Shrek the Third




90 min. / USA /
2007

The long wait is finally ogre, knipogen de affiches van
deze derde ‘Shrek’ – een slogan die aangeeft dat woordspelingen zo
heel af en toe ook wel eens hemeltergend flauw kunnen zijn, en die
er van uitgaat dat we allemaal in spanning zaten te wachten op dit
volgende avontuur van de Groene Vriendelijke Reus. Wat niet per sé
het geval is; de eerste ‘Shrek’ was één van de voorlopers van de
nieuwe, hippe, vrolijk postmoderne Amerikaanse animatiefilm, de
tweede was een vat vol grappen die vaker werkten dan dat ze
faalden, maar meer ook niet. Om nu te zeggen dat het idee van een
derde deel wilde kreten van enthousiasme bij me uitlokte, zou
overdreven zijn. En verdomd, mijn ergste vermoedens kwamen uit:
‘Shrek the Third’ is een muf, levenloos filmpje geworden dat maar
zelden een oprechte lach weet uit te lokken. Van een verhaal is
nauwelijks sprake, en de grappen lijken eerder flauwere varianten
op gags die al in één van de eerste twee films zaten.

Onbepaalde tijd na het einde van deel twee zien we hoe de koning
van Far, Far Away (John Cleese) dodelijk ziek is geworden.
Voorlopig nemen Shrek (Mike Myers) en Fiona (Cameron Diaz) de
honneurs als koninklijk koppel waar, maar na enkele gezonken boten
en een afgebrande paleiszaal komt Shrek tot de conclusie dat een
kroon niets voor hem is. Wanneer de koning uiteindelijk sterft,
gaat hij dan ook snel op zoek naar Arthur (Justin Timberlake), de
enige andere persoon die aanspraak kan maken op het koningschap.
Shreks zoektocht wordt er echter niet makkelijker op wanneer Fiona
hem vlak voor zijn vertrek vertelt dat ze zwanger is. En omdat je
nu eenmaal een slechterik nodig hebt, draaft ook Prince Charming
(Rupert Everett) weer op, die samen met de slechteriken uit zowat
alle denkbare sprookjes een vijandige take over van Far,
Far Away probeert te plegen.

Je moet het ze nageven: ‘Shrek the Third’ is waarschijnlijk de
eerste animatiefilm over bindingsangst. De makers besteden een
verrassende hoeveelheid tijd aan de problemen die Shrek heeft met
het komende vaderschap en met het aanvaarden van de
verantwoordelijkheden die met het koningsschap komen. Ja hoor, op
een bepaald moment bereikt elke ogre een punt in zijn leven waarop
hij volwassen moet worden, en dat moment is hier aangebroken. De
perikelen rond Prince Charming en zijn kwaadaardig plan worden
daarbij op het tweede plan gedrongen en lijken eerder bijzaak.

Dat houdt in dat de plot ditmaal nog minder voorstelt dan in de
tweede film. Waar de originele ‘Shrek’ nog een slimme variant was
op de klassieke structuur van een sprookje (de koene, groene prins
moet de schone dame uit het kasteel redden), begaf deel twee zich
al op veel banaler terrein: Shrek maakte kennis met zijn
schoonouders. Ditmaal gaat het over gezinsuitbreiding. Deel vier
zal allicht over de echtscheiding tussen Shrek en Fiona gaan,
waarbij dé grote vraag is wie het hoederecht over de kinderen zal
krijgen. Waarom niet, ze kunnen van de schurk in die aflevering
zelfs een gluiperige advocaat maken. Meer en meer begeeft de
‘Shrek’-reeks zich op het terrein van een weinig memorabele
soap.

Dat verhaal is op zichzelf al niet echt de moeite, maar meer dan
dat stel ik me de vraag in welke mate kinderen er een boodschap aan
zullen hebben. Oké, jonge kinderen lachen vanzelf met alles wat
maar beweegt en af en toe eens een scheet laat, maar hoe zit het
met lagere schoolkinderen en jonge tieners (toch hét doelpubliek
van dit soort film)? De kans bestaat dat ze zich beginnen te
vervelen, simpelweg omdat quasi de hele prent over gevoelens en
ervaringen gaat waar ze zich niets bij kunnen voorstellen..

Nu zou dat allemaal nog niet zó erg zijn, als de film z’n eerste
taak maar eens vervulde en grappig was. Hier en daar zitten wel
weer geinige momentjes, natuurlijk. Vooral de bitchy
prinsessen zijn heerlijk: Doornroosje valt te pas en te onpas in
slaap, Raponsje heeft extensions en Sneeuwwitje is een
dominante teef die haar zeven dwergen gebruikt als huisslaafjes.
Zeer geestig, maar daarmee is het leukste wel gezegd. Voor de rest
krijgen we heel wat herhaling van de vorige afleveringen (de
nummertjes van Puss In Boots en vooral Donkey beginnen echt wel
afgezaagd te worden) en voorspelbare knipogen naar de Amerikaanse
popcultuur. Op een bepaald moment raken Shrek en co verzeild op de
sprookjesversie van een middelbare school, waar schone jonkvrouwen
met van die tuttige punthoedjes dingen zeggen als: ‘So I was
like… get thee away.’
Aan de muren hangen posters met de
verstandige slogan: Just say nay! In zekere zin is dat
allemaal wel goed gevonden, maar door de ervaring van de eerste
twee films (en zowat àlle andere CGI-animatiefilms die er verder
nog zijn verschenen), wéét je al dat dat soort dingen gaan komen.
Ze zijn niet meer fris of verrassend, want dat soort o zo clevere
inside jokes duiken tegenwoordig overal op.

Ik stel me ook vragen bij de houdbaarheidstermijn van dit soort
films. Over een paar jaar zijn al die überhippe dingen waar ‘Shrek
the Third’ naar verwijst al lang weer verdwenen in de vuilnisbak
waar pop-fenomeentjes nu eenmaal vroeg of laat in terecht komen: de
slang die hier geparodieerd wordt, zal onvermijdelijk
veranderen tot niemand nog weet waar het over gaat. De muziek, de
films en de tv-programma’s die op de korrel worden genomen,
sukkelen over een paar jaar ook wel in de vergetelheid. Veel van de
humor van ‘Shrek the Third’ is gedoemd om al geantidateerd te zijn
tegen de tijd dat de prent op dvd verschijnt. Hell, zo
lang heeft het zelfs niet geduurd – de makers vonden zichzelf
ongetwijfeld ontzettend slim toen ze Justin Timberlake een stem
lieten inspreken in dezelfde film als zijn toenmalig lief, Cameron
Diaz. Maar nog voor de prent de zalen in kwam, was het koppel al
uit elkaar gegaan. Pijnlijk. Dat is het risico dat je loopt met een
prent die tsjokvol clevere postmoderne referenties zit: je bent zó
snel weer voorbijgestreefd, niet te geloven. Ondertussen kan ik nog
steeds naar ‘The Lion King’ of ‘Beauty and the Beast’ kijken op
dezelfde manier als pakweg vijftien jaar geleden, omdat dat
toevallig tijdloze verhalen zijn.

Misschien is het nog wel het zinnigste om daar naar terug te
keren: verhalen die niét zo compulsief slim en zelfreferentieel
willen wezen, maar gewoon op zichzelf kunnen staan als orgineel,
nieuw verhaal. Maar goed, zo lang er mensen naar gaan kijken, maak
ik me geen illusies: op naar ‘Shrek: the Midlife Crisis’, ‘Shrek:
the Prostate Problems’ en de onvermijdelijke spin-off: ‘Fiona Goes
Menopause’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 11 =