Rogue Assassin (War)

Slecht nieuws, beste knokliefhebbers. Het gaat niet bijster goed met de nieuwe generatie actiesterren. Terwijl Vin Diesel en The Rock hun biceps laten rollen in dwaze Disneykomedies, ligt de erfenis van Stallone en Schwarzenegger nog altijd onaangeraakt stof te verzamelen in het verloren jaren negentig-hoekje. Twee strijdlustige meppers, Jet Li en Jason Statham, hebben zich de laatste jaren net iets consequenter geprofileerd in het gespecialiseerde subgenre. De bundeling van hun krachten zou dus alleen maar een kanjer van oplawaai kunnen geven, juist? Helaas, beste vrienden van de gekraakte botten. In ‘Rogue Assassin’ slaan Jet Li, het springkonijn uit de Orient, en Jason Statham, de Brit met de norse stoppelkop, meer naast dan op elkaar. Wat een clash à la Pacino en De Niro in ‘Heat’ had moeten zijn, is uitgedraaid op een zoveelste generisch actiefilmpje van dertien in een dozijn. Jet Li z’n Engels blijft hilarisch en Statham heeft nog steeds het beste ‘moet ik u eens bij de testikels grijpen en door een ruit gooien ofwa?’-bakkes, maar voor de rest is dit ongeïnspireerd testosterongedoe dat zo snel mogelijk een genadeslag in de gespierde nek verdient. Tjakkaa!

Jason Statham is Jack Crawford, een FBI-agent in San Francisco. Hij loopt een klein beetje pissig omdat zijn partner brutaal werd afgemaakt door de badass huurmoordenaar Rogue (Jet Li). Zoveel jaar later vindt de nog steeds op wraak beluste Crawford een vers spoor dat zou kunnen leiden naar de bastaardzoon die hij nooit heeft kunnen klissen. Rogue is terug in ‘t stad en werkt als huurling voor de Triads (de Chinezen!), die een bloederige vendetta uitvechten met de Yakuza (de Jappen!). Crawford gooit zich met veel geweld middenin de maffiastrijd om de mysterieuze Rogue eindelijk te vatten en te laten boeten. Maar Rogue, die bovendien aan een eigen wraakactie is begonnen, is gladder dan een paling en gewiekster dan een vos. Normaal zou ik nu afsluiten met iets in de stijl van ‘laat het breken der botten beginnen!’, maar ik wil geen valse hoop geven. Bij deze dus: laat het beginnen en vooral snel gedaan zijn.

Het blijft toch ongelooflijk hoe hard Hollywood martial artiest Jet Li aan het verneuken is. Ooit nog de gemene scènesteler in ‘Lethal Weapon 4’ (die waarin de schietgrage Riggs z’n mullet inruilde voor baby’s en een vaste relatie, zwak!), maar sindsdien vooral actief in deprimerend middelmatige tot ronduit debiele B-films waarin z’n talent compleet verspild werd. Zijn lethal moves raakten verloren in videoclipmontages en werden belachelijk gemaakt door een overbodige CGI-ondersteuning. Het Aziatische vechtertje was louter een pionnetje in de cynische marketing van ego’s zoals producer Joel Silver die hem maar al te graag uitspeelden naast Afro-Amerikaanse zangeresjes (Aaliyah, in ‘Romeo Must Die’) of brullende rappers (DMX, in ‘Cradle To The Grave’) om de doelgroep zo berekend mogelijk te bevredigen. Het ergste is dat bij elke nieuwe Hollywoodprent, Jet Li dichter komt te staan bij de straight-to-dvd-hel. Zo dicht dat hij de zwavel al kan ruiken.

Zijn nieuwste zal niet veel aan dat lot veranderen. Zelfs tegenover Jason Statham blijft het spektakel ondermaats en futloos. Statham was nochtans een goed teken, want zijn ‘Transporter’-films zijn gesmaakte genrevoorbeelden en zijn recente uppercut, ‘Crank’, was niks minder dan een zeer genietbare actiefilmpastiche met de tong heel slim tegen de kaak gekruld. Maar bij ‘Rogue Assassin’ valt er geen enkel teken van een poging tot amusementswaarde te bespeuren. Het probleem met dit soort vehikels, waar Mark Dacascos ongetwijfeld natte dromen van krijgt, is niet zozeer dat de plot belachelijk en stupide is, maar dat de makers er toch iets serieus van willen maken. Dat werkt niet meer. Dit is het postmoderne tijdperk en je kan die bullshit niet meer verkopen met een gladgestreken gezicht. Ofwel moet je dat verhaal effectief in de realiteit plaatsen en rasacteurs geloofwaardige actiemannen laten spelen (zie de terecht succesvolle ‘Bourne’-franchise) ofwel moet je de grijns bovenhalen om het over de top-gehalte nog iets meer te laten opvallen (nog iemand een ‘Bruce McClane versus een straaljager-duel’?). ‘Rogue Assassin heeft dwaze, met clichés uitgeruste kul als verhaal, maar brengt het nog ernstiger dan een kammerspiel van wijlen Ingmar Bergman. En ja, dat is een beetje saai.

Zo wordt ons een verwaarloosbare wraakplot in de maag gesplitst, die zowel verwarrend (die Aziaten lijken allemaal zo hard op elkaar dat je soms gewoon niet weet wie wie nu aan het bedriegen en manipuleren is), irritant en oninteressant is. Kijk, dit soort films staan niet bepaald hoog op de cinefiele ladder, maar als ik naar een Jet Li-film ga, verwacht ik dat er een beetje creatief gemept en gesprongen wordt. ‘Rogue Assassin’ houdt het bij eindeloze palavers tussen maffiosi die vertolkt worden door hallucinant slecht acterende mannen. Tuurlijk mag Jet Li wel eens een armpje breken en een zwaard in een borstkas klieven, en ja, Jason Statham krijgt de toelating om een corrupte flik met zijn kop tussen een toiletdeur te pletten, maar die momenten zijn te schaars en veel te zwak in beeld gebracht om van te genieten. Hier hadden ze maar één ding moeten doen: snoeiharde en strak in elkaar gestoken actie in een ijltempo elkaar laten opvolgen met enkel de oneliners van de Brit en de stoïcijnse grimas van de Chinees als kalmerende intermezzo’s. Het is hen niet gelukt.

Voor de rest vallen er weinig vermeldenswaardige dingen te zeggen over de film die in Amerika werd uitgebracht als ‘War’, maar hier de meer routineuze titel ‘Rogue Assassin’ meekreeg. Een gepaste titel waar je zonder probleem een Chuck Norris kan onder hangen. De actie is flauw, de finale is nog minder stoer dan het gevecht tussen Hugh Grant en Colin Firth in ‘Bridget Jones’s Diary’ en de beeldvoering van MTV-hoer Philip G. Atwell is om te huilen. Ik begin er een bijna een klein beetje triest van te worden.

Om toch niet helemaal als een beteuterde treurwilg te eindigen, ga ik een vrijblijvende tip geven. Ontdek Stephen Chow. Misschien kent u ‘m al van het geschifte ‘Shaolin Soccer’ of de martial arts-geworden Loony Tunes-film ‘Kung Fu Hustle’. Onaangetast door de suits van Hollywood, wervelende actie, absurde invalshoeken, eigenzinnige humor en knap in beeld gebracht. Alles wat Jet Li niet mag doen in Hollywood. Ook niet in deze slaapwandelende ‘Rogue Assassin’, een sof van een actiefilm die ik nu snel uit mijn geheugen ga wissen. Klik.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + een =