Kristin Hersh :: Learn To Sing Like A Star

“You know what… you know what… you know what? SHUT THE FUCK UUUUUPPP!!!” Dat soort zinnen brulde Hersh nog op Golden Ocean van 50 Foot Wave, het lawaaicombo waar ze een jaar of twee geleden de podia mee onveilig maakte. Anno 2007 heeft de veertigjarige, viervoudige moeder de woede van die band weer ingeruild voor de muziek van weleer.

Haar gezinsleven heeft Hersh echter nooit belet er een productieve carrière op na te houden. Met Throwing Muses, 50 Foot Wave en als soloartieste heeft ze in totaal een vijftiental albums, waarvan geen enkele een brave huismoederplaat is. Zelfs de meest ingetogen albums van haar carrière zijn bezwangerd door donkere stemmingen, vreemde beeldspraak en vaak ondoordringbare teksten die duidelijk niet afkomstig zijn van een volmaakt gelukkig mens dat alles in goud ziet veranderen.

Soloworp nummer zeven Learn To Sing Like A Star lijkt van al haar albums misschien wel het meest een compromis te sluiten tussen de pop/rock van Throwing Muses en de ingetogenheid die eerdere soloalbums kenmerkte. Geen imposante agressie en openlijke walging zoals bij 50 Foot Wave, maar ook geen aaneenstrengeling van kalme rustpunten (al dan niet met onderhuidse weerhaakjes), zoals Hips and Makers (het succesvolle debuut uit 1994) of het akoestische The Grotto (2003) (haar vorige soloplaat) dat waren.

Opener “In Shock” had zelfs perfect op een Throwing Muses-album als The Real Ramona kunnen staan. De song wordt opgeluisterd met strijkerspartijen (van o.m. vaste 4AD-klant en voormalig Therapy?-lid Martin McCarrick), maar wordt evenzeer vooruitgestuwd door krachtig bonkende drums en een hamerpiano. En Hersh, dat is duidelijk geen groen blaadje meer. Het is indrukwekkend om te horen hoe haar misbruikte, halfkapotte stem zich een weg baant door een wrange song als “Day Glo” met z’n herhaalde “Getting up is what hurts” en confronterende vaststelling “I’ve lost everything”.

Het hele album staat bol van de beklijvende zinnen die in de context van een song voor verwarring zorgen, maar die wel blijven hangen. In het kalme, repetitieve “Nerve Endings” gaat het over “idiotic optimists rubbing salt into my wrists”, en heel vaak zijn er verwijzingen naar de scheidingslijn tussen zijn, verdwijnen en afwezigheid, en de wazige zone die ertussen ligt. En taal? Taal schiet altijd en overal tekort: “Spit flying, how do you spell that with vowels?” luidt het in “Ice”.

Ondanks het feit dat Hersh Learn To Sing Like A Star bijna helemaal in haar eentje opnam, klinkt het album behoorlijk rijk en gelaagd, al zijn de songs in de tweede helft van het album sterker dan de eerste: “Nerve Endings” en “Under The Gun” weten sfeer op te bouwen, maar zijn wat mager en al te repetitief. Dan zijn “Sugarbaby” en “Peggy Lee” beter, verraderlijk lichte songs die elk op een indirecte manier zorgen voor ongemakkelijke spanning die ook de rest van het album aansteekt.

Met het afsluitende kwartet weet Hersh zich echter te onderscheiden, en het is ook dit groepje songs dat ervoor zorgt dat het album één van haar sterkste is. De haast surreële woordenvloed van “Vertigo” is de ideale opstap naar de weemoed van “Winter”, de verslavende elegantie van “Wild Vanilla” (haal die cello maar eens uit je hoofd) en het afsluitende hoogtepunt “The Thin Man”, dat zich in de zone tussen slaap en ontwaken nestelt, lijkt net zoals de plaat als geheel te zwelgen in woorden en beelden die verwijzen naar overgangen.

Learn To Sing Like A Star biedt geen verrassingen en bitter weinig duidelijkheid over wat er zich afspeelt tussen de oren van Hersh, maar die mysterieuze koppigheid zorgt net voor de aantrekkingskracht van het album. Dat de artieste het werk wist te versterken met een aantal songs die tot haar beste horen, is de enige zekerheid die te ontwaren valt. Voor ons volstaat dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 14 =