald heeft en op zich zijn ze niet slecht,
maar Sigur Rós kan beter dan dit. Dan is openingsnummer ‘Salka’,
opgenomen in de periode van ‘( )’ nog het meest aantrekkelijke,
maar voor deze plaat was het duidelijk iets te mager. Toch is dit
vooral een luxeprobleem, want honderden bands zouden maar al te
graag tekenen voor een song van dit kaliber. ‘Hljómalind’ is
opvallend poppy en heeft te weinig diepgang om echt bij te blijven.
In ‘Í Gær’ lijkt Jónsi voortdurend “you, rhino” te zingen. Dat heb
je natuurlijk met hun verzonnen taaltje. Het nummer schuwt de
bombast niet, wat in het geval van Sigur Rós zeker geen nadeel
hoeft te zijn, maar maakt de verwachtingen van de aantrekkelijk
opgebouwde intro niet waar. Het slaagt er zelfs niet in de hele rit
interessant te blijven en is de meest teleurstellende track op deze
dubbelrelease.

sigurheim.jpgSigur Rós
– de akoestische versies (Heim) (****)

‘Heim’ betekent ‘huis’ en bevat zes bekende, akoestische nummers.
Telkens twee komen van ‘Ágætis Byrjun’ en ‘( )’, één van ‘Von’ en
van ‘Takk…’. Stuk voor stuk staan op ‘Heim’ zeer straffe songs
maar stuk voor stuk zijn de akoestische versies minder
aantrekkelijk dan de originele. Een nummer vormt hierop een
uitzondering: ‘Von’.

Als je de twee versies van ‘Von’ hoort, begrijp je waarom de band
dit nummer twee keer opnam. De ‘Von’ op ‘Heim’ vinden we eigenlijk
nog net iets sterker dan die op ‘Hvarf’ en benoemen we graag tot
meest bekorende song op deze twee schijfjes tout court. De intro is
aanzienlijk korter en de afwezigheid van elektrische gitaar maakt
het nummer nog fragieler. De aanpak van percussie en violen is
vergelijkbaar met de ‘Hvarf’-versie.

De eigenschappen van een akoestische versie van een song zijn nogal
eens dat het nummer warmer klinkt, alsook meer tot de essentie
gebracht. ‘Heim’ vormt hierop geen uitzondering. Het nadeel van
akoestische versies is dat die vaak braver overkomen en de
luisteraar minder kunnen overweldigen. Omdat vooral dit laatste bij
Sigur Rós niet onbelangrijk is, krijg je het gevoel dat de warmte
die de songs gewonnen hebben niet opweegt tegen het majestueuze dat
ze missen. ‘Vaka’, het openingsnummer van ‘( )’, is zonder de
gekende context best mooi maar mist de betovering van het
origineel. Dat je Jónsi beter kan verstaan, is gezien de verzonnen
taal maar een schamele troost. In ‘Staralfur’ komt de parelende
piano veel meer tot zijn recht maar elke verdere vergelijking die
met het origineel wordt gemaakt, is ten nadele van deze nieuwe
versie. Dezelfde lijn kan je doortrekken voor ‘Samskeyti’, ‘Ágætis
Byrjun’ (het nummer) en ‘Heysátan’: zonder voorkennis zijn deze
songs zeer geslaagd. Maar wie de oorspronkelijke versies heeft
gehoord, zal een gemis voelen.

sigurdvd.jpgSigur Rós –
de beelden (Heima) (*****)

In 2003 kreeg een band die nooit op de zender werd gedraaid, of
misschien twee keer na middernacht, de MTV Europe Award voor beste
video. De bekroning van de fantastische clip van ‘Untitled 1’ of
‘Vaka’ bewijst dat Sigur Rós heel wat aandacht besteedt aan het
visuele en de juiste mensen vindt om dit zoals gewenst op het
scherm te laten overkomen.

Het is absoluut niet makkelijk om een passende videoclip bij één
nummer te maken. Een fantastische film bij dertien nummers is zelfs
nog veel moeilijker. Tenzij je genoegen neemt met een eenvoudige
weergave van een concert of al je videoclips op hetzelfde schijfje
brandt. Sigur Rós zou echter Sigur Rós niet zijn als ze er niet
iets speciaals van wilden maken. ‘Heima’ is dat speciale. Het is
een pareltje.

De structuur van de eigenlijke film – want er is ook nog een tweede
dvd met beelden die ‘Heima’ niet gehaald hebben of in een andere
context worden belicht – is opgebouwd rond dertien nummers die
Sigur Rós live brengt en dat elk op een andere locatie in IJsland.
Door middel van een tournee door eigen land met gratis toegang
wilde Sigur Rós in 2006 een dankjewel zeggen aan hun thuisland en
de bevolking ervan. ‘Heima’ betekent dan ook thuis en voor Sigur
Rós voelde dit aan als tot rust komen in vertrouwde omgeving,
omringd door vrienden.

Meer dan in gelijkaardige muziekdocumentaires vestigt ‘Heima’ de
aandacht op het publiek. De camera zoekt geen snelle blik op een
mensenmassa maar individuen, gezichten, emoties. Sigur Rós speelt
echt tussen gelijken, waarbij opvalt dat alle leeftijden samen
deelnemen aan deze sociale activiteit. De bij momenten
adembenemende locaties waar de optredens plaats vinden – van een
heuveligachtige grasvlakte tot een vervallen vissersdorp met twee
inwoners – leven helemaal op wanneer Sigur Rós er haar intrede
doet. IJsland wordt dan ook voorgesteld als een erg volks land,
waar technologie nog geen vat heeft gekregen op de natuur en waar
een algemene levensvreugde en tolerantie heerst. Tijdens de
optredens, die vanuit verschillende hoeken in beeld komen, is er
ruimte voor passende natuurbeelden. Voor en na de dertien nummers
zijn de vier van Sigur Rós en de vier dames van het begeleidende
Amiina voortdurend aan het woord.

IJsland is het aards paradijs niet. Laten we niet vergeten dat
‘Heima’ een ode is en zoals dat met odes gaat, worden de negatieve
zaken niet belicht. Of in dit geval in beperkte mate wel, met name
de bouw van een stuwdam en de toenemende aluminiumontginning, iets
waar Sigur Rós zich tegen verzet. De zwartwit-tegenstelling van
goede en slechte landgenoten kon best wat nuance gebruiken. Een
aantal beelden is bovendien wat gratuit. Spelende kinderen in het
water, een lucht vol vliegers: een kleine smet op de originaliteit
van het overige beeldmateriaal. Met dezelfde technische crew was
iets fantastisch in Vlaanderen ook mogelijk geweest, hoewel de
IJslandse natuur wellicht nog iets aparter is. Toch opnieuw,
‘Heima’ is geen geografische documentaire maar eerder een
schitterende publiciteitsspot.

Tussen al die beeldenpracht zou een mens nog de eigenlijke muziek
vergeten. Op twee songs na zijn alle nummers bekend en voldoet het
niveau aan de verwachtingen. De zes akoestische songs op ‘Heim’
stammen trouwens van deze opnames. Nieuw is het leuk klinkende
‘Gítardjamm’, waarin Jónsi enkel met de vier strijkers en zonder
publiek optreedt. Het meest opvallende nummer echter is ‘Á Ferð til
Breiðafjarðar vorið 1922’ en dit door de gastzanger Steindór
Andersen, die een door Sigur Rós begeleide psalm zingt. Intussen
geniet het publiek van een buffet met op het menu gebakken
schapenkoppen. Smakelijk.

‘Heima’ is grotendeels een verdienste van regisseur Dean DeBlois,
in een vorig leven nog voor Disney actief bij films als ‘Mulan’ en
‘Atlantis’, en evenzeer van de beeldregisseurs. Deze ‘Heima’ is de
enige film die Sigur Rós kon verdienen. Als u uw eindejaarsinkopen
nog niet achter de rug hebt, laat dit dan onze tip zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =