Pink Martini :: Hey Eugene!

In de jaren vijftig zuchtte de wereld nog zwaar onder het juk van goed gedrag en zeden die elke verregaande frivoliteit verbood. Maar het vertier was echt niet zo moeilijk te vinden, als er al geen Tee Dansant of kermis in het dorp of de gemeente plaatsvond, dan was er altijd nog de buurtcinema waar verderfelijke films de jeugd bezoedelden.

Het valt moeilijk te geloven dat zovele van die naar huidige normen brave films ooit oproer konden veroorzaken. De opvoedende BRT programmeerde ze immers nauwelijks twintig jaar later zonder schroom op lome zondagnamiddagen. Eén seksuele revolutie die zijn failliet ondertussen bewezen heeft, volstond om een hoop pareltjes vol seksuele toespelingen voorgoed met een aura van mottenballen op te zadelen en naar het vagevuur van de zondagmiddagfilm te verbannen.

Doorheen de jaren kregen de meeste van deze films echter hun glans en glorie terug en werd het zowaar hip om niet alleen de films maar ook de er in aanwezige muziek opnieuw op te waarderen en te omarmen als charmerend naïef en ontroerend eenvoudig. Onder de noemer lounge ontstond een revival die jammer genoeg ook beladen werd met een postmoderne en ironische knipoog, dat op een “ik heb hem, en u?”-toontje duidelijk wou maken dat het vooral een gimmick was en niet meer dan de zoveelste poging om af te steken tegen de overheersende gitaarrock.

In dat wereldje dook het veelkoppige gezelschap Pink Martini een eerste maal op. Geïnspireerd door de “originele loungemuziek” uit de jaren vijftig en de filmscores die in die periode opgang maakten, paste de groep wonderwel binnen de stroming, zelfs al ontbrak het de groep dan aan de ironische toets. Veeleer werd van bij de start duidelijk dat Pink Martini onder leiding van pianist Thomas Lauderdale en zangeres/diva China Forbes oprecht geïnteresseerd was (en is) in lounge en exotica. Sympathique (1997) en Hang On Little Tomato (2004) zijn dan ook kleine pareltjes.

Met Hey Eugene! pikt de groep de draad weer op. Op deze derde plaat zijn dan ook geen verrassingen of buitenbeentjes te horen. Nog steeds lijkt het wel alsof de groep zijn nummers plukt uit de soundtracks van hopeloos romantische komedies (“Everywhere”) dan wel uit de broeierige platen van de betere Latijns-Amerikaanse artiest (“Tempo Perdido” van Ataulpho Alves). Maar Pink Martini weet als geen ander de valkuilen van het genre te ontwijken en brengt de nummers met een oprechtheid die eenieder vijftig jaar terug in de tijd katapulteert.

De hang naar andere niet-Westerse invloeden is een constante in het werk van Pink Martini, al beperkte deze zich in het verleden vooral tot de “Latijnse” stijlen bossanova, son en samba/rumba. Op de nieuwe plaat staat het Japanse popnummer “Taya Tan” evenwel broederlijk naast het op Franse chansonleest geschoeide “Ojalá” en valt er evenmin een valse noot te horen in het Egyptische “Bukra Wba’do”. Toch valt er ook nog voldoende van de Zuiderse sfeer te proeven. Zo is er het rustige “Cante e Dance” en de nergens opzichtige weemoed van “Mar Desconicodo”.

Het opgewekte “Dosvedayna Mio Bombino” leent elementen uit “The Happy Wanderer (Val-De-Ri Val-De-Ra)” en contrasteert netjes met het jazzy en minimaal ingekleurde “Tea For Two” dat zich nog het beste op zijn gemak voelt in een smoezelige bar. Ondanks die veelheid aan stijlen en emoties, leg “Syracuse” maar eens naast “Hey Eugene”, valt er toch opnieuw een rode draad doorheen het album op: Pink Martini meent het. Natuurlijk schromen ze een overdrijving hier of een lichthumoristische toets daar niet, maar al bij al is dit een “ernstig” album.

Tien jaar nadat de postmoderne lounge even snel verdween als ze opkwam, houdt Pink Martini nog steeds stand. En het mooiste van dat alles is dat Hey Eugene! niet alleen het beste album tot op heden van de groep is, maar dat u er ook oprecht van genieten mag, en het hoeft daarvoor niet eens zondag te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =