Beirut :: The Flying Club Cup

Neem een kind zijn favoriete speelgoed af en het zal hartverscheurend huilen. In zijn of haar kleine wereld is er immers geen groter verlies denkbaar. Wie dus beweren wil dat alleen ouden van dagen de pijn van het leven en het verlies kennen, weet niet meer hoe het was om kind te zijn.

Grootse emoties of diepe inzichten hoeven niet samen te hangen met een respectabele leeftijd. Ook jongeren die nauwelijks de korte broek ontgroeid zijn kunnen op hun manier gevoelens van afscheid en melancholie kennen. Misschien missen ze de diepgang die de levenservaring (een mooier woord voor een lange lijst van stommiteiten) met zich meebrengt, maar dat maakt hun gevoelens niet minder oprecht.

Het is dan ook een kniesoor die struikelen zal over de overduidelijk melancholische sfeer van The Flying Club Cup, de tweede plaat van de nog maar eenentwintigjarige Zach Condon onder de noemer Beirut. Zijn debuut Gulag Orkestar kwam een slordig half jaar na de oorspronkelijke release toch nog in de Europese platenbakken terecht en wist ook hier de nodige critici te overtuigen van zijn relevantie.

Zijn "moeilijke" tweede werd nog voor de plaat uit was al her en der becommentarieerd als minder boeiend of zelfs saai, maar niets is minder waar. Het lijdt geen twijfel dat de nieuwe plaat bedaarder en kalmer klinkt, wat de initiële negatieve reacties verklaart, maar ook coherenter. Condon bewees weliswaar op zijn eerste plaats al ten volle hoe hij zich de Balkanmuziek eigen had weten te maken, op The Flying Club Cup bevestigt hij zichzelf moeiteloos.

Bij het debuut liet hij in de songtitels zijn interesse voor Duitsland en de Balkan doorschemeren ("Bratislava", "Brandenburger", "Prenzlauerberg"), terwijl nu zijn tweede thuisland Frankrijk een bron van inspiratie vormt ("Nantes", "Cherbourg", "La banlieue") zonder dat hij zijn eerdere muzikale voorkeuren daarvoor hoeft te ontkennen. Op The Flying Club Cup is het nog steeds al "Balkan" wat de klok slaat, ook al zijn er dan her en der chansoninvloeden ingeslopen.

Bij "The Penalty" bijvoorbeeld kan er niet naast de accordeon gekeken worden, die het nummer een nieuwe couleur locale verleent die netjes samenvalt met de marcherende drum en kenmerkende zang van Condon. Ook de pianoriedel in "Cherbourg" verraadt een Paris by Night-gevoel, net zoals de gitaar uit het titelnummer, dat twee oude werelden met elkaar wil verbinden. In andere nummers ("A Sunday Smile", "La Banlieue", "Nantes", "Untitled") houdt hij evenwel meer vast aan het loutere "zigeunergevoel" dat ook op het debuut zo prominent aanwezig was.

In een aantal nummers tracht Condon te experimenteren met stijlen en invloeden, zij het niet altijd even succesvol. Tegenover het intrigerende circusorkest van "In The Mausoleum" staat een zwak "Fork And Knives (La fête)". En net zo is het instrumentale "La cliquot" een fijne pseudowals die het wat magere "St. Appolonia" (een genre-oefening) moet compenseren. Bij "Un dernier verre pour la route" tracht Condon nieuwe ritmes uit met wisselend succes. Vooral zijn typerende manier van zingen vindt niet altijd aansluiting bij het nummer.

Op The Flying Club Cup wil Condon naar eigen zeggen Frankrijks cultuur, geschiedenis, mode en muziek eren en roemen. Strikt muzikaal gezien is die invloed slechts in een paar nummers te merken, maar gevoelsmatig is Condon er zeker in geslaagd de weemoed uit chansons op te roepen. Beirut mag dan wel de speeltuin van een jonge snaak zijn, na twee albums heeft die wel al voldoende bewezen oprecht emoties van melancholie en weemoed op te kunnen roepen. Het enige gevaar hier is overkill, maar dat gretige is net eigen aan de jeugd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 8 =