múm :: Go Go Smear The Poison Ivy

Wie het nog niet wist: múm is veranderd. Niet alleen ziet de
samenstelling van de IJslandse band er helemaal anders uit dan bij
vorige albums, ook het geluid heeft een transformatie ondergaan.
Een belangrijke factor hierin speelt Kristín Anna Valtýsdóttir, of
tenminste de afwezigheid ervan. De mede-oprichtster zei de band
begin vorig jaar vaarwel en was dit jaar samen met haar nieuwe
echtgenoot als Kria Brekkan verantwoordelijk voor het wisselvallig
ontvangen Pullhair Rubeye. Wat
múm voornamelijk aan haar verliest, is haar elfenstemmetje, want
als zangeres was haar bijdrage tot de algemene sound van de band
behoorlijk bepalend.

Geen nood, want de twee overgebleven stichters, Gunnar Örn Tynes en
Örvar Þóreyjarson Smárason, zochten vijf nieuwe groepsleden om een
handje toe te steken. Onder hen twee zangers, een vrouwelijke (Ólöf
Arnalds) en nu ook een mannelijke, Mr. Silla. Het gevolg is dat múm
voor het eerst in zijn bestaan écht verandert. Uit het niets kwam
in 2000 hun tot op heden beste plaat ‘Yesterday Was Dramatic –
Today Is OK’, een wonderbaarlijke prestatie als je weet dat de vier
– toen nog met Kristín Anna’s tweelingzus Gyða – nog geen twintig
waren. Ook de studio-opvolger Finally We Are No One,
voor het eerst bij Fat Cat, bleek een schot in de roos, waarna
Summer Make
Good
opnieuw dezelfde mix van fluisterende engelstemmen en
knisperende, kinderlijke elektronica bevatte. Alleen was de magie
wat afwezig omdat we dit geluid al kenden en het vorige materiaal
nu eenmaal beter was. In zekere zin is het dus een voordeel dat de
band zich noodgedwongen moest reorganiseren, omdat nog maar eens
hetzelfde, hoe mooi het ook mag klinken, weinig wenselijk
was.

‘Go Go Smear The Poison Ivy’ bevat meer klassieke songstructuren
dan voorgaand werk en klinkt lichter en minder elektronisch, al
blijft het avontuurlijk kinderlijke wel aanwezig. Terug naar
wreedheden in die kindertijd gaat ‘They Made Frogs Smoke ‘Til They
Exploded’, tevens de vooruitgeschoven single. Een lichtvoetig,
tintelend elektronisch motiefje waarin Arnalds en Silla vaak samen
zingen, wordt afgewisseld met samples van kinderlijk gezang en
onderwaterelektronica. Het kan nog beter en coherenter, want een
nummer als ‘A Little Bit, Sometimes’ behoort wel tot de beste
categorie. Het heeft een zuivere popstructuur, en een accordeon
zorgt voor volkse warmte bij de al weinig koude stem van Ólöf
Arnalds.

De echte kleppers op ‘Go Go Smear The Poison Ivy’ heten ‘Moon
Pulls’ en ‘Winter (What We Never Were After All)’. Het eerste heeft
een klassieke structuur, het tweede helemaal niet. ‘Moon Pulls’ is
een melancholische pianoballade en demonstreert de toegevoegde
waarde van multi-instrumentalist Mr. Silla als zanger. ‘Winter’
(What We Never Were After All)’ vormt door middel van een
vrouwenkoor, een trompet en trage elektronica met zware bastonen
een hemelse soundscape die wat weg heeft van ‘Hatikva’, het
wondermooie volkslied van Israel. Zeer geslaagd zijn ook ‘Marmalade
Fires’, dat steeds rustig en beheerst blijft, en ‘Dancing Behind My
Eyelids’, dat in de tweede helft met de introductie van zang en
een verhoogde intensiteit aan kracht wint.

Het was een beetje afwachten – sinds 2004 was het ook letterlijk
wachten – hoe deze alom zeer geliefde IJslanders zouden omgaan met
het vertrek van Krístin Anna. Positief, zo blijkt nu, want ‘Go Go
Smear The Poison Ivy’ is de vernieuwing die múm nodig had om alle
geloofwaardigheid te behouden. Het is geen klasseplaat in de
categorie van hun eerste twee kleine meesterwerken, maar met gewoon
goed zijn wij ook al zeer tevreden.

múm speelt op 9 december in zaal Kunstcentrum België in
Hasselt.

Official
site

MySpace

<object width=”425″ height=”353″><param name=”movie”
value=”http://www.youtube.com/v/VhS-csU0k1U&rel=1″></param><param
name=”wmode” value=”transparent”></param><embed
src=”http://www.youtube.com/v/VhS-csU0k1U&rel=1″
type=”application/x-shockwave-flash” wmode=”transparent”
width=”425″ height=”353″></embed></object>

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + 14 =