Piana :: Eternal Castle

In de reguliere winkel vindt u ze niet snel maar op gespecialiseerde beurzen en in (strip)speciaalzaken is er altijd wel een divers stapeltje van te vinden. We hebben het over de soundtracks bij de vele Japanse tekenfilmseries waarin vooral Toei Animation een pioniersrol speelde.

Zoveel stellen die soundtracks overigens niet voor, de hoofdmoot wordt uitgemaakt door een hele resem vreemde nummers die veeleer als achtergrondmuziek fungeren en daarbuiten dus hun functie en appel verliezen. De enkele popnummers die tussen al dit fraais staan, zijn van een zo bevreemdende en vaak zelfs kitscherige of zeemzoete aard dat ze vooral op wenkbrauwengefrons onthaald worden, al dan niet vergezeld van een oprechte glimlach.

De Japanse Piana startte haar carrière bij World End’s Girlfriend in 2000 maar bracht drie jaar later haar debuut Snow Bird uit. Hoewel ze een voorliefde voor electro deelt met World End’s Girlfriend, haalde ze nergens het niveau van haar vorige groep. Dit was en is niet in de laatste plaats omdat Piana als soloartieste veel minder het “experiment” opzoekt en zich tevreden stelt met de creatie van naar new age neigende zweverige ambientpop. Haar belangrijkste troef hierbij is haar ijle en dromerig klinkende stem.

Op Ephemeral werd nog meer van hetzelfde geserveerd, al hoeft dat niet negatief geïnterpreteerd te worden. Piana heeft duidelijk haar niche en weet daarbinnen voldoende harten te bekoren. Die harten zullen allesbehalve teleurgesteld zijn met Eternal Castle dat niet van de geijkte paden afwijkt, maar er toch in slaagt behoorlijk verfrissend te klinken. Piana weet tenslotte nog steeds hoe ze een goede song moet schrijven.

In het verleden viel hier en daar de naam Björk of godbetert Sigur Rós te lezen in een enkele recensie, maar dergelijke vergelijkingen zijn even nuttig en steekhoudend als deze tussen Fennesz en The Beach Boys. Piana’s nummers hebben hun thuis niet in de IJslandse fjorden maar wel in de drukke straten van Tokio, waar zakenmannen dromen van schoolmeisjes en schoolmeisjes op hun beurt dromen van knappe prinsen uit verre droomwerelden.

Natuurlijk dringt Sigur Rós zich zijdelings op in het sferische “Norway”, maar hier kan evenzeer gericht gezocht worden naar de invloeden van pakweg Cocteau Twins of gelijk welke andere groep die zich bedient van dromerige melodieën en ijle (vrouwen)stemmen. Maar elke vergelijking loopt sowieso op voorhand mank doordat Piana zich niet alleen sterk in een Westerse traditie plaatst, maar evenzeer doordrenkt is van de Japanse visie op droompop en zich dan ook consequent van de eigen taal en bijhorende frasering bedient. Getuige “Hydrangea” dat zich tot een suikerspinnen popsong voor jonge meisjes ontpopt.

De haast kinderlijke manier van zingen van Piana is dominerend doorheen het album en bepaalt in grote mate het geluid van het album. Of het nu het met strijkers omzwachtelde “Beyond The Season” betreft of het — ondanks de strijkers — veeleer sober ingevulde “Two Of Us”, de rode lijn doorheen het album blijft duidelijk aanwezig, eentje die overigens ook al op de vorige twee platen te horen was. De enige keer dat ze min of meer uit het keurslijf weet te ontsnappen, is in het mooie “Snowflakes”.

Hoewel Piana duidelijk in haar rol als muzikant en songschrijfster gegroeid is, blijft de hang naar kinderlijke onschuld en een suikerspinnen wereld behouden. Deze keuze bepaalt samen met de sowieso ijle en voor sommigen ongetwijfeld irriterende stem van Piana een belangrijk struikelblok voor veel luisteraars. Wie van Japanse droompop houdt en geregeld de beurzen afschuimt op zoek naar Japanse soundtracks, zal in Piana’s werk een mooie aanwinst voor de collectie kunnen vinden. Het blijft dan ook de vraag in hoeverre en of Piana in het Westen het statuut van novelty act zal weten te overstijgen. Met Eternal Castle zal dat ongetwijfeld niet lukken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − drie =