Copying Beethoven




Niemand weet waar artistieke inspiratie precies vandaan komt –
moesten we het wél weten, dan zou de wereld vollopen met
succesvolle schrijvers, muzikanten en filmmakers. Het blijft een
soort van minimirakel hoe iemand aan een bureau kan gaan zitten, en
daar na enkele maanden van kan rechtstaan met een wereldroman in
z’n handen. Of met een Negende Symfonie die bijna tweehonderd jaar
later nog steeds in staat is om je trommelvliezen in paniek dekking
te doen zoeken. De kunstenaar aan het werk leent zich er dan ook
niet echt toe om in beeld gebracht te worden – creëren is denken,
ijsberen, kribbelen, schrappen en herbeginnen. Niet bepaald
activiteiten die zich lenen tot een dramatisering of tot
interessante visuele momenten. Agnieszka Holland, die ooit het
mooie ‘The Secret Garden’ maakte, probeert het toch in ‘Copying
Beethoven’, waarin we de beruchte componist aan het werk zien
tijdens het schrijven van zijn Ode an die Freude. Om de
bevlogenheid weer te geven van één van de grootste kunstenaars
ooit, haalt ze alles uit de kast: hoofdrolspeler Ed Harris
stampvoet door zijn werkkamer, trekt gezichten alsof hij op elk
moment een artistiek verantwoord orgasme kan krijgen, en steekt
lange monologen af waarin hij uitlegt dat hij een instrument van
God is, allemaal om ons, het publiek (simpele sukkels die we zijn),
duidelijk te maken hoe kunstzinnig geïnspireerd hij wel is. Het
resultaat is een behoorlijk stukje showmanship, maar niet
erg geloofwaardig.

Het is 1824 en Beethoven (Harris) is een verbitterd man
geworden: hij leeft alleen in zijn kamertje, zo doof als een
kwartel, en blijft daar als een bezetene werken, blijkbaar omdat
hij niet zou weten wat hij anders moet doen. Wanneer hij dan toch
andere mensen ziet, blaft hij hen af en vernedert hij hen. Anna
Holtz (Diane Kruger) is een leerling-copiist die door haar school
naar Beethoven wordt gestuurd om hem te helpen tijdig zijn negende
symfonie af te krijgen. Het wordt een soort van stage from
hell:
de kolerieke componist vertikt het aanvankelijk om haar
serieus te nemen, roept en tiert… Maar hij merkt ook dat ze
talent heeft. Langzaam maar zeker laat hij Anna toe om zijn werk te
stroomlijnen, en wanneer het tijd is voor de première, laat hij
haar zelfs helpen bij het dirigeren.

Het is haast onvermijdelijk om te vergelijken met eerdere
fictieve verhalen rond historische componisten: ‘Amadeus’ zal
waarschijnlijk altijd het beste voorbeeld blijven, maar Beethoven
zelf kwam al eerder aan de beurt in ‘Immortal Beloved’, een suf
fantasietje dat enkel de moeite was omdat Gary Oldman er in
meedeed. De intentie van ‘Copying Beethoven’ is gelijkaardig: de
filmmakers proberen een menselijk gezicht te plakken op een figuur
die we ons herinneren uit saaie kunstboeken. Het is de oude vraag –
waar komt genie vandaan? Wat inspireert het en wat voor invloed
heeft het op het leven van het genie zelf? In ‘Amadeus’ werd die
vraag op een prachtige, intelligente manier aangekaart: we zagen
het genie door de ogen van iemand die zelf geen genie was, maar het
graag had willen zijn. En zo kregen we een studie van door
religieuze en historische context omkaderde jaloezie – een
fascinerend en relevant verhaal. ‘Immortal Beloved’ meende beter te
weten en hield het bij simplistisch psychologisch gebazel: het
draaide allemaal rond een vrouw. De vraag was alleen de welke.
‘Copying Beethoven’ komt niet veel verder, en steunt evenzeer als
‘Immortal Beloved’ op voor de hand liggende verklaringen: enerzijds
is Beethoven zo hopeloos gefrustreerd door zijn doofheid, dat hij
vernietigend uithaalt naar alles en iedereen, tot een zachte
vrouwenhand hem weer een beetje innerlijke rust geeft. En
anderzijds heeft hij gewoon een artistiek temperament dat hem niet
toelaat om middelmatigheid te verdragen. Alles wat niet voldoet aan
zijn eigen immens hoge maatstaven, wordt genadeloos van de kaart
geveegd (check de scène waarin hij een compositie van Anna speelt
terwijl hij minachtende scheetgeluiden laat).

Niet dat de filmmakers er helemaal naastzitten, veronderstel ik:
als je je leven hebt gewijd aan de muziek en dan word je plots
doof, dan ben je daar, om het even zacht uit te drukken, niet echt
gelukkig mee. En dat kunstenaars niet altijd goede buren zijn, wil
ik ook aannemen. Maar Agnieszka Holland en haar scenaristen maken
zich er met die verklaring te makkelijk van af. Ze graven nergens
dieper dan de meest voor de hand liggende psychologische
motivaties. Ambiguïteit en nuance zijn kennelijk hun ding niet. Ze
kiezen voor enkelvoudige, simpele oorzaken en gevolgen, waarmee ze
het temperament en het slecht karakter van een groot kunstenaar
handig kunnen wegverklaren.

Het scenario waarin ze dat alles verpakken, is niet altijd even
geloofwaardig: de relatie tussen Beethoven en Anna is sporadisch
meeslepend, maar wordt vaak ook gehinderd door pompeuze dialogen
zoals: ‘De vibraties (van muziek) in de lucht zijn de adem van God
die tot onze ziel spreekt!’ Nou. De zijspoortjes aan het verhaal,
over de relatie tussen Anna en een ambitieuze architect, en over de
op geld beluste neef van Beethoven, worden dan weer teleurstellend
zwak uitgewerkt.

Ed Harris zet een formidabele show op als Beethoven: hij zit de
hele film door in overdrive, roept, tiert en gesticuleert
als een bezetene. Veel diepgang geeft hij niet aan zijn personage,
maar dat is dan ook niet wat het script hem te spelen geeft. Hij is
het in ieder geval die de film in leven houdt, die er passie en
vaart in weet te brengen. Subtiel is het niet, maar verdomd als het
niet onderhoudend is. Diane Kruger is, zoals steeds, erg leuk om
naar te kijken, maar haar personage blijft grotendeels
identiteitloos. Ze is een soort van punching bag voor
Beethoven, iemand die naar zijn tirades luistert, een personage dat
de storm van een grootser personage incasseert. Geen dankbare rol,
maar Kruger kan er ook meer van maken dan wat het is.

Het beste aan ‘Copying Beethoven’, is zonder twijfel de
fotografie, die opmerkelijk is. Zoals in vrijwel alle historische
films die zich in die periode afspelen, wordt er ook hier weer
leentjebuur gespeeld bij ‘Barry Lyndon’, maar waarom zou je niet
leren van de meesters? Een rijk contrast tussen diepe schaduwen en
helder licht domineert alles. Holland speelt ook mooi met het
spanningsveld tussen haar voor- en achtergronden: vaak zet ze op de
voorgrond een personage of voorwerp dat warm kaarslicht op zich
krijgt, met dan op de achtergrond ijskoud blauw, of simpelweg
zwart. Op die manier creëert ze de hele film door sterke visuele
contrasten binnen hetzelfde shot, met soms een prachtig effect.

Het orgelpunt van de film is een vijftien minuten durende
sequens waarin Beethoven en Anna samen de première van de Negende
Symfonie dirigeren: lyrisch camerawerk, een bijna erotische
spanning tussen de twee hoofdpersonages en vooral een knallende
uitvoering van de muziek zijn voldoende om je heel even weg te
voeren van de middelmatigheid van de rest van de film. De passie en
het oprecht aangevoelde muzikale vuur maken van die scène een
fantastisch hoogtepunt. Jammer dat de rest van de film dat niveau
niet kan volhouden. Ed Harris voert een amusant nummertje op en het
camerawerk is schitterend, maar verder blijft dit een dramatisch
onderontwikkeld verhaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =