Tori Amos :: American Doll Posse

Columbia, 2007

Als Madonna de Dan Brown van de muziek is, kan Tori Amos alleen
maar vergeleken worden met James Joyce: geen makkelijke pil om te
slikken, maar eens je voorbij de moeite bent en alles een beetje
doordringt, is het best bevredigend. Poëtische teksten,
eigenzinnige verwoordingen waar je twee keer naar moet luisteren,
literaire verwijzingen en provocerende maatschappijkritiek zijn
schering en inslag in het oevre van Mevrouw Amos, en haar nieuwe
schijfje is daar zeker geen uitzondering op. Net als haar twee
vorige platen is ‘American Doll Posse’ een conceptplaat vol
bovenvermeld goeds, die deze keer religie, politiek, oorlog en het
terugkerende feminisme op de voorgrond plaatsen. Tori neemt weer
geen blad voor de mond als ze het over deze topics heeft en haalt
zwaar uit naar elk onrecht dat er in haar ogen op dit moment in de
wereld heerst, en dan vooral in de eigen heimat, de Verenigde
Staten.

Dit doet ze volgens een eeuwenoud verhaalmechanisme, namelijk dat
van het “persona” (of “masker”). Vroeger werd dit vaak gebruikt om
discursieve ideeën rond te spuien als ware het niet die van de
schrijver, maar van een fictief personage. Voor de uitgesproken
Tori zijn het echter gewoon alter ego’s die elk een kant van haar
persoonlijkheid belichten. Clyde, Pip, Isabel, Santa, en Tori
hebben allemaal hun eigen repertoire met interesses en kopzorgen.
Zo stelt Isabel zich in de spitsafbijter ‘Yo George’ vragen bij de
mentale gezondheidstoestand van Amerika’s opperchef en laat ze haar
politieke stem nogmaals horen in ‘Dark Side of the Sun’ waar ze het
nutteloos verlies van soldatenlevens aanklaagt “for some sick
promise of heaven”
. Pip en Santa zetten de boodschap make
love, not war in duet kracht bij in het uitblinkende ‘Body and
Soul’ (een echo van Amos’ meer experimentele werk uit de jaren
negentig) en de gekwetste Clyde kruipt het feministische paard op
om de status van de vrouw te herbevestigen in ‘Girl Disappearing’.
Dit klinkt allemaal heel zwaar, maar ‘American Doll Posse’ is ook
best te pruimen zonder handleiding bij Tori’s ziel.

De cultstatus die haar door de jaren heen werd aangemeten door de
wereldwijde horde fans die stellig elk concert bevolken en haar
special edition dvd’s de charts injagen, heeft Amos dubbel en dik
verdiend door haar excentrieke en donkere lyrics, de controverse
die rond elke release heerst en – natuurlijk – het openlijke
seksdiscours. Controverse en seks zijn ook deze keer weer van de
partij, zo prominent dat haar eerste single ‘Big Wheel’ door het
vermelden van een zekere genotzame kniebezigheid en het alom
bekende acroniem ‘MILF’ al meteen werd verbannen van de Amerikaanse
radio’s. Titels als ‘Fat Slut’ en ‘Teenage Hustling’ laten
natuurlijk ook weinig aan de verbeelding over.

Anders dan op andere platen is de uitnodiging aan een groot aantal
muziekinstrumenten om deel te nemen aan het pianogeweld, gaande van
elektrische gitaren tot een stringkwartet. Toch blijft de basis van
alle songs nog steeds de piano, waar Tori, als de klassiek
geschoolde vakartiest die ze is, weer behendig op tokkelt om de
gekrulde zinnen maar op noot te krijgen. ‘Smokey Joe’, ‘Father’s
Son’ en ‘Roosterspur Bridge’ zijn typische, off-beat Amos ballads
met Tori’s stem die hoog boven de pianotonen uittorent en er
bochten omheen maakt. Haar stem klinkt zelfzeker als nooit tevoren
en ze durft te proeven van nieuwe geluiden. Zo tippelt een tuba
doorheen ‘Programmable Soda’ en wordt ‘Velvet Revolution’ begeleid
door een mandoline die het geheel een mediterrane toets geeft.
Alles is en blijft ten allen tijde Tori Amos, maar in kleine
hoekjes zie je toch evolutie en dat is altijd leuk om bij een
artiest vast te stellen.

Wie zich ondertussen afvraagt waar de enorme rijkdom aan titels
vandaan blijft komen, is meteen ook gestoten op het grootse minpunt
van ‘American Doll Posse’. De aandacht en toewijding verslapt niet
naar het einde toe – zoals vaak het geval is bij lange albums –
maar na 23 nummers heb je nu eenmaal even genoeg van het meisje met
de piano en haar aparte gekeel. Al duikt het aanstekelijke deuntje
van albumfavoriet ‘Bouncing Off zo diep in je hoofd dat je haast
dwangmatig weer op play drukt.

In een notendop heeft ‘American Doll Posse’ te bieden: degelijke
kwaliteit uit de Tori Amos muziekfabriek voor de fans en een
representatieve introductie in haar wondere wereld voor de
groentjes. In goede traditie is het een bombastisch samenspel van
vorm en inhoud, een allegaartje van muziekstijlen met abrupte
afwisselingen tussen up-tempo popliedjes, krachtige tachtiger jaren
rock nummers en akoestische piano ballads. De vergelijking met Kate
Bush is nooit veraf en Tori bewijst met haar ‘posse’ nog maar eens
dat ze nog steeds aan de top van het genre staat dat ze mede heeft
groot gemaakt: lang leve feminist classical rock.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 13 =