The Adventures of Baron Munchausen




Scenario :
Charles McKeown, Terry Gilliam
121 min. / USA /
1988

Halverwege de jaren tachtig leek het er even op alsof Terry
Gilliam aan het winnen was. De grote baas van de filmstudio
Universal, Sid Sheinberg, had geprobeerd om Gilliam z’n film
‘Brazil’ uit handen te nemen en een happy Hollywoodversie ervan in
de zalen te brengen, maar dankzij een uitgebreid scala aan
guerillatactieken (waaronder illegale vertoningen aan de pers) wist
de regisseur toch zijn originele visie de wereld in te sturen.
‘Brazil’ werd bedolven onder de superlatieven, won enkele prijzen
en bracht behoorlijk wat geld op. De creatieve eenling had een
strijd gevoerd tegen het systeem en gewonnen. Voor even dan
toch.

‘Baron Munchausen’ had de bekroning van dat succes moeten
worden: Gilliam kreeg carte blanche en een enorm budget om
een verhaal te verfilmen dat helemaal bij hem paste – het verhaal
van een eeuwige dromer en verteller van sterke verhalen.
‘Munchausen’ had Gilliam een plaatsje moeten opleveren naast Steven
Spielberg en George Lucas als één van de grootste fantasten van de
Engelstalige cinema, maar het werd een catastrofe. Niet artistiek,
maar financieel. Enorme productieproblemen staken de kop op (met
een crew die uit meer dan tien verschillende nationaliteiten
bestond en vaak voor een babylonische verwarring zorgde op de set),
het budget zwol op tot een destijds ongehoorde 45 miljoen dollar en
tegen de tijd dat het hele ding dan eindelijk af was, was er een
verandering van regime gekomen bij Columbia Pictures. De nieuwe
bazen wilden niet dat een productie van hun voorgangers met al te
veel roem en glorie ging lopen, en dus werd de film onder tafel
geveegd. Hij kwam uit in een handvol bioscopen en werd, ondanks
positieve recensies, al gauw weer vergeten. Gilliam bleef zitten
met de reputatie van loose cannon, de onbetrouwbare
artiest die enkel zijn eigen grillen volgt.

Het verhaal speelt zich af aan het einde van de 18de
eeuw, het tijdperk van de Verlichting. De mensheid heeft schijnbaar
collectief het licht gezien en is tot de conclusie gekomen dat
alleen de rede de mensen kan redden. Fantasie en alles wat
buitengewoon is, wordt geweerd. Het resultaat is dat er,
vanzelfsprekend, chaos heerst: een door de Duitsers gecontroleerde
stad wordt aangevallen door de Turken en staat op het punt om
ingenomen te worden. In een plaatselijk theater wordt, ondanks de
vliegende bommen, een productie opgevoerd van de avonturen van
Baron Munchausen, tot een kolerieke oude man plots het podium
beklimt. Het hele toneelstuk is onzin, zegt hij; hij zelf is de
échte Baron Munchausen. De huidige oorlog met de Turken is dankzij
hém begonnen en hij alleen kan er een einde aan maken.

Wat dan volgt, is een serie steeds uitzinniger verhalen waarin
de Baron net niet onthoofd wordt door de Sultan van Turkije, naar
de maan reist, wordt opgegeten door een zeemonster en uiteindelijk
een epische slag levert met het leger voor de poorten van de stad.
Of dat alles nu écht plaatsvindt of enkel een straf verhaal is dat
wordt verteld op een in elkaar zakkend podium in een belegerde
stad, mag je zelf uitmaken. Uiteindelijk doet het er ook niet toe,
zo lang je nog maar kunt geloven in verhalen.

Gilliam keert hier terug naar één van zijn favoriete thema’s:
het conflict tussen realiteit en fictie. Baron Munchausen is een
personage dat teert op fantasie, op het onmogelijke. Maar nu is hij
terecht gekomen in een wereld die geregeerd wordt door
bureaucraten, die enkel nog streven naar middelmatigheid. Alles dat
niet past in een banale, rationele wereldvisie wordt meedogenloos
verwijderd. Aan het begin van de film zien we hoe een moedig
soldaat, die eigenhanding tientallen Turken heeft gedood, ter dood
wordt veroordeeld – anders gaan mensen nog denken dat
uitzonderlijke daden aangemoedigd worden. Door die saaie
burgermannetjes, die de wereld regeren in naam van de ratio en die
hier vertegenwoordigd worden door Jonathan Pryce z’n personage,
wordt fantasie enkel nog geduld in het theater. En dan nog alleen
als het geld oplevert. (Een steek onder water van Gilliam naar de
hoge omes van de filmindustrie.) Munchausen heeft geen plaats meer
in de wereld die dat soort mensen hebben gecreëerd. De hele film
zit dan ook vol met beelden van de dood – skeletachtige wezens
achtervolgen hem overal, klaar om zijn laatste restje levenskracht
af te pakken. (Deze figuren waren trouwens de inspiratie voor J.K.
Rowlings Dementors in de Harry Potterboeken.) Het is zelfs zo erg
geworden dat de Baron zelf steeds minder zin heeft om zich tegen de
dood te verzetten – als de verbeelding dan toch niet meer
toegelaten wordt, laat hem dan maar sterven. Typisch voor een
Gilliamfilm, is het een kind dat hem tegenhoudt: de negenjarige
Sally (een piepjonge Sarah Polley) wilt nog in hem geloven en houdt
Munchausen aan de gang. Kinderen zijn nu eenmaal nog niet helemaal
verstikt door de kleverige klauwen van het gezond verstand.

De avonturen van de Baron worden weergegeven in een serie
adembenemende scènes. De film was destijds één van de duurste ooit
gemaakt, maar je hoeft je nooit af te vragen waar dat geld naartoe
is gegaan. De Baron vliegt op een kanonskogel (uiteraard), een
ander personage haalt een kogel in, een enorm zeemonster vreet de
hoofdpersonages op om ze daarna weer uit te spuwen, en een
supersterke kolos zwiert op z’n Jerommekes drie massieve schepen
door de lucht. Naar goede gewoonte bekogelt Gilliam je van begin
tot eind met spectaculaire visuele momenten en non-stop actie – in
die mate zelfs, dat het heel goed mogelijk is dat je bij een eerste
kijkbeurt last krijgt van overkill. Elke Terry Gilliamfilm
zit nu eenmaal tsjokvol met ideeën, grappen en soms hysterische
actie, en dat is hier niet anders.

Het probleem met die aanpak is ditmaal wel dat individuele
scènes vaak schitterend geënsceneerd zijn, maar dat ze niet altijd
even soepel samenklikken. Het tempo sputtert vaak, omdat er geen
duidelijke lijn in de actie zit – de kijker wordt overdonderd door
de nooit aflatende input die hij krijgt, maar het is pas
tijdens het laatste half uur dat er echt wordt toegewerkt naar een
duidelijke clou. En die heb je wel nodig om al die chaos te
overleven. Het is wellicht geen toeval dat de mooiste scène in de
film er één is waarin de Baron een dansje doet met Venus, godin van
de liefde, gespeeld door een wondermooie Uma Thurman. Haast zonder
dat ze het zelf merken, stijgen ze op en ze dansen verder door de
lucht – een moment dat alles overstijgt wat ervoor en erna komt, en
pure poëzie levert.

De acteurs zijn makkelijk te vergeten middenin die prachtige
decors en schitterende special effects. John Neville is een
degelijke Munchausen, die tussen onbeteugelbaar optimisme en een
serieuze doodswens weet te schipperen zonder ongeloofwaardig te
worden. Uma Thurman krijgt al bij al maar weinig te doen, maar zag
er zelden zo mooi uit (haar Venus van Milo-moment is een
klassieker). Monty Python-getrouwe Eric Idle is oké, zij het weinig
memorabel als één van de hulpjes van de Baron, en verder krijgen we
een resem grote namen in de bijrollen (waaronder Oliver Reed en
Robin Williams), die met zichtbaar plezier over de top gaan.

‘Baron Munchausen’ is zeker niet Gilliams beste film, maar hij
toont wel de vrolijke fantasie van iemand die zichzelf liever
buiten de realiteit zet. Of Gilliams carrière daar op termijn wel
zo goed uit tevoorschijn is gekomen, is een andere vraag, maar het
leverde wel een film op die, met al z’n gebreken erbij, gezien mag
worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − negen =