The Kingdom




Ik heb nog niet vaak zo’n dubieuze film gezien als ‘The
Kingdom’. Hoe langer hij duurde, hoe duidelijker het werd dat dit
een film was met een onvermijdelijk politieke setting (het
Midden-Oosten), maar die toch continu z’n best zat te doen om
niemand voor het hoofd te stoten. Een film die moslims en
extreem-rechtse rednecks broederlijk samen kunnen gaan
zien. Je zou ‘The Kingdom’ perfect kunnen afbranden als een stukje
generische actiecinema, met een misselijke politieke boodschap, die
oproept tot Amerikaanse militaire actie in Saoedi-Arabië. En
anderzijds zou je ook kunnen zeggen dat het een film is die op een
clevere manier de spanningen tussen oost en west in de verf zet.
Het hangt er maar van af op welke elementen je je wilt concentreren
en of je je laat overtuigen door de politiek correcte knipoogjes
die regisseur Peter Berg er zeer bewust heeft ingestoken.

Het verhaal begint wanneer de familiepicnick van een grote groep
Amerikaanse oliewerkers in Saoedi-Arabië het slachtoffer wordt van
een terreuraanslag. Mannen, vrouwen en kinderen worden willekeurig
neergemaaid met machinegeweren, een terrorist blaast zichzelf op en
een tijdje later, wanneer de hulpdiensten ter plaatse zijn,
ontploft er ook nog eens een krachtige autobom. Ronald Fleury
(Jamie Foxx), een speciaal agent van het FBI, dringt erop aan om
met een klein team naar Saoedi-Arabië te vliegen om de zaak te
onderzoeken, maar de autoriteiten willen de goede relaties met de
overheid ginder (en de resulterende oliestroom) niet op het spel
zetten. Met de nodige manipulaties weet Fleury het toch te regelen
en dus trekt hij er op uit om de verantwoordelijken voor de aanslag
op te sporen, samen met agente Janet Mayes (Jennifer Garner),
bomexpert Grant Sykes (Chris Cooper) en de obligate vierde man,
Adam Leavitt (Jason Bateman), wiens taak schijnbaar bestaat uit het
debiteren van flirterige opmerkingen tegen la Garner.

De film begint erg sterk, met een inventieve openingsmontage die
ons in sneltreinvaart door de geschiedenis van Saoedi-Arabië voert
sinds daar in 1933 olie werd gevonden. Het contrast tussen een
devoot religieus moslimvolk en een koningshuis dat zich maar al te
graag door de Amerikanen liet rijk maken in ruil voor zwart goud,
wordt snel en op een scherpe toon uit de doeken gedaan. Heel even,
tijdens die eerste minuten, denk je dat ‘The Kingdom’ effectief een
film zal worden die iets te zeggen heeft over Amerika en het
Midden-Oosten, vooral wanneer er fijntjes wordt opgemerkt dat 15
van de 19 kapers op 9/11 Saudi’s waren, zonder dat dat enige
gevolgen had voor dat land. Vraag aan honderd Amerikanen of er een
link bestaat tussen de aanslagen van 11 september en Saoedi-Arabië,
en niet veel mensen zullen positief antwoorden – maar zo hoort het
ook, want de olie moet nu eenmaal blijven stromen.

Na die montage toont Peter Berg dat hij best overweg kan met
actiescènes: de aanslag op de oliewerkers wordt energiek maar
overzichtelijk in beeld gebracht, en geeft er meteen een
intensiteit aan die de film, ongeacht z’n verdere kwaliteiten of
het gebrek daaraan, nooit meer kwijtspeelt. Het is echter eens we
die set-up hebben gehad, dat het stilletjes begint mis te lopen met
‘The Kingdom’. Wat begon als een venijnige politieke thriller,
ontaardt al snel in een clichématige, niet bijster geloofwaardige
policier, die zich bedient van gemakzuchtige
verhaalconventies om z’n punten duidelijk te maken. Voorbeeld: om
Fleury een menselijke gedaante te geven, wordt hij geïntroduceerd
via een mierzoete scène waarin hij het kleuterklasje van zijn
zoontje toespreekt. Meteen een handige manier om ons duidelijk te
maken dat dit iemand is die deugt. Zijn frustratie met de
bureaucraten in Washington wordt dan weer vormgegeven in een paar
ontmoetingen met gluiperige figuren in maatpakken (Danny Huston en
Jeremy Piven maken hun opwachting), die bijna letterlijk zeggen dat
ze de Saudi’s niet tegen zich in het harnas willen jagen wegens
financiële belangen. Fleury doet dan maar wat elke warmbloedige
Amerikaan zou doen: hij chanteert de ambassadeur van Saoedi-Arabië
om er toch naartoe te kunnen trekken.

Op die manier komt de film bol te staan van simplistische
scènes, die de mogelijke complexiteit van het verhaal continu uit
de weg gaan. Ondanks het sterke begin, wordt al snel duidelijk dat
Berg van plan is om twee uur lang om de hete brij heen te blijven
draaien. In plaats van ook maar een klein beetje een standpunt in
te nemen over de politiek, wordt die hele situatie gedegradeerd tot
louter een achtergrond voor een eenvoudige actiethriller. Naarmate
het onderzoek zich ontwikkelt, ontpopt ‘The Kingdom’ zich tot een
soort ‘CSI: Riyadh’, waarin de slimme Amerikanen aan de Saudi’s
gaan uitleggen dat het misschien een goed idee is om de krater die
de bom heeft achtergelaten, leeg te pompen en te zoeken naar
bewijsmateriaal. Tijdens het laatste half uur verandert Peter Berg
nogmaals van versnelling en wordt ‘The Kingdom’ een volschalig
action extravaganza, dat zich duidelijk heeft laten
inspireren door ‘Black Hawk Down’.

Het politieke aspect is echter onvermijdelijk aanwezig als je
een film in Saoedi-Arabië laat plaatsvinden, en gebaseerd op wat je
hier te zien krijgt, kun je de makers evengoed verdenken van
reactionaire trekjes als van liberaal-linkse sympathieën. Enerzijds
kan de hele premisse van de film beschouwd worden als een
argumentatie voor de VS om zich toch maar te gaan mengen in
Saoedi-Arabië, want het zit daar blijkbaar vol met terroristen.
Anderzijds bedient de plot zich van het personage Faris Al Ghazi
(Ashraf Barhom), een lokale flik, als excuus-Achmed. De rol van
Faris is duidelijk geschreven opdat Berg zou kunnen zeggen: “Hey,
kijk eens, ik heb er een sympathieke Saudi ingestoken, nu kun je me
niet van racisme beschuldigen!” En voor het geval we dat niet
pikken, geeft hij ons ook een ironische laatste scène, die iets –
ongetwijfeld zeer diepzinnigs – dient te zeggen over de zinloosheid
van wraakgevoelens aan beide kanten.

Zegt u het maar: zijn die scènes hypocrisie of gelooft u echt
dat Berg geen kwaad in de zin had? Het feit blijft dat Faris enkel
een sympathiek personage is omdat hij dezelfde waarden
vertegenwoordigt als de Amerikanen – hij is niet zozeer
white, als wel American on the inside. En wat
haalt een ironische steek op het einde precies uit als je eerst een
half uur lang moslimextremisten hebt zitten opblazen in de
‘Rambo’-achtige finale van je film? Die hele climax, met meer
shoot-outs dan op een slechte avond in zuid Los Angeles,
is ervoor ontworpen om je te doen juichen telkens er een Arabier
dood van een dak valt. Eens je dat achter de kiezen hebt, valt een
voetnoot zoals “jamaar, ook Amerikanen kunnen fout zitten, hoor” in
dovemansoren.

De acteurs zijn onopmerkelijk, zoals meestal in dit soort films.
Jamie Foxx heeft nog steeds niets gedaan om zijn oscar te
verantwoorden, en staat hier grotendeels op automatische piloot te
acteren. Jennifer Garner overtuigt geen moment als harde legerlady
(hoewel ze wel fotogeniek en suggestief op een lolly kan zuigen) en
Chris Cooper had zich beter voor een ander script later
engageren.

De actiescènes zijn goed in elkaar gestoken en er hoeft zich
hier niemand te vervelen, maar ‘The Kingdom’ verkwist een
potentieel interessant uitgangspunt om er een oppervlakkige
shoot ’em up van te maken, die nooit echt politieke kleur
durft te bekennen. Hoewel ze wél lekker inspelen op collectieve
Amerikaanse wraakfantasieën op terroristen, dat wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =