Robert Plant & Alison Krauss :: Raising Sand

Dé samenwerking van 2007 komt op conto van Robert Plant en Alison Krauss. Het is even in de kruin krabben met de plaat in de hand, maar vertrouw hem toe aan je cd-speler en hij loopt in het oor als zand door een zandloper. Verrassender dan Mark Lanegan en Isobel Campbell.

Nee, die zagen we echt niet aankomen. Terwijl alle ogen op het reünieconcert van Led Zeppelin gericht waren, warmde Robert Plant al even de stembanden om aan de zijde van Alison Krauss deze Raising Sand in te blikken. De rockstrot van een der grootste bands ooit heeft weinig introductie nodig, Alison Krauss hokt in de vrij geïsoleerde bluegrass and countryscene, waar ze al op jonge leeftijd naam maakt als zangeres en violiste. Een merkwaardig en onverhoopt verstandshuwelijk op het eerste zicht, dat op zijn minst wat uitleg verdient.

Plant zit namelijk niet verlegen om een soloproject, maar duetten van hem waren ons tot voor kort onbekend. Krauss werd uit haar brave vakje van bluesgrass weggelokt, de veilige haven waar ze al sinds haar zestiende ronddobbert. Grote architect van dit alles is producer T Bone Burnett. Plant en Krauss ontmoetten elkaar al een paar jaar eerder rond een koffiepot, maar het was Burnett die van dit project werk van maakte. Hij koos de meeste songs — een collectie haast vergeten folk- en countryvehikels — en stelde de gelegenheidsband Blue Glow samen, met onder andere de geniale gitarist Marc Ribot.

T Bone Burnett, die in vervlogen tijden het zout op zijn patatten verdiende als songschrijver en performer, voelde het ook jeuken en bestrijkt op dit album af en toe wat snaren. De man excelleert tegenwoordig vooral als producer, ondanks een release/nakomertje in 2006. Als producer won hij een Grammy voor de uitstekende soundtrack van O Brother, Where Are Thou?, mét onder andere Alison Krauss. Ook bij dit project is goed te zien hoe vanuit een visioen naar een uitstekend resultaat wordt toegewerkt. Of zoals het duo verwoordt: “Gratitude to T Bone and the Blue Glow who steered an old dog to new tricks”.

New tricks indeed.Krauss zong nog nooit met zoveel cool als in opener “Rich Woman” en Plant haalt harmonieën uit zijn achterzak waarvan we nooit het bestaan kenden. Het fijne aan deze plaat is dat het geen duettenbundel in de klassieke zin van het woord geworden is. Noem het een dialoog: de ene keer samen, dan weer apart, zoals Krauss in “Sister Rosetta Goes Before Us” of Plant in “Fortune Teller”, waarbij de partners zich beperken tot ingetogen achtergrondklanken. De sirenebenadering van Tom Waits’ “Trampled Rose” door Krauss is een van de absolute hoogtepunten van dit album en daar blijft Plant dan ook, zoals het hoort, met de stembanden af.

“Polly Come Home” van Gene Clark gaat zo traag dat het bijna achterstevoren afspeelt. Maar wat het aan snelheid mist (zo’n 25 BPM) maakt het goed aan efficiëntie (de schildpad en de haas, weet u wel). De song slaagt er in om iedere van de 336 seconden even interessant te blijven klinken. Even efficiënt maar met een flinke mep op het achterste is “Gone, Gone, Gone (Done Moved On)”, een sympathieke Everly Borthers-erfenis. Het is soms verbluffend hoe intiem de stemmen in elkaar gestrengeld zijn, als waren het de lichamen van twee geliefden. In “Stick With Me Baby” houden ze nog nét de kleren aan.

Ondertussen zijn de stemmen van Plant en Krauss zo verliefd op elkaar dat er een wereldtournee aangekondigd werd voor volgend jaar. Wie er op hoopt dat Led Zep de enorme markt bevredigt van fans die het reünieconcert misten, beseft dat het voor Robert Plant wel eens een erg druk jaar zou kunnen worden. Maar zelfs voor wie geen fan is van ‘de lederen broek’ raden we toch minstens aan deze vocale relatie met Krauss een serieuze kans te geven. Het duo blinkt niet alleen uit in grensoverschrijdende complementariteit, dankzij Burnett wordt ook nog eens de zilverpoets over een resem (soms hardnekkig) belegen songs gehaald, en vervolgens vakkundig opgediend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =