Death Vessel :: Stay Close

Er zijn twee zaken die je best weet over Death Vessel. Hoewel de
naam er uitziet als het vervolg op het bedenkelijke ‘Ghost Ship’,
gaat het hier niet om een vorm van metal. Neen, Death Vessel is erg
Amerikaans klinkende, traditionele country folk. Het tweede en,
indien de plaat uw trommelvliezen al heeft bereikt, het meest
verrassende feit is dat de persoon achter de microfoon een man is.
Honderd procent van de luisteraars zonder voorkennis zouden het
vakje ‘vrouw’ aankruisen, want de hoge stem van Joel Thibodeau
klinkt niet alleen erg vrouwelijk, hij hanteert ze ook zoals een
vrouw dat zou doen. Komt daarbij dat ook uit de tekst niets van het
geslacht van de frontman valt af te leiden. Een manier om op te
vallen is het alleszins.

Joel Thibodeau is geboren in Berlijn en is via een jeugd in Maine,
tienerjaren in Boston en een tussenstop in Providence terecht
gekomen in Brooklyn, New York. Na verschillende muzikale projecten
met evenveel medewerkers, nam hij in 2005 ‘Stay Close’ op, het
debuut van Death Vessel. Inderdaad, ‘Stay Close’ is met twee jaar
vertraging op de Europese markt losgelaten. Thibodeau, die met
gitaar, mandoline, viool en Rhodes een groot deel van de
begeleiding zelf verzorgde, kreeg toch een waslijst aan
assistenten, waaronder de zusjes Meg en Laura Baird van Espers, die
vocaal steun boden.

De folky country of country folk van Thibodeau blijft steeds binnen
de bekende paden en heeft bijgevolg geluk met de uitzonderlijke
stemkwaliteiten van de songwriter om een beetje boven de massa uit
te piepen. Als er één nummer is dat door de snelle, originele
gitaarplukken en de tussentijdse dreunen van een elektrische gitaar
dan toch opvalt, is het ‘Blowing Cave’. Het is de sterkste song op
‘Stay Close’, waarbij onze oorspronkelijke annotatie “ze legt wat
ballen in haar stem” niet geheel meer opgaat. Begrijpe wie ze
begrijpe kan, maar ook de lyrics vallen hier in positieve zin op.
Zo begint het nummer met het leuk klinkende “The load is
unneat, sprawling oddly / J-ing the stern, pelicanly”
. Haal
dat maar eens door uw vertaalprogramma.

De songs op ‘Stay Close’ vallen voornamelijk in te delen in de
categorie ‘feel good music’. Een aantal tracks is zelfs zo vrolijk
dat het oninteressant en lachwekkend wordt. Het ergst is het
gesteld met ‘Mandan Dink’, zo’n nummer waarop barvrouwen in de
Midwest hun benen lieten gaan voor een publiek van over het paard
getilde cowboys die af en toe ‘Yiehaa!’ riepen omdat ze zichzelf
toch zo vrij waanden. Tot overmaat van ramp begint zo’n cowboy na
een minuut mee te zingen.

Gelukkig zijn er ook geslaagde positief ingestelde songs. Een
voorbeeld is het niet onaardige openingsnummer ‘Mean Streak’, dat
baadt in een eenvoudige Sheryl Crow sfeer. Ook op het einde van
‘Stay Close’ gaat onze applausmeter de hoogte in. De leuke en
rustige Townes Van Zandt cover ‘Snow Don’t Fall’ doet met zijn
lange instrumentale intro aan This Mortal Coil denken. ‘Deep in the
Horchata’ creëert een vol geluid met drums en een druk, gevarieerd
gitaarspel. Zelden klinkt Thibodeau zo laag, want waar hij in
‘Break the Empress Crown’ nog zingt als Scout Niblett, horen we
hier eerder Dolores O’Riordan (The Cranberries). Het zachte ‘White
Mole’ mag dit debuutalbum afsluiten. Een slepende countrygitaar
zorgt voor een warme sfeer. Vreemd genoeg komen er meer witte
paarden dan witte mollen in voor.

Death Vessel, dat in zijn thuisland dit jaar wellicht een tweede
album uitbrengt, laat op ‘Stay Close’ een behoorlijk neutrale
indruk na, waarbij weinig verontrustende country en folk hier en
daar wordt afgewisseld met interessante ideeën. Was de plaat even
intrigerend geweest als de stem van de zanger, we hadden met een
blijver te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − veertien =