David Potts :: Coming Up For Air

Wat we zelf doen, doen we beter! Dit is blijkbaar het motto van
David Potts, de man die in de jaren ’90 als jonge snaak een
tijdlang het duo Monaco vormde met New Order-bassist Peter Hook.
Via MySpace en andere internet communities probeert Potts reclame
te maken voor zijn soloplaat ‘Coming Up For Air’. Die ligt op het
vasteland nochtans niét in de winkels en zal er ook nooit de bakken
halen. Net als zijn gewezen trawant houdt Potts de touwtjes
blijkbaar graag zelf in handen en kiest hij ervoor zijn waar
rechtstreeks aan de man te brengen, zónder tussenstations zoals
labels, verdelers en platenwinkels.

Niet dat Potts (Pottsy voor de vrienden) een hekel heeft aan
platenwinkels, hij heeft zelfs lange tijd in een platenzaak gewerkt
– functie: het vervaardigen van knutselwerken uit platenhoezen om
de etalage te versieren. Leuk, maar zijn volgende werkplaats is
veel interessanter, namelijk de Suite 16-Studio’s in Manchester.
Daar begint hij als tea boy, maar al snel mag hij ook de
opnamebanden ordenen en voorzien van etiketjes. Wanneer Peter Hook
daar zijn tenten opslaat om een plaat op te nemen met Revenge, de
band die hij opstartte tijdens de eerste lange sabbatical van New
Order, weet Potts zich tussen de muzikanten te wurmen en
uiteindelijk zelfs een plaatsje af te dwingen in de band. Dat is
lang niet naar de zin van de andere groepsleden, die één voor één
opstappen. Exit Revenge.

In 1993 maakt Hook met New Order de succesvolle comebackplaat
‘Republic’, om vervolgens zijn samenwerking met Potts verder te
zetten. Revenge behoort voorgoed tot het verleden, de twee gaan nu
door het leven als Monaco. Na twee aardige en zelfs vrij positief
onthaalde platen houdt het tweetal ermee op. Niet alleen blijkt het
vinden van een platenmaatschappij die hen voor meer dan één
langspeler aan zich wil binden onbegonnen werk, er zijn ook nogal
wat muzikale meningsverschillen: de sound van Monaco neigt naar
Potts’ mening te zeer naar New Order, wat niet onlogisch is gezien
Hooks karakteristieke manier van bassen. Een optreden ontaardt in
een ruzie, wat meteen ook het einde betekent van Monaco.

Voor Hook is dat geen probleem: hij en de andere leden van New
Order zijn weer on speaking terms en hervatten voor de zoveelste
maal de werkzaamheden. Potts solliciteert dan maar voor één van de
vacante betrekkingen bij de nv Oasis, waar CEO Noel Gallagher net
heeft gebroken met gitarist Paul Arthurs en bassist Guigsy. Na een
paar repetities besluit de Opperwenkbrauw echter met Andy Bell in
zee te gaan, Pottsy richt samen met zijn vrienden Steve Brannan en
Paul Kehoe de band RAM op. Samen brengen ze een ep en een single
uit die goed worden onthaald door de pers, maar lang niet de
verkoopcijfers evenaren van Monaco.

‘Coming Up For Air’ is echter een soloplaat in de zuiverste zin van
het woord. Voor de backing vocals en voor de strijkers werd een
beroep gedaan op ‘derden’, en ook Hook, Brannan en Kehoe krijgen
een gastrol in een paar nummers. Voor het overige speelde Potts –
die alle songs ook in zijn eentje schreef – zo goed als alle
partijen zelf in. Het resultaat mag er wezen: een heel erg leuke,
pretentieloze plaat die geen seconde verveelt en in drieënvijftig
minuten tijd een fraai overzicht biedt van Potts’ smaken en
voorkeuren, én van zijn verleden als actief muzikant. De cd mag dan
ook gerust opgevat worden als een eerbetoon aan zijn grote
voorbeelden (uit de jaren ’60 en ’70, maar ook uit de recentere
Britpopwaves) en aan de mensen met wie hij zelf samenwerkte.

Originaliteit is ver te zoeken op ‘Coming Up For Air’, toch doet
Potts zijn helden en zijn gewezen partners in crime zeker geen
oneer aan met knappe en aanstekelijke songs als ‘I’m the Greatest’
(Oasis, al heeft Potts’ stem lang niet het misthoorngehalte van
Liam Gallagher), ‘Roll Up!’ (met Hook op bas), ‘Free Yourself’,
‘And I…’, ‘My Favourite Onion’, ‘Warm and Happy Soul’ en ‘Dream
Away’. Maar ook al Potts klinkt afwisselend als Oasis, Badly Drawn
Boy, The – al dan niet psychedelische – Beatles (hij zet een
geloofwaardige Lennon neer maar ook een bijna niet van de echte te
onderscheiden Harrison), Paul Weller of de New Order ten tijde van
gitaarplaat ‘Get Ready’, dat ‘klinken als’ was zeker niet Potts’
einddoel, maar veeleer een kapstok om zijn eigen, persoonlijke
songs aan op te hangen. Het resultaat is geen wereldschokkende, wel
een heel leuke en aangename plaat.

Meer info over man en plaat vindt u op:
http://www.myspace.com/davidpottsmusic
http://www.david-potts.com
http://stores.ebay.co.uk/davidpottsmusic

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − vijf =