Mr Brooks




115

Nu hij definitief heeft moeten inzien dat het supersterrendom
voltooid verleden tijd voor hem is (wég zijn de dagen van Robin
Hood te spelen met een fout nekdekentje en zwaar Amerikaans
accent), heeft Kevin Costner schijnbaar besloten om zichzelf
geleidelijk aan te heruitvinden als quasi-serieus acteur. Begin de
jaren 2000 was hij daar al stilletjes mee bezig met de politieke
thriller ’13 Days’, maar met projecten als ‘The Upside of Anger’ en
nu deze ‘Mr Brooks’ toont hij dat het hem menens is. Whitney
Houston binnendoen lukt hem niet meer (wie zou dat trouwens nu nog
willen?) en de moord op Kennedy raakt toch niet meer opgelost, dus
vijzelt hij z’n geloofwaardigheid maar op met dit soort
slightly loco rollen. Alle respect voor hem, zeker omdat
de resulterende film, ondanks een hoop gebreken waar je moeilijk
naast kunt kijken, al bij al niet zo slecht is.

Costner speelt Earl Brooks, een zakenman die de American Dream
tot in de puntjes heeft waargemaakt: als self-made man
heeft hij zijn eigen bedrijf uit de grond gestampt, waarvoor hij nu
tot “zakenman van het jaar” wordt uitgeroepen. Hij woont in een
kast van een huis, is gelukkig getrouwd en heeft een puberende
dochter. Wat echter niemand weet, is dat Mr Brooks ook een
schizofreen is, die vrijwel continu samenleeft met een moordend
alter ego (gespeeld door William Hurt, die een aanzienlijk deel van
de film op de achterbank van auto’s doorbrengt). Samen met die
moordzuchtige ingebeelde vriend, die alleen Mr Brooks zelf kan
horen en waar hij lange gesprekken mee voert, pleegt hij al
jarenlang de éne gruwelijke moord na de andere. De politie kent hem
als de fingerprint killer, maar staat nog nergens met het
onderzoek. Verbeten inspecteur Tracy Atwood (ze hebben Demi Moore
uit de vuilnisbak van nineties leftovers opgevist!) is
echter vastbesloten om de dader te vinden.

Het verhaal van ‘Mr Brooks’ heeft in opzet heel wat potentieel,
als commentaar op het streven naar succes volgens Amerikaanse
standaards. Een beetje in navolging van Patrick Bateman uit
American
Psycho’
, is Mr Brooks de man die alles heeft en die binnen zijn
eigen kringen wordt aanzien als iemand die erbij hoort; een
volbloed lid van de gepriviligeerde klasse. Maar dat materiële en
financiële succes heeft een verschrikkelijke schaduwzijde. Het is
een zoveelste – zij het interessante – variant op het ‘Jekyll &
Hyde’-verhaal: alle succesverhalen hebben een duistere kant.

Dat idee zit er dus wel in, en in z’n beste scènes weet
regisseur Bruce A. Evans behoorlijk wat suspense op te hangen aan
dat basisconcept. Ik verraad echt niet te veel door te zeggen dat
Mr Brooks op een bepaald moment in z’n kantoor benaderd wordt door
een man die foto’s van hem heeft op de plaats delict van een moord.
Costner zegt tegen z’n secretaresse om de heer in kwestie in een
vergaderzaal te zetten en gaat daarna naar hem toe. Je weet niet of
hij hem gaat vermoorden of uitbetalen, maar Costners gezicht op het
moment dat hij de foto ziet en de manier waarop hij zijn gesprek
toch kan verderzetten, zijn geweldig. En zo van die momentjes zijn
er nog, waaronder de moord op een man en zijn advocate terwijl die
stoute dingen met elkaar aan het doen zijn. Op die momenten zie je
wat ‘Mr Brooks’ had kunnen zijn, had Evans dat niveau de hele tijd
kunnen aanhouden. Want ja, soms is het spannend, en de thematiek
van een doodnormaal uiterlijk tegenover een zwaar verziekte
binnenkant is echt wel sterk genoeg om een film te dragen. Zelfs
bepaalde kunstmatige ingrepen in het scenario storen nauwelijks,
omdat ze nu eenmaal deel uitmaken van de stilistiek van de film –
zo voert Costner vaak lange gesprekken met William Hurt, terwijl de
andere personages er gewoon een beetje bij blijven staan, zonder
dat ze Costner in het ijle zien staan spreken of zonder dat er voor
hen bizar lange pauzes in het gesprek vallen. Alles wat Costner en
Hurt tegen elkaar zeggen, is immers geheel mentaal, en gebeurt in
werkelijkheid allicht aan de snelheid van een gedachte. Da’s een
artificiële ingreep, ja, maar ze stoort nauwelijks eens de regels
van het spel duidelijk zijn geworden.

Wat ‘Mr Brooks’ uiteindelijk toch de das omdoet, is het feit dat
Evans en co-scenarist Raynold Gideon er continu van alles bijslepen
dat eigenlijk niks in de film te zoeken heeft. Zo ontsnapt er
plotseling een gevangene die Demi Moore een tijdje geleden achter
de tralies heeft gestoken, en die nu wraak op haar wilt nemen. Die
nevenplot heeft zo goed als niets met de hoofdlijn van de film te
maken, en geeft zelfs aanleiding tot een belachelijke actiescène,
die uit een aflevering van ‘Die Hard’ weggelopen
lijkt, maar in de context van deze film nergens op slaat. Ook een
plottwist rond de dochter van Mr Brooks is op z’n zachtst gezegd
ongeloofwaardig, en zorgt voor een aantal bad laughs. Dit
had echt een goede film kunnen zijn, als de makers zich hadden
geconcentreerd op hetgeen er echt toe deed, en zich voor de rest
wat minder zijsprongetjes hadden gepermitteerd. Wél positief is dat
Evans niet in de voorspelbare val trapt om een psychologisch
spelletje op gang te trekken tussen Costner en Demi Moore. In quasi
elke andere Amerikaanse film rond dit thema zouden er
waarschijnlijk plagerige telefoontjes en verborgen boodschappen
over en weer zijn gegaan tussen hen beide, maar dat is nu net één
punt waarop de scenaristen zich aan de werkelijkheid houden: Mr
Brooks neust wel even op het internet rond wie er nu precies achter
hem aan zit, maar verder blijft hij zo ver mogelijk van haar
weg.

Costner zelf is goed bezig als kraaknette psychopaat. Hij gaat
voor een ingehouden vertolking, die suggereert dat Mr Brooks àltijd
de controle over elke situatie blijft behouden, ook al pleegt hij
dan een moord. Je hebt twee soorten Hollywood-psychos:
degene die staan te roepen en te tieren dat het geen naam meer
heeft, en degenen die onder alle omstandigheden ijzig kalm blijven.
Mr Brooks is er één van de laatste soort, vooral ook omdat alle
openlijke waanzin aan zijn alter ego, William Hurt, wordt
toebedeeld. Hurt amuseert zich kostelijk met een rol die je een
verder uitgewerkte variant zou kunnen noemen op zijn personage in
‘A History of Violence’. Ja, hij gaat er dan wel weer óver, maar de
fun value van zijn vertolking is zo groot dat je dat
nauwelijks stoort. Demi Moore, die al een dikke tien jaar geen
dragende rol meer heeft gehad in een film, keert terug van haar
botoxbehandelingen en ongetwijfeld eindeloos gestoei met toy
boy
Ashton Kutcher, om een zo-zo prestatie af te leveren.
Hoewel haar dialogen tamelijk geloofwaardig uit haar mond komen,
blijft ze aan de oppervlakte van haar personage krabbelen.

Dat is wat je dan noemt: een gemiste kans. Slecht is het niet,
er zitten interessante dingen in, maar je moet die dingen wel gaan
zoeken tussen de bij de haren gesleurde plotwendingen en bizarre
toonwisselingen. Nog eens een paar weken achter de montagetafel
kruipen zou ‘Mr Brooks’ absoluut geen kwaad doen. Er zit immers een
strakke thriller in de film verscholen. Het enige dat hij nodig
heeft, is een goeie monteur die die thriller er uit kan halen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 18 =