Yes Boss :: Look Busy

Waarom NAS zijn laatste album de doemdenkerige titel Hip Hop Is Dead meegaf, is ons nog steeds niet duidelijk. Akkoord, patserige en ronduit ridicule rappers als 50 Cent verzieken het milieu al langer, maar het zou kortzichtig zijn om de stroom aan innovatieve en scherpe hiphop daarom met een achteloos gebaar onder de mat te vegen. Vooral in Groot-Brittannië gaat er geen jaar voorbij of hiphop slaat alweer een nieuwe en avontuurlijke weg in.

Grime en dubstep zijn met voorsprong de twee Britse subgenres van hiphop die ons de laatste jaren het meest bij het nekvel gegrepen hebben. De samensmelting van hiphop met dancehall, garage en drum ’n’ bass waarbij, vooral in het geval van dubstep, de bassen zo diep gaan dat de inwendige organen er spontaan ettelijke centimeters van gaan opschuiven, is een van de lekkerste en opwindendste cocktails die tegenwoordig op de dansvloer wordt geserveerd.

Grime is ondertussen allang zijn natuurlijke habitat van grauwe fabriekspanden en gure achterafsteegjes ontstegen. Voortrekkers als Dizzee Rascal en Lady Sovereign gaven het genre een fikse duw in de rug en maakten de weg vrij voor nieuwe artiesten — ook buiten Oost-Londen, dat totnogtoe het epicentrum van de grime leek. Zo was het in 2006 een duo uit Leeds dat de Britse garagescene succesvol infiltreerde met een reeks singles die allerminst onopgemerkt voorbij gingen. Rapper Noah Brown en beatleverancier Gavin ’Gavron’ Lawson, alias Yes Boss, zetten zich meteen op de kaart met "Get Dropped Quick" en "More Or Less", moddervette grime waarop het fijn de broekspijpen laten fladderen is.

Brown en Lawson kwamen op het juiste moment en uit de juiste stal — label Dance To The Radio van ¡Forward, Russia!-gitarist Whiskas brengt met o.m. ook iLiKETRAiNS en This Et Al het getalenteerdste en meest geanticipeerde uit Leeds aan de oppervlakte. Het label focust vooral op indierock, maar dat maakt Yes Boss nog geen vreemde eend in de bijt. Look Busy zit werkelijk tjokvol verwijzingen naar o.m. electro, indierock en punk, en is door die constante afwisseling en variatie geen tel vervelend.

"Tongues in Knots", de eerste single sinds de release van het full album met vocale assistentie van ¡Forward, Russia!-frontman Tom Woodhead, is zo niets meer of minder dan pop, en daarmee een prima afspiegeling van de luchtige aanpak die het hele album kenmerkt. Het typisch logge en zware van grime wordt regelmatig slim gecounterd met frivole intermezzo’s, zoals het Peter en de Wolf-gefluit in "NYB", een soortement kermisorgeltje in "Don’t Think" en heliumstemmetjes in "Blow Dart".

Het sappige en in de straten van Leeds gedrenkte taaltje van Brown roept meer dan eens vergelijkingen op met Mike Skinner van The Streets, niet alleen naar vorm, maar ook naar inhoud. Britse rappers bezondigen zich in tegenstelling tot hun Amerikaanse tegenvoeters zelden aan hersenloos gewauwel, en dat wordt hier alweer bevestigd. De rhymes van Brown zijn inventief, scherp en vaak geinig. Er is vaak reden tot in het vuistje lachen met ’s mans bijtende sarcasme en trefzekere humor, zoals de manier waarop hij met zijn doelgroep lacht in "Indie Kids", al had een strenge eindredacteur de al te silly gedeeltes soms terug naar af mogen sturen. "Your mum lives on the isle of Lesbos, do what you like, I don’t give a toss" … tsjah.

Hoe dan ook, avontuurlijk, bijtend en springlevend, dit zoveelste Britse grimeproduct heeft het allemaal, en wij kijken reikhalzend uit naar meer. Hiphop dood? Toch niet de laatste keer dat wij de polsslag ervan opnamen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + 7 =