Jim White :: Transnormal Skiperoo

Sinds het verschijnen van zijn debuut Wrong-Eyed Jesus! (1997) is Jim White er boven alles in geslaagd te vermijden een genrelabel opgeplakt te krijgen. Voor zijn vierde album Transnormal Skiperoo geldt hetzelfde: White houdt zich enkel aan z’n eigen spelregels. Voor de vierde keer op rij met een mooi eindresultaat.

White is een interessante figuur wiens beknopte biografie smeekt om een biopic. Hij verhuisde vroeg van Florida naar the deep South, groeide op in die conflictrijke wereld en werd het typevoorbeeld van de eeuwige zwerver: hij was taxichauffeur, fotomodel (en vestigde zich in de jaren tachtig zelfs in Brussel), professioneel surfer, fotograaf en filmmaker. Wrong-Eyed Jesus! was dus niet het product van een barricadenbestormer die de hele wereld nog te veroveren had, maar een vent die al iets van het leven zag. Slaafs volgens de regels meespelen paste daar niet bij en het voorbije decennium bracht White dan ook door met het maken van muziek die schippert tussen folk, country, pop, pure verhalenvertellerij en verrassende experimenten. Nu eens doet hij denken aan Vic Chesnutt of Daniel Lanois, dan weer aan Tom Waits of Mark Linkous met een bijbelobsessie.

Transnormal Skiperoo is nog maar het derde album dat White uitbracht in een decennium en in tegenstelling tot Chainsaw of Life, de hoekige rootsplaat die hij vorig jaar uitbracht met Johnny Dowd, is het een werkstuk geworden dat in het verlengde ligt van Drill A Hole In That Substrate And Tell Me What You See (2004), een experimenteel getinte rootsplaat met evenveel lagen als kleuren, die pas na meerdere beluisteringen zijn geheimen prijsgeeft. Aanvankelijk leek het album, genoemd naar een plotse positieve gemoedstoestand die White de laatste tijd meemaakte, ook niet meer dan een onsamenhangend boeltje, al blijkt snel dat het feit dat al deze songs weigeren binnen de lijntjes te kleuren net is wat hen samenhoudt. White schrijft voor de misfits omdat hij er zelf een is en niet anders kan.

Net als een kleurenwaaier blijft de plaat zich ontvouwen: wie er ruw mee omspringt ziet slechts enkele basiskleuren, wie er zijn tijd voor neemt hoort een weelde met een bedrieglijk eenvoudige uitstraling. Het album bevat details die zo subtiel zijn — een onverwacht instrument, een vreemd geluid, een plotse backing vocal — dat ze pas na dagen van luisteren opgemerkt worden. Het gaat van de lichte folkshuffle van "A Town Called Amen" waarbij je je meteen op een porch waant en ziet dat alles goed is, tot de 70’s singer-songwriterpop (inclusief afgelikte backings!) van "Blindly We Go", de spacey funk-country mét beat van "Crash Into The Sun" tot het met samples verluchte "Take Me Away". Als het gemiddelde rootsalbum een coherente vertellingenbundel ambieert te zijn, dan is Transnormal Skiperoo een verzameling novellen die zich niet zo eenvoudig laat opdelen en die bij momenten iets heeft van een geüpdatete versie van de schrijverij van Cormac McCarthy en Harry Crews.

Het zou wat ver gaan om te beweren dat alles even goed werkt, want "Turquoise House" is wat te onnozel om de vergelijking met de beste songs te doorstaan en het eropvolgende "Diamonds To Coal" is net niet spannend genoeg om zijn 276 seconden te rechtvaardigen. Het zijn opmerkingen die wél van tafel worden geveegd door een song als "Jailbird", waarop White zich meet met het beste van The The, met een uitgerekte intro en een song die zich na zijn openbloeien in het midden van een Sparklehorse-album waant. Het is als een droomwereld die slechts door enkelen kan worden omgezet in een muzikale tegenhanger waar je naar blijft terugkeren. Bijna even goed: "Fruit Of The Vine", opnieuw contrair als The The, maar dan met de vibe van R.L. Burnside’s Wish I Was In Heaven Sitting Down. Het hoekige "Counting Numbers In The Air" is het streepje exotiek voor dit album en het aan zijn dochters opgedragen "Pieces Of Heaven" het moment waarop alle getater onmiddellijk verstomt.

Transnormal Skiperoo zal net als zijn voorgangers weinig deining weten te veroorzaken in de poppoel, al zal dat de avontuurlijk aangelegde rootsfan worst wezen: met zijn vierde heeft Jim White nog maar eens bevestigd en een plaat gecreëerd die alleen hij had kunnen maken. Probeer dat maar eens te zeggen van de zoveelste Britse hype en zelfs een achtjarig debieltje gelooft je niet meer. Jim White heeft een stem, dames en heren. Luister eens voor de verandering.

Jim White speelt op 22 oktober in de AB Club (Brussel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − vijf =