The Bubble




117 min. /Israël/ 2006

Je eigen zeepbel of illusie creëren is heel
eenvoudig. Je zet je neer op je bed en trekt je donsdeken als een
iglotent over je heen. Met een overlevingspakket aan fantasie
bijdehand is alles mogelijk in je escapismepaleis: je kan er
ongestoord je ideaal lief bijeen fabuleren, je toekomstig lottogeld
tellen of je handtekening oefenen voor als het zover is… En
vooral: binnen in je bubble zeurt niemand aan je kop, zijn
er geen deadlines, politieke crisissen of kinderkidnappers, gaat
niemand dood, draagt niemand burberrysjaals en er zijn geen
milieuproblemen of oorlogsrampen. Narigheid weer je simpelweg af
met het supersonische schild van je miseriewerende donsdeken.

Iets grootschaliger, werkt de stad Tel Aviv eigenlijk ook
volgens dit donsdekenprincipe: het is een jonge, ongeremde en
trendy stad waar het nog mogelijk is om te fantaseren over
verdraagzaamheid en vrijheid. Alleen spijtig dat Israël er rond
ligt (zoals één van de personages het zo treffend stelt), anders
was het misschien nog ons favoriete vakantieoord geworden. Maar aan
de grensposten slaat de werkelijkheid hard toe: daar wordt iedereen
die Tel Aviv in of uit wil, onderworpen aan een strenge controle,
want helaas, Palestijnen en Joden zijn nog steeds geen dikke
vrienden en de engste kwaal van deze tijd heet nog altijd
zelfmoordterrorisme. Welcome to the world, Fanta!

‘The Bubble’ (niet te verwarren met ‘Bubble’ van Steven
Soderbergh) gaat over drie 20-somethings (twee homo’s en
een meisje) die in Tel Aviv samenhokken in een appartement: Noam is
gek op muziek en werkt in een platenzaak, Yali heeft zijn eigen
restaurant en Lulu is verkoopster in een parfumerie. Hun leventje
verloopt rustig en relaxt en ze ondervinden weinig hinder van de
politieke conflictsituatie in de rest van Israël. Het enige waar ze
hun bed voor uitkomen, is plezier maken en mannen versieren. Ze
dromen van een leven zonder politieke heibel en plannen een
beach rave tegen de bezetting en onverdraagzaamheid. Tot
Noam de Palestijn Ashraf ontmoet en hun zeepbel uit elkaar spat. De
seksuele spanning tussen de twee is niet te houden (ze staan ‘op
ontploffen’) en Ashraf trekt in bij de drie. Zijn Palestijnse
identiteit proberen ze zo goed mogelijk verborgen te houden. En
niet zonder reden. Homoseksualiteit op zich wordt in het
traditionele Israël al als een fundamentele misdaad beschouwd, laat
staan dat de liefde tussen een Palestijn en een Jood enig
toekomstperspectief biedt.

Het is niet de eerste keer dat regisseur Eytan Fox
homoseksualiteit in een explosieve context plaatst. ‘Yossie &
Jagger’, zijn eerste langspeelfilm, vertelt het liefdesverhaal van
twee jongens in het Israëlische leger en ook in ‘Walk on Water’, die hij
net als ‘The Bubble’ samen met zijn vriend Gal Uchovsky schreef,
zijn z’n stokpaardjes- homofobie, Israël en de holocaust-
nadrukkelijk aanwezig. In ‘The Bubble’ toont hij de Israëlieten
zoals wij ze nog nooit in het nieuws gezien hebben: expressieve
jongeren in strakke felroze shirts met schreeuwerige prints,
bruisend van energie, die kibbelen over welke jongen ze nu als
tiener het heetst vonden: George Michael of toch de jongens van
Take That? De nieuwe generatie in Tel Aviv kiest voor vrijheid en
dat botst duidelijk met de schijn die veel Israëlieten willen
ophouden: de filmploeg ondervond veel verzet tijdens de opnames.
Bij het uitdelen van de flyers voor het feest voor de verzoening,
kwam het bijna tot een relletje (vrede? Heb je ooit
het been van een 8-jarige in je gezicht gekregen tijdens een
bomaanslag?
) en het filmen aan de checkpoint was al helemaal
uitgesloten, dus hebben ze maar hun eigen controlepost gebouwd.

Eytan Fox werkt dus aan de winkel, maar met een boodschap over
verdraagzaamheid heb je natuurlijk nog geen film. Gelukkig kan Fox
ook een sterk verhaal brengen. Fox verweeft de materie -niet
subtiel maar toch op een prettige manier- in het verhaal en
trakteert ons zo op een sterke en fascinerende plot over de
drijfveren van jongeren in Tel Aviv. Alleen al de affiche met de
vijgenbladen voor de fuif (tevens de affiche van de film) biedt
veel interpretatiemogelijkheden. Fox weet zijn film dan ook te
vullen met veel verschillende lagen en waardevolle verwijzingen
(zoals het toneelstuk over de geliefden in een nazikamp die hun
liefde voor elkaar uiten door met hun vinger over hun wenkbrauw te
glijden), maar als kijker haal je er zoveel uit als je zelf wil.
Niets moet, alles mag.

Op de ontmoeting aan de checkpoint na, is er in de eerste helft
van de film trouwens nauwelijks een vuiltje aan de lucht en zindert
de politiek als een krekeltje op de achtergrond. We horen vooral
grappige dialogen en enthousiast geacteerde situatiehumor gesetteld
binnen een sitcom-achtige sfeer. Het had ‘Friends’ in Tel Aviv
kunnen zijn. Tot na de strandfuif de film een brutale omschakeling
maakt. Iets te drastisch eigenlijk. Door de overladen afloop
verliest de film de pedalen en verliest hij aan waarde. De
samenloop van omstandigheden die voorafgaat aan de explosieve
ontknoping had soberder gehouden moeten worden – nu neemt het
scenario iets te vergezochte omwegen om als kijker te kunnen
bijbenen. Bovendien heeft Fox een tic voor ‘closure’. Voor elk
personage moeten alle eindjes aan elkaar worden geknoopt, liefde
(Lulu) en waarheid (Yali) moeten expliciet worden uitgesproken,
terwijl dat met de voorkennis die je hebt, eigenlijk overbodig is.
Een subtielere aanpak was hier efficiënter geweest. Een focus op de
twee geliefden alleen (hun verhaal heeft sowieso een invloed op de
twee andere personages) had de boodschap des te harder doen
aankomen, terwijl nu de race naar de finale-uitbarsting een beetje
geforceerd en overdreven overkomt.

Spijtig van het einde en de hier en daar té karikaturale (maar
wel grappige) afspiegelingen, want voor de rest is ‘The Bubble’ een
charmante en betekenisvolle mijmering over Israëlische jongeren die
liefde en vriendschap verkiezen boven het gegons van zinloos
geweld. Met zijn frisse visie, gevoel voor humor, oog voor locatie
en geslaagde karakterschetsen, geeft Eytan Fox de Israëlische
cinema eindelijk wat meer gezicht. Met als toemaatje een heerlijke
indiesoundtrack. Alleen al voor het vertederende openingsnummer
‘First day of my life’ van Bright Eyes geef je dit toch een kans?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =