The Warriors




89

1979 was een goed jaartje voor Walter Hill. Als producent was
hij betrokken bij de geboorte van de ‘Alien’-reeks, een
franchise die hem ook nu nog ongetwijfeld een vette
jaarlijkse royalties-cheque bezorgt. (Wat zeggen we dan?
Dank u, Ridley Scott!) En als regisseur beleefde hij zijn
definitieve commerciële doorbraak met het controversiële ‘The
Warriors’, een megahit over een bendeoorlog in New York. Niet voor
het eerst en niet voor het laatst werd een film beschuldigd van
(gedeeltelijke) verantwoordelijkheid voor reëel straatgeweld – ‘The
Warriors’ ontwikkelde zich immers tot een must-see film
voor echte bendeleden, en wanneer die elkaar tegenkwamen in de
cinema, durfde het er al wel eens bovenarms op te zitten. De
vulling van de zeteltjes vloog in het rond, maar de reputatie van
de prent was meteen gevestigd en de kassa’s rinkelden. Hoewel hij
sindsdien natuurlijk wel een flinke knauw heeft gekregen van de
tand des tijds, blijft ‘The Warriors’ overeind staan als een
verrassend suspensevol tijdsdocument.

Het verhaal speelt zich af ergens in een zwaar gestileerde
versie van New York – het kan de nabije toekomst zijn, of gewoon
het heden maar dan net iets anders. Meer dan 200 gangs
maken de straten onveilig, elk met hun eigen gebied, en ze maken er
een sport van om elkaar regelmatig in de haren te vliegen. Tot
Cyrus, een charismatische bendeleider, besluit om een algemene
vergadering te beleggen. Negen leden van elke bende komen er
ongewapend naartoe om te horen waren hij te zeggen heeft: “Er
zitten 60.000 mensen in een bende in New York,” weet Cyrus te
vertellen, “terwijl er maar 20.000 flikken zijn. Als we allemaal
samenwerken, kunnen we de stad helemaal overnemen.” Cyrus z’n idee
wordt op gejuich onthaald, tot iemand in het publiek besluit om
voor spelbederver te spelen en hem vermoordt. In de daarop volgende
chaos duidt iemand de afgevaardigden van The Warriors, een bende op
Coney Island, aan als de daders. The Warriors moeten nu proberen om
terug op hun eigen, veilige terrein te geraken, terwijl zowat alle
andere bendes in de stad én de politie achter hen aan zitten.

Eén van de redenen voor het financiële succes van ‘The Warriors’
was de perfecte timing waarmee de film de wereld werd ingestuurd.
Tijdens de jaren zeventig ontstond voor een groot deel de publieke
perceptie van New York als een onveilige stad, vol messentrekkers,
waar je ‘s avonds beter niet meer op straat komt. Eén van de films
van toen die de tijdsgeest helemaal wist te vatten, was ‘Taxi Driver’, en wie die
prent heeft gezien, weet dat je dan geen reden hebt om te juichen.
‘The Warriors’ bevestigde dus een soort van publieke angst. En zo
masochistisch zijn we nog wel, dat we er ergens wel van kunnen
genieten om onze ergste angsten bevestigd te zien, zeker als dat
veilig op een cinemascherm kan gebeuren.

Maar belangrijker dan dat zijn de kwaliteiten van de film,
buiten de context waarin hij verscheen. Het verhaal is kinderlijk
eenvoudig (en zéér losjes gebaseerd op een Griekse vertelling over
een bataljon Spartanen dat zich een weg door Klein-Azië moest
vechten), maar Hill geeft er een interessante extra dimensie aan
door van de verschillende bendes verschillende vertegenwoordigers
te maken van de Amerikaanse samenleving. The Warriors zelf
inspireren zich voor hun look en hun manier van handelen
op de Indianen. De bende van Cyrus, de machtigste van de stad,
bestaat uitsluitend uit zwarten. De leden van een andere bende
dragen dan weer allemaal baseball-uniformen (en als er nu iéts
typisch Amerikaans is). Een andere gang bestaat uit
skinheads, en de bende die écht verantwoordelijk was voor de dood
van Cyrus, uit hagelblanke, verwende rijkeluiszoontjes die allemaal
in een leren vest rondlopen en daarmee de bikers van de
jaren vijftig lijken op te roepen. Allemaal maken ze een belangrijk
en herkenbaar deel uit van de Amerikaanse maatschappij zoals ze is
en zoals ze was. Door er rivaliserende bendes van te maken, die
elkaar regelmatig de hersenen inslaan over een klein stukje land,
suggereert Walter Hill hier een grootsteeds Amerika dat in een
oorlog met zichzelf verwikkeld is.

Da’s een interessant idee, maar goed, het zou ook maar wat
semi-intellectueel geneuzel zijn als de film op een emotioneel
niveau niet werkte. Geen zorgen: ‘The Warriors’ is ook
doodeenvoudig een erg spannende film. Hill geeft een bijna surreële
look aan zijn versie van New York, zonder té ver te gaan
en te verzanden in kitsch (wat hij enkele jaren later in ‘Streets
of Fire’ wel zou doen). De belichting van de straten krijgt een
vreemde groene schijn mee, de sets zijn uiteraard altijd fotogeniek
nat gespoten en – wat heel belangrijk is – er zijn ook nauwelijks
figuranten in terug te vinden. De wereld van ‘The Warriors’ bestaat
vrijwel uitsluitend uit bendeleden en flikken – gewone burgers
duiken zeer sporadisch eens op om op de achtergrond te staan in de
metro, maar zelfs dan nog zijn ze onwezenlijk zeldzaam. Het effect
daarvan is bizar en lichtjes ontregelend – ‘The Warriors’ speelt
zich af in een versie van de werkelijkheid die sterk lijkt op de
onze, maar toch niet helemaal hetzelfde is. We kunnen ons er nooit
helemaal op ons gemak voelen. Ook het spaarzame gebruik van de
muziek helpt daarbij. Heel wat suspensescènes spelen zich enkel met
omgevingsgeluid af, wat de spanning verhoogt. Let op een scène
waarin The Warriors in een metrotrein staan te wachten tot de
deuren zullen sluiten. Plots horen ze voetstappen in het station,
maar ze weten niet van wie en ze kunnen ook niets zien. Het enige
dat we horen zijn die voetstappen, het enige dat we zien zijn de
nerveuze gezichten van de opgejaagde Warriors. En de spanning is te
snijden – allicht veel meer dan als Hill het hele gebeuren nog eens
had onderstreept met muziek.

De acteurs zijn grotendeels oké, hoewel er niet echt sprake is
van stand-outs. De enige die er echt uitspringt, is
geboren griezel David Patrick Kelly (u kent ‘m misschien nog uit
‘Twin Peaks’), die afdoende bewijst dat het geluid van bierflesjes
die tegen elkaar rinkelen pokke-irritant kan zijn. Voor het overige
blijven de acteurs toch een beetje in de schaduw staan van het
concept waar ze in verzeild zijn geraakt.

Maar goed, ‘The Warriors’ blijft sowieso één van de beste films
uit Hills (weliswaar ontzettend wisselvallige) carrière. De stijl
ervan getuigt misschien wat al te duidelijk van de tijd waarin hij
gemaakt is, maar de ideeën erachter zijn nog altijd even sterk en
de uitvoering nog steeds even suspensevol. Knap gedaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 1 =