Fennesz/Sakamoto :: Cendre

Plaatjes die de perfecte soundtrack vormen voor bij het
ochtendgloren zijn dun gezaaid. The Magic Numbers en
Gnarls
Barkley
laten zonder moeite de UV-index van de zonnestralen
toenemen, terwijl de onrustige geesten van Apse en het
beatgekletter van Digitalism het andere
uiterste van de kleurenkaart opzoeken met tinten die zich situeren
tussen de donkerte van de anus van een zwarte stier en het troebele
grijs van het water in een regenput. Maar wat valt er te horen op
de breuklijn van deze extremen? Welke geluiden vallen er te
ontwaren wanneer okergele kleuren vergiffenis bieden voor de
hedonistische, nachtelijke zonden en de laatste schaduwen de
oppervlakkigheid van de dag trachten af te weren? Christian
Fennesz en
Ryuichi Sakamoto bieden met ‘Cendre’ een antwoord op deze vragen.
Na de summiere toenaderingspoging van ‘Sala Santa Cecilia’ gaan de
Oostenrijker en de Japanner op deze plaat een innig verbond aan met
de natuurlijkheid van een hartslag, de poëtische evocatie van een
schilderij en de sfeer van de schemerzone tussen dag en
nacht.

Als het solowerk van Fennesz bestaat uit mistbanken van
gemanipuleerde geluiden en atmosferische ambientdampen, dan beperkt
de man zich op dit album tot hooguit enkele slierten. Fennesz stelt
zich namelijk volledig ten dienste van het minimale pianospel van
zijn Japanse zielsgenoot zonder zijn bijdrage aan belang te laten
inboeten. Net zoals bij de betere literatuur moet je op ‘Cendre’
tussen de regels kunnen lezen. De zuigende melancholie tussen de
woorden uit romans van Haruki Murakami wordt hier door de vervormde
gitaarklanken en zachte ruis ook tot leven gewekt. De weloverwogen
pianonoten van Sakamoto fungeren als stenen in de rivier van
Fennesz’ zacht vloeiende drones en wie zich niet op tijd
vastklampt, krijgt natte voeten, maar hij of zij is tegelijkertijd
wel een louterende ervaring rijker.

De discrepantie van deze plaat schuilt in het feit dat Fennesz en
Sakamoto net door hun uitstekende muzikale verstandhouding een
lost in translation-gevoel bij de luisteraar oproepen. In
‘Mono’ kijken we als Scarlett Johansson in de gelijknamige film uit over de
ontwakende stad terwijl de ziel de slaap van de vervreemding
slaapt. ‘Kokoro’ en het titelnummer creëren daarna de brug naar de
nachtmerrie met spaarzame piano-echo’s en een onrustig heen en weer
geschuifel van elektronica dat ons naar de catacomben van ons
bewustzijn leidt. Tijdens ‘Aware’ zijn het dan weer de
piano-aanslagen van Sakamoto die ons als een zwevende toorts laten
verdwalen in het labyrint van de geest, terwijl de elektronica van
Fennesz ons angstbeelden influistert en wacht op de donkerte om toe
te slaan.

De manier waarop Fennesz en Sakamoto in verscheidene nummers pure
verstilling aan paranoïde horror koppelen, is imponerend, maar de
elektrische kettingreacties in de hersenen worden soms ook tot
bedaren gebracht met enkele zalvende composities. Zo neigen ‘Haru’
en ‘Oto’ naar het meest etherische werk van Triosk en verliezen we
tijdens de prachtige afsluiter ‘Abyss’ zachtjes het bewustzijn
wanneer de twee heerschappen ons langs een touw van elektronica en
enkele pianoflarden meevoeren naar de eindeloze dieptes van de
zee.

Over ‘Cendre’ hangt een meditatieve en verstilde sfeer, maar door
de rijkdom aan details en de contrasterende stemmingen dreigt het
gevaar van de slaap nergens. Vooral met de koptelefoon is deze
plaat een van de meest zinnenprikkelende ervaringen van het jaar en
wie kampt met verdoofde zintuigen door een teveel aan
Afrekening-rock kan met dit album het helende proces laten
beginnen. Wie ‘Cendre’ een kans geeft, zal nog vele keren naar de
bedwelmende sferen van de plaat terugkeren. Eén adres dus: de
betere platenwinkel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =