Delirious





107 min/VS/ 2006

Paparazzi kunnen zowel een vloek als een zegen zijn. Toen
popprinsesje Britney Spears na een zoveelste avondje stappen
onlangs haar wagen opzocht om naar huis te gaan, werd ze opgewacht
door een spervuur van flitsende camera’s. Ze bemerkte echter dat de
wagen een platte band had. Onmiddellijk was er een paparazzo die
zijn hemdsmouwen opstroopte en met een krik haar probleem oploste,
terwijl andere paparazzi ondertussen de straat hadden afgezet zodat
Miss Spears veilig kon vertrekken.

Les Galantine, een rol voor Steve Buscemi, is op dat vlak geen
galante ridder maar eerder een “old school” paparazzo. Zelf noemt
hij zich echter “een beroepsfotograaf”. Gewapend met een flinke
dosis arrogantie en niet vies van wat ellebogenwerk baant hij zich
een weg door de menigte om zijn “moment de gloire” te kunnen
vastleggen. Wanneer hij op een dag aan de uitgang van een chique
hotel wacht op K’Harma Leeds, een popsterretje van dertien in een
dozijn, ontmoet hij Toby Grace, een jonge dakloze zwerver. Toby
stelt Galantine voor om zijn onbetaalde assistent te worden. Na
enige aarzeling neemt Les hem mee naar huis en laat hij hem kennis
maken met de wereld van de paparazzi.

DiCillo trakteert ons op een satire waarin de wereld van de
showbusiness én de wereld van de paparazzi figuurlijk in hun
blootje worden gezet. Je komt tot de, vrij voor de hand liggende,
conclusie dat beiden elkaar nodig hebben. Zonder sterren, geen
boekjes en zonder boekjes, geen publiciteit voor de sterren. Het is
echter de invulling van dit thema die deze komedie laat uitstijgen
boven de rest. De regisseur heeft met Les Galantine een memorabel
personage gecreëerd dat vrij onbeschoft en egocentrisch overkomt
maar tegelijk ook meelijwekkend is. Onbeschoft, omdat hij Toby in
de kast laat slapen in plaats van in een deftig bed. Egocentrisch,
omdat hij pocht met zijn contacten (“Ik ken Robert De Niro
persoonlijk”). Galantine lijdt ook aan een immens
minderwaardigheidscomplex. Ondanks het feit dat hij op de desktop
van zijn computer een foto van zichzelf heeft staan, voelt Les zich
ellendig. Hij kan maar moeilijk verteren dat zijn ouders zijn werk
als paparazzo maar matig appreciëren. Als hij dan eens een aardig
centje overhoudt aan een publicatie wordt hij eerder de mantel
uitgeveegd dan tegen de borst gedrukt. Steve Buscemi zet met deze
rol één van de meest hilarische karakters van de laatste jaren
neer. Zijn tics en nervositeit (zijn stopzinnetje “Rule number
1”
!) werken aanstekelijk. De gekleurde krachttermen die
Buscemi gebruikt (“The bigger the ass, the bigger the
asshole”)
mogen voor mijn part direct in het grote
filmquoteboek van de 21ste eeuw komen.

Michael Pitt als Toby Grace daarentegen zet zijn zoveelste
dromerige en onbeholpen karakter neer. Pitt gaat er blijkbaar van
uit dat eens zwoel in de camera kijken voldoende is om een
indrukwekkende acteerprestatie neer te zetten. De school bakvissen
die voor mij zaten in de bioscoopzaal joelden het uit bij het zien
van de posterboy, maar daar had ondergetekende weinig boodschap
aan. Vreemd genoeg werkt de interactie tussen de slome Pitt en de
hyperactieve Buscemi wel op het witte doek. Vaak knettert het
tussen die twee.

De komedie is op zijn best wanneer er wordt ingezoomd op het
oppervlakkige sterrenwereldje. K’harma Leeds is, wonder boven
wonder, een nogal eenzijdig popsterretje dat vooral door haar
entourage wordt bewierookt. De drang van dergelijke sterren om
“creatief” te zijn, onder andere door een eigen parfum op de markt
te brengen, wordt op een inventieve manier door de gehaktmolen
gedraaid. Het “artistieke” karakter van dergelijke ondernemingen
blijkt vrijwel nihil te zijn. Wanneer Toby door casting director
Dana wordt ontdekt, schakelt de film over naar een andere
versnelling. Onze paparazzo Galantine moet nu zelf achter zijn
vroegere “hulpje” aanrennen. Toby, die tot dan toe vrij naïef
tegenover de showbusiness stond, ontdekt hoe hij zijn naïviteit kan
aanwenden om er zijn eigen profijt uit te halen. Slapen met casting
director Dana en tegelijk een relatie aanknoppen met K’harma Leeds
zijn al stappen in de goede richting. Grace krijgt hierdoor een
rolletje aangeboden in een tienersoap die door zijn aanwezigheid
plots een gigantische succes wordt. Dicillo toont ons hier enkele
scènes waarin de making of van de soap wordt getoond met
uitleg van de regisseur, de casting director en de acteur. Het
pretentieuze en behoorlijk verwaande toontje van die gesprekken
wordt versterkt door een visuele stijl die sterk doet denken aan
dergelijke making ofs op MTV. De film maakt echter op het
einde een bizar bokkensprongetje waardoor het einde minder
geloofwaardig is dan de rest van de film.

‘Delirious’ is niettemin een heerlijke komedie waarin de
celebritycultuur flink te kakken wordt gezet. We weten immers
allemaal dat het tegenwoordig niet veel moeite kost om beroemd te
worden. Gewoon een clipje op Youtube zetten waarin je Britney
Spears hardnekkig verdedigt, is genoeg. Een leuk extraatje is de
cameo van Elvis Costello. Hij steelt echt de show wanneer hij op
een party zijn plannen voor “een musical over het leven van Britney
Spears” uit de doeken doet tegen Les en Toby. De conclusie van dit
verhaal is dat je in het showbizzvak geen vrienden hebt , alleen
maar “nice people to work with”. Galantine vat het
filosofisch nog beter samen wanneer hij zegt dat “vrienden enkel
maar mensen zijn die verlangen om over zichzelf te praten”. Morgen
zullen er immers nieuwe sterren zijn die zichzelf de beste vinden
en die opnieuw opgejaagd zullen worden door paparazzi. Geen mens
die daar iets kan aan veranderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =