The Getaway




118 min. / USA
/ 1972

Meestal is het onmogelijk om een film vast te pinnen op één
enkel moment, maar in Sam Peckinpah’s ‘The Getaway’ zit een shot
dat eigenlijk perfect de hele mentaliteit van de film
vertegenwoordigt. Tijdens de finale shoot-out in een
luizig hotel tegen de grens met Mexico, lopen een paar kinderen de
gang op. Van in de trappengang kijken ze neer op het geweld dat
zich afspeelt op de verdiepingen onder hen, en in plaats van bang
te zijn, spelen ze opgewonden mee – “bang, bang!”, roept een
jongetje. Geweld is in de films van Peckinpah (en bij uitbreiding
in de meeste Amerikaanse films) altijd gebruikt als een manier om
het publiek op te winden, en in ‘The Getaway’ is dat niet anders.
Mensen sterven, ja, en bloed spuit af en toe in het rond. Maar
probeer er maar eens naar te kijken en niét op en neer te springen
terwijl je – al dan niet luidop – “bang, bang” roept.

Steve McQueen speelt “Doc” McCoy, een overvaller die tien jaar
uitzit in een Texaanse nor. Nadat zijn verzoek tot vervroegde
vrijlating wordt afgewezen, gaat zijn vrouw Carol (Ali MacGraw) op
bezoek bij de plaatselijke politicus Jack Beynon, een man die Doc
met een enkele pennenstreek kan vrijlaten. Beynon wil die cruciale
handtekening gerust zetten, maar verwacht daarvoor twee dingen in
ruil. Het eerste is dat Doc achteraf een bank voor hem overvalt.
Het tweede is Carol. De bankoverval verloopt min of meer volgens
plan (oké, er sterven een paar mensen, maar wat voor mieterige
overvaller ben je als je daar van wakker ligt), maar achteraf
blijkt dat Beynon niet van plan is om zich aan de afspraak te
houden. Doc en Carol gaan nu samen op de vlucht met de buit (zo’n
half miljoen dollar, niet slecht voor in ’72), terwijl ze
achtervolgd worden door Rudy (Al Lettieri), de voornaamste
muscle man van Beynon.

‘The Getaway’ was geen persoonlijk project voor Sam Peckinpah –
de regisseur, die tegen die tijd een verschrikkelijke reputatie had
als loose cannon, nam de leiding over de productie over
nadat Peter Bogdanovich zich er uit terugtrok. En dat is allicht de
reden waarom de hardcore fans van Peckinpah de prent nog
steeds een beetje stiefmoederlijk behandelen. Nochtans duiken er
alweer typische Peckinpah-thema’s in op, en heeft de film een
grimmige mentaliteit die herinneringen oproept aan zijn meest
iconische films, waaronder ‘The Wild Bunch’.

Geweld staat centraal, zoals dat zo vaak het geval was, met
bijzonder veel aandacht voor de link tussen seks en geweld. Soms
weet je niet waar McQueen en MacGraw nu hitsiger van worden – van
elkaar, of van het geweld dat ze plegen. Wanneer ze samen verzeild
raken in een actiescène, kijken ze naar elkaar en reageren ze op
elkaar op een manier die bijna iets seksueels (en zeker iets
sensueels) uitstraalt. En dat is dan nog een subtiele suggestie –
die link wordt veel duidelijker in de nevenplot rond Rudy. Nadat
hij wordt neergeschoten door Doc, kruipt de slechterik naar een
plaatselijke dokter, die gedwongen wordt om hem te verzorgen. Die
dokter is een milde, ietwat sullige man, met een jonge, blonde
vrouw die zich duidelijk kapot verveelt. Zo gauw die vrouw Rudy
ziet, raakt ze zichtbaar opgewonden (check een scène waarin ze de
loop van Rudy’s pistool betast!). Voor je het weet, ligt ze met
Rudy te wippen terwijl haar echtgenoot, vastgebonden op een stoel,
moet toekijken. Macht erotiseert, en macht wordt in het universum
van Peckinpah gelijk gesteld aan de sterkste: de man met de
sterkste spieren, het grootste geweer. De aantrekkelijke
outlaw die andere mannen zonder te aarzelen neerschiet, en
vrouwen zonder te aarzelen te pletter neukt.

Peckinpah was ook een regisseur die geloofde in de erecode onder
criminelen. Hij moraliseerde nooit; een leven buiten de wet was
blijkbaar gewoon een carrièrekeuze zoals een andere. Waar het om
ging was de manier waarop je je criminele leven leidde. Rudy is de
slechterik omdat hij geen erecode heeft: hij verraadt zijn
medewerkers, schiet zijn maten in de rug. Doc en Carol zitten in
dezelfde business als hij, ze beroven ook banken, ze steken ook
andere mensen een geweer onder de neus. Maar zij respecteren de
erecode: ze zijn loyaal aan elkaar en de mensen met wie ze zaken
doen, en ze vermoorden niemand als ze het kunnen vermijden. Het is
de oude mythe van de Amerikaanse crimineel, die herinneringen
oproept aan de western: àlle cowboys schoten wel eens iemand af,
maar je stond pas aan de verkeerde zijde als je iemand afschoot die
het niet verdiende.

De wereld van Peckinpah loopt dus ook in ‘The Getaway’ weer over
van het machismo: mannen met pistolen regeren de wereld. Er zijn
maar twee belangrijke vrouwenrollen: de doktersvrouw, een
randdebiele slet, en Carol, die weliswaar veel sterker in haar
schoenen staat, maar als puntje bij paaltje komt ook netjes
luistert naar wat haar man zegt. Zo gaat dat dan. De remake, die in
1994 werd gemaakt met Alec Baldwin en Kim Basinger (voor de
vechtscheiding), bracht de relatie tussen Doc en Carol meer op
gelijke voet, wat meteen één van de weinige toevoegingen was die
die film realiseerde.

Er zijn bepaalde gebieden waarop je de leeftijd van ‘The
Getaway’ duidelijk kunt afleiden. Peckinpah begint met een
openingsmontage waarin de verveling en monotonie van Docs leven in
de gevangenis wordt aangegeven door continu heen en weer te
springen tussen heden en verleden. Dat begint als een interessant
trucje, maar die sequentie duurt véél te lang en wordt na een
tijdje pretentieus. Ook de muziek (nochtans met harmonicasolo’s van
ons aller Toots Thielemans) valt tegenwoordig wat al te makkelijk
te klasseren onder early seventies kitsch.

Maar goed, waar het over gaat zijn natuurlijk de actiescènes, en
eens ‘The Getaway’ op gang is gekomen, krijgen we een aantal
set pieces die ronduit fenomenaal zijn. De bankoverval,
een achtervolging op een trein en natuurlijk de climax in het hotel
zijn stuk voor stuk fantastisch georchestreerd, en tonen ook
duidelijk aan wat we maar al te vaak missen in moderne actiefilms:
set-up. Shots van zenuwachtige mannen die zichzelf met
getrokken pistolen positioneren in een lege gang, van auto’s die
klaar staan om te vertrekken eens er stront aan de knikker is, van
onze held die minutenlang staat te peinzen of hij nu de deur van
zijn kamer zou open doen of niet. Peckinpah was een geduldig
regisseur, die wist dat hoe langer je je publiek op de actie kunt
laten wachten, hoe beter het was. Dat zijn we tegenwoordig een
beetje kwijtgeraakt in de drang om zo snel mogelijk het grote
geweld te laten losbarsten.

‘The Getaway’ is niet bepaald wat je noemt “politiek correct” in
z’n afbeelding van seks en geweld, en de relatie tussen de twee. En
er zijn aspecten die ontegensprekelijk gedateerd zijn. Maar de
chemistry tussen McQueen en MacGraw is voelbaar (de twee
begonnen op de set ook écht een relatie) en de suspense is soms
moordend. Een film voor en door kindjes die opgewonden mee “bang,
bang” willen roepen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 6 =