License To Wed




Mensen hebben vaak de neiging om de dingen veel ingewikkelder te
maken dan ze hoeven te zijn. Vooral relaties – de gespecialiseerde
pers staat vol tips voor hem en haar om de levende, ademende
landmijnen onschadelijk te maken die onze bedgenoten collectief
zijn, terwijl één enkele gouden tip alles is dat je ooit kunt hopen
nodig te hebben: geef je partner gelijk. Altijd. In alles. Geef
toe, tot je oren er spontaan van beginnen te bloeden. Et
voilà
, eeuwig liefdesgeluk zal uw deel zijn. Iemand had die
raad moeten geven aan de makers van ‘License To Wed’, alweer een
komedie waarin Robin Williams zijn hallucinant snel zinkende
carrière alsnog zwembandjes probeert aan te doen. Misschien dat ze
er de waarheid wel van hadden ingezien en miljoenen van hun geld
(om nog maar te zwijgen van negentig minuten van ons leven) hadden
bespaard. Zoals het is, is ‘License To Wed’ een doorsnee,
hemeltergend middelmatig romantisch komedietje mét – zoals dat
tegenwoordig maar al te vaak schijnt te horen in Amerikaanse films
– zelfs een twijfelachtig religieus ondertoontje: Gij zult niet
scheiden.

Sadie (Mandy Moore) en Ben (John Krasinksi) zijn twee jongelui
die elkaar ontmoeten, verliefd worden, samen gaan wonen en
uiteindelijk besluiten te trouwen. Onder zachte dwang van Sadie’s
familie zal de plechtigheid plaatsvinden in de kerk van dominee
Frank (Robin Williams), die al sinds jaren vriend aan huis is bij
het gezin. Frank, die continu rondloopt met een glimlach alsof hij
op elk moment een met bloedvlekken besmeurde bijl kan bovenhalen,
maakt er echter een punt van om geen enkel koppel te trouwen zonder
dat ze eerst zijn voorbereidende cursus hebben gevolgd. In de drie
weken voor het huwelijk moeten Sadie en Ben een resem tests
afleggen om te bewijzen dat ze echt klaar zijn om de rest van hun
leven met elkaar door te brengen. En om de druk toch maar op te
voeren, mogen ze tot aan de huwelijksnacht ook geen seks
hebben.

Een perfecte premisse om doldwaze, kolderieke fratsen en grollen
aan op te hangen, hoor ik u denken? Nuja, dat hoor ik helemaal
niet, maar ik wil ook wel eens graag geciteerd worden op een
dvd-cover, vandaar. In ieder geval: vergeet het maar, want wat
regisseur Ken Kwapis (eerder verantwoordelijk voor Amerikaanse
versie van ‘The Office’) ervan maakt, is eerder een opeenvolging
aan sitcomachtige situaties, waarvan er sommige redelijk leuk zijn,
sommige verschrikkelijk flauw en de meeste ergens tussenin
belanden, in een grijs en grauw niemandsland van middelmatige
grappen. U kent ze wel, zo van die grappen waarvan je denkt: “goh
ja, ergens weet ik wel dat het kinda funny is, maar een
oprechte ha-ha kan er niet van af.” Wat dacht u van de aanstaande
echtgenoten die in de cursus van dominee Frank verplicht worden om
te buikdansen voor hun vrouwen? (De reden van dat specifieke
ritueel wordt nooit onthuld, maar het deed me wel de vraag stellen
welke Egyptische vruchtbaarheidsgoden de gemiddelde protestantse
dominee tegenwoordig aanbidt.) Of een sequens waarin Ben en Sadie
rondlopen met levensechte babypoppen – u wint niks als u kunt raden
of één van de twee op een bepaald moment door zo’n pop wordt
ondergepist. Nog sterker: om te bewijzen dat de toekomstigen elkaar
vertrouwen, krijgt Sadie een blinddoek voorgebonden en moet ze auto
rijden onder begeleiding van Ben. Allemaal situaties die in opzet
een beetje grappig zijn, maar meer ook niet. Ze zijn in ieder geval
niet voldoende om een hele film te dragen. Af en toe lokken ze een
glimlach uit (als je goed gehumeurd bent) en daar blijft het dan
ook wel bij.

De weinige scènes die dan toch een oprechte gniffel kunnen
uitlokken (jà, soms gniffel ik, ik kan er ook niet aan doen, dat is
mijn vrouwelijke kant, denk ik), zijn allicht niet toevallig net
degene die een scherp randje suggereren dat er tijdens de rest van
de film schielijk aan ontbreekt. Dominee Frank stelt Ben voor om
samen met de schoonfamilie een spelletje te spelen: hij moet de
naam van al Sadie’s familieleden associëren aan een bepaalde
eigenschap. Aanvankelijk gaat dat goed (“Oma associeer ik met
wijsheid!”), maar het begint mis te lopen eens hij Sadie’s vader
onder druk van Frank “pompeus” noemt. En van daar wordt het erger.
Dat soort van momentjes komen af en toe naar de oppervlakte –
momenten waarop de personages hun masker laten zakken en hun
ergernissen onthullen. We doen dat allemaal, de hele tijd: mensen
irriteren ons, maar we zeggen niks en glimlachen. Situaties werken
ons op de zenuwen, maar we slikken het en gaan verder met ons
leven. Tot het even niet meer kàn, en de boel explodeert. Dàt zijn
interessante momenten, die vaak enorm grappig kunnen zijn. ‘License
To Wed’ heeft zo één of twee momentjes, maar die zijn maar al te
kort en worden frustrerend slecht uitgewerkt.

Elke potentieel boeiende situatie in de film wordt op een gekke
manier snel-snel onder tafel geveegd, alsof Kwapis schrik heeft om
ook maar iéts in z’n verhaal te stoppen waar zijn publiek iets aan
zou kunnen hebben. Zo wordt er een paar keer vluchtig verwezen naar
het klasseverschil tussen Ben en Sadie: hij komt uit een
working class-familie, zij is upper class, en de
manier waarop die rijkelui met geld omgaan, zit Ben niet echt
lekker. Maar Kwapis doet daar verder niks mee. Het punt wordt
aangehaald en vervolgens weer blindelings neergelegd. Nog zo één:
dominee Frank heeft de niet echt sympathieke (of legale) gewoonte
om zijn koppels-in-training af te luisteren. De andere personages
komen dat te weten, maar… bwaja, uiteindelijk vinden ze dat
blijkbaar niet zo erg. No biggie, als je in het Amerika
van Bush woont dan kijk je niet meer op een wire tap meer
of minder. Zelfs overduidelijke komische set-ups worden
genegeerd door Kwapis. Een koppel dat op trouwen staat mag opeens
drie weken geen seks meer hebben. Dan wéét je toch dat dat
aanleiding gaat geven tot komische situaties, of niet? Wel… nee
dus. Er wordt wel naar verwezen, maar de situatie wordt absoluut
niet uitgebuit voor komisch effect. Hij wil vrijen, zij wil zich
aan de regels houden, hij draait zich beteuterd op z’n andere zij.
That’s it. Het humoristisch potentieel van de premisse is
niet echt eindeloos, maar verdomd als er niet meer in zat dan wat
de regisseur er hier van maakt.

Robin Williams houdt zich opvallend in als dominee Frank, maar
met of zonder zijn hysterische strapatsen (hoera, ik heb het woord
“strapatsen” kunnen gebruiken!) blijft het een voorspelbare, en
naar de normen van Williams veel te brave bedoening. Centraal
koppel Mandy Moore en John Krasinski zijn redelijk genietbaar, maar
hun personages zijn uiteraard weinig meer dan flinterdunne excuses
om enkele ongeïnspireerde situaties aan op te hangen.

Een zouteloze bedoening dus, deze ‘License To Wed’. Haastig in
elkaar gestoken, ondoordacht en nergens zo grappig als hij had
kunnen zijn. Echt oerslecht is dit niet, maar… waarom zou dit mij
iets moeten kunnen schelen? Of u?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − vier =