Der Blaue Engel




106

Dvd-release via
Living Colour Entertainment, oktober 2007

Marlène Dietrich werd een ster in netkousen en met jarretellen
in ‘Der Blaue Engel’. Met ontblote dijen en een smeulende blik die
van onder een blond permanent de zaal in loerde, een voluptueus
lichaam (dit waren de dagen voordat anorexia mooi werd gevonden) en
een stem die nog niet het asbakkentimbre had waar ze later bekend
voor zou worden, veroverde ze een plaats in de filmgeschiedenis.
‘Der Blaue Engel’ wordt voortdurend geassocieerd met haar
vertolking, hoewel de prent oorspronkelijk bedoeld was als een
sterrenvehikel voor Emile Jannings – maar die had natuurlijk niet
zo’n mooie benen als Dietrich. Tegenwoordig is de film één van die
klassiekers waar iedereen van gehoord heeft, maar die maar weinig
mensen effectief hebben gezien. Behalve dan die beroemde shots van
een zingende Marlène Dietrich, natuurlijk, die kent iedereen.

Het verhaal draait rond de conservatieve, brave professor
Immanuel Rath (Emil Jannings), die literatuurlessen geeft aan een
middelbare school. Op een dag betrapt hij enkele leerlingen met
postkaarten van de wulpse danseres Lola (Dietrich) – foto’s die
naar huidige standaards een toonbeeld van zedigheid zouden zijn,
met talloze rokken en onderrokken (of op z’n minst pluimen), maar
die bij Rath de hemdsboord behoorlijk doen knellen. Die avond trekt
hij zelf naar Der blaue Engel, het revuetheater waar Lola optreedt,
om haar te vragen zijn leerlingen niet langer te corrumperen. Maar
zelf is hij ook niet immuun voor verleiding: hij wordt verliefd op
Lola en legt zijn carrière en reputatie in de waagschaal om bij
haar te kunnen zijn.

Er bestaat een grote, en begrijpelijke neiging om elke Duitse
film uit de jaren dertig te gaan interpreteren in het licht van het
politieke klimaat – op het moment van filmen begon de Nazipartij
immers aan z’n opmars. Drie jaar later waren ze aan de macht, en
terwijl Emile Jannings zich liet verleiden om op te draven in
propagandafilms, trokken Dietrich en regisseur Josef von Sternberg
naar Amerika. Bij sommige films uit die tijd is het leggen van die
link tussen de politiek en de inhoud van het verhaal zeker te
verantwoorden – kijk maar naar Fritz Langs ‘M’ – maar hier mikt von
Sternberg op een universeler verhaal. Uiteindelijk gaat het over
een man die zich in een onderwereld waagt waar hij niet thuishoort,
en daar dan ook voor wordt afgestraft. Professor Rath is een man
van de literatuur, van de kunst met een grote K, die zijn leven
probeert te leiden volgens verheven principes. In het cabaret van
Lola is hij helemaal verloren – gezang, gejoel en vooral
seksualiteit (Dietrich strààlt vuile manieren uit) zijn dingen waar
hij niet thuis in is en zich niet comfortabel bij voelt. Het is het
klassieke verhaal van een weerloze man die – onheilspellend
tromgeroffel mag daar gerust bij – verleid wordt door een slechte
vrouw. De bofkont. Dat zijn allemaal thema’s die verder reiken dan
een politieke context. Von Sternberg en co deden er trouwens alles
aan om de buitenlandse markt aan te spreken; simultaan met de
Duitse film, werd er ook een Engelstalige versie opgenomen.

Von Sternberg is erg efficiënt in de manier waarop hij de
ondergang van Rath weet te schetsen. Hoe dieper hij betrokken raakt
in de wereld van Lola, hoe minder de mensen om hem heen hem nog
respecteren. De academische wereld waar hij in thuis was, laat hem
vallen als een baksteen, en in het cabaret van Der blaue Engel is
hij louter een clown, op wiens hoofd eieren worden gebroken door
een goochelaar. Langzaam maar zeker verliest hij al zijn
waardigheid, wat aanleiding geeft tot een finale die zelfs nu, dik
75 jaar na dato, nog steeds pakkend is. Von Sternberg vermijdt
sentimentele clichés en geeft ons een einde dat op een
understated, bijna geruisloze manier aantoont hoe diep
Rath wel is gezonken en hoe ver de vernederingen reiken die hij
moet ondergaan, zowel van Lola als van zijn ex-collega’s. Je
waardigheid verliezen doe je niet zomaar – het kost tijd, tot je op
een bepaald moment in de spiegel kijkt en een clown terug ziet
staren.

‘Der Blaue Engel’ was de eerste Duitse geluidsfilm, en waar veel
van zijn tijdsgenoten geluid nog beschouwden als een vormelijk
experiment, waar erg voorzichtig en doelbewust mee omgesprongen
moest worden, probeert von Sternberg er zoveel mogelijk
naturalistisch mee om te gaan. In de vroege geluidsfilms van Fritz
Lang bleven bepaalde scènes opzettelijk zonder geluidseffecten, om
de nadruk te leggen op de beelden – een interessante werkmethode,
maar sowieso wel één die de aandacht op zichzelf trok. Hier wil von
Sternberg realistisch te werk gaan, hoewel hij er niet altijd
helemaal in slaagt. Let op de omgevingsgeluiden telkens wanneer de
personages een deur open en dicht doen: is de deur open, dan hoor
je het lawaai uit de belendende kamer volop; wordt de deur
gesloten, dan hoor je plots niets meer. Dat heb je dan als je
pionierswerk verricht.

Los daarvan toont de visuele stijl nog sterke invloeden van het
Duits expressionisme uit de stomme film: let op de ontzagwekkend
scheve huisjes, de barokke decors en, algemener, de overdreven
gebaren van de acteurs. Ook close-ups zijn zeldzaam: von Sternberg
filmt heel wat scènes in long shot, en dan nog vaak alles
in één take. Geen overbodige beeldovergangen, wat ook weer doet
denken aan de stilistiek van de stomme film. Stijlvormen die je al
jarenlang gebruikt, leer je nu eenmaal niet zomaar af. ‘Der Blaue
Engel’ bevindt zich dan ook op een boeiend scharniermoment tussen
stomme en gesproken cinema, waarbij de regisseur zichtbaar zijn
best doet om een nieuwe technologie op een natuurlijke manier in
z’n film op te nemen, maar het toch moeilijk heeft om afscheid te
nemen van zijn traditionele werkmethodes.

Films die een dergelijke gezegende leeftijd hebben bereikt als
‘Der Blaue Engel’, zijn bijna per definitie interessant op
filmhistorisch en/of technisch vlak (anders zouden ze
waarschijnlijk niet overleefd hebben), maar de vraag of ze ook
gewoon op een dramatisch niveau kunnen blijven boeien, is weer iets
helemaal anders. Je kunt het dan wel hebben over het geluid en de
beeldvoering, maar ben je ook een beetje méé in het verhaal?
Gedeeltelijk. Het tempo ligt naar huidige normen erg laag – wat
niet per sé zo hoeft te zijn, kijk maar naar ‘M’ of ‘Metropolis’, nochtans
films uit hetzelfde tijdperk – en de thematiek van de slechte vrouw
(netkousen draagt ze! Netkousen zeg ik u! In het openbaar!) is
onderhand ook wel achterhaald. Het is vooral de triestige
personageontwikkeling van Emile Jannings die voor een emotionele
link blijft zorgen.

Moet u dan toch gaan kijken? Absoluut – uiteindelijk is dit een
onmiskenbaar stukje filmgeschiedenis, met een aantal fantastisch
sterke scènes en de dijen van Marlène Dietrich. Vooral dat.

Dvd-extra’s: Audiocommentaar, screentest van
Marlène Dietrich, interview met Marlène Dietrich (1971), trailers,
screen comparisons

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =