Spider-Man 3

Spider-Man is waarschijnlijk de enige comic book held
die interessanter wordt zodra hij zijn latex pakje uittrekt en weer
gewoon zichzelf is. Denk er maar eens over na: Clark Kent is een
houten klaas die pas een klein beetje opwinded belooft te worden
eens hij zijn haar achteruit kamt en plots Superman wordt (en dan
nog). Bruce Wayne is dan weer een zure miljonair die in z’n jeugd
is blijven steken in de anale fase, maar als Batman wel ass
kickt.
Uit alle comic verfilmingen tot op heden, is
Peter Parker het enige personage dat ook in zijn dagelijkse leven
boeiend is, los van zijn heldendaden. Het is daardoor dat de eerste
twee Spidey-films zo goed werkten: er werden relaties op poten
gezet tussen de personages die geloofwaardig genoeg waren om een
emotionele reactie van het publiek te krijgen. Spider-Man die
tussen de wolkenkrabbers van New York slingerde en en
passant
enkele snoodaards op hun muil gaf, dat was cool. Maar
Peter Parker die hopeloos verliefd was op Mary Jane, dàt was wat je
raakte. En zowat elke actiefilm met een groot budget slaagt er wel
in om cool te zijn, maar je raken is er niet veel gegeven.

‘Spider-Man 2’
was wellicht de perfecte blockbuster sequel: de actie en
de speciale effecten waren aanzienlijk beter dan in deel één, maar
ook het verhaal en de personages werden sterker uitgediept. Na een
kanjer van een cliffhanger aan het einde waren de
verwachtingen hooggespannen. Regisseur Sam Raimi soupeerde het
grootste budget in de Hollywoodgeschiedenis op om deel drie nóg
groter, nóg spectaculairder en nóg beter te maken. In de eerste
twee ambities is hij geslaagd, in de derde niet.

We ontmoeten Peter Parker (Tobey Maguire) op een hoogtepunt in
zijn leven: Spider-Man is er persoonlijk voor verantwoordelijk dat
de misdaad in New York met 75 procent is gedaald, iedereen draagt
zijn heldhaftige alter ego op handen en tussendoor mag hij zijn
grote liefde Mary Jane (Kirsten Dunst) regelmatig in z’n web
spinnen. De problemen beginnen echter wanneer Mary Jane slechte
recensies krijgt voor een musical waarin ze meespeelt (die critici,
honden zijn ze) en Peter te druk bezig is met zichzelf om aandacht
aan haar te schenken. De relatie tussen de twee wordt steeds
wankeler, en ondertussen krijgt Peter ook nog eens af te rekenen
met zijn oude boezemvriend Harry Osborn. Die is nog steeds pissig
op Peter omdat die, in de eerste film, Harry’s vader (Willem Dafoe)
zou hebben gedood.

Het is in de relaties tussen die drie figuren dat het hart van
de film ligt, en Sam Raimi weet dat maar al te goed: deel twee van
de reeks ging eigenlijk helemaal over Peters conflict tussen de
wens om een normaal leven te leiden, met een liefje en een job en
alles erop en eraan, en anderzijds de verplichting om als
Spider-Man regelmatig de stad te gaan redden. Hier wordt dat
conflict verder uitgewerkt, maar dan binnen het karakter van Peter
zelf: Spider-Man is razend populair en Peter krijgt nu de keuze wat
hij belangrijker vindt – zijn ego of Mary Jane. Superheld zijn is
schijnbaar nooit makkelijk. De fans van de comic books
zullen blij zijn te horen dat Venom in deze aflevering zijn intrede
maakt: een soort van buitenaardse blubber die zich aan het lichaam
van een gastheer hecht en vervolgens de minder fijne kantjes van
diens persoonlijkheid uitvergroot. In het geval van Peter: zijn
egoïsme, zijn wraakzucht en zijn dikke nek. Het Spider-Man kostuum
gaat er spontaan zwart van zien.

De subtantie Venom (waarvan de herkomst in de film nooit echt
wordt uitgelegd) wordt tijdens het eerste anderhalf uur gebruikt om
de conflicten tussen Peter en Mary Jane te versterken – wat gebeurt
er als àlle negatieve kantjes van je vriend plots duizendmaal
worden aangedikt? – en om ook de strijd tussen Spider-Man en Harry
Osborn een extra dimensie te geven. De door Venom aangetaste
Spider-Man kent geen genade, en is niet zozeer uit op
gerechtigheid, als wel op simpele wraak.

Zolang Raimi zich bezighoudt met die bizarre
driehoeksverhouding, werkt ‘Spider-Man 3’ dan ook erg goed: dit
blijven personages waar we iets voor kunnen voelen. Drie mensen die
elkaar in feite heel graag zien, maar door omstandigheden tegenover
elkaar komen te staan. Vergelijk dat met de geforceerde
relatiecrisissen uit de tweede ‘Pirates of the Caribbean’ en je
moet wel concluderen dat dit duizendmaal geloofwaardiger en
meeslepender is.

Het probleem is alleen dat er werd besloten om er ook nog eens
twee andere slechteriken bij te halen: Sandman (Thomas Hayden
Church) is een ontsnapte crimineel die in een wetenschappelijk
experiment verzeild raakt en vervolgens letterlijk in een
zandmannetje verandert. En Eddie Brock (Topher Grace) is een
hufterige fotograaf die besmet raakt met Venom. Voor de nevenplot
met Eddie Brock valt nog een verantwoording te vinden, maar het
hele personage van Sandman had eigenlijk probleemloos uit de film
verwijderd kunnen worden. De bedoeling van Sandman was duidelijk om
een tragische, “eigenlijk bedoel ik het allemaal nog niet zo
slecht”-schurk te introduceren, waarmee wordt terugverwezen naar de
eerste film. Maar dat tragische aspect is simpelweg stroperig
(“Mijn dochtertje lag op sterven, ik had geld nodig!”) en de link
naar de eerste film is er aan de haren bijgesleurd. Je gelóóft
gewoon geen bal van die hele Sandman, en dat is een zware handicap
voor de film. “Venom” Eddie Brock heeft óók al geen cruciale rol,
maar van hem kun je tenminste nog zeggen dat zijn personage verband
houdt met het hele deel van de film rond de duistere kant van Peter
Parker. Bovendien werd Topher Grace ten tijde van ‘Spider-Man 2’ overwogen
om de rol over te nemen van Tobey Maguire, toen die met zware
rugproblemen kampte – zijn bijrol hier is allicht een soort van
troostprijs geweest.

De actiescènes zijn nog steeds dik in orde, met als uitschieter
een vroege confrontatie tussen Peter en Harry. Sam Raimi weet nog
steeds een mooi evenwicht te vinden tussen een beweeglijke camera
en een strakke montagestijl, zónder daarom chaotisch of
onoverzichtelijk te worden. En bovendien neemt Raimi het allemaal
nog steeds niet te serieus: een scène waarin ‘Evil Dead’-veteraan
Bruce Cambell opduikt als de gerant van een Frans restaurant is
hilarisch, evenals een (weliswaar wat al te lang uitgerokken)
parodie op ‘Saturday Night Fever’.

‘Spider-Man 3’ blijft dus sowieso wat je noemt “de betere
blockbuster”, alleen worden er te veel slechteriken bijgehaald. Met
alle respect voor Thomas Hayden Church, enkele jaren geleden nog zo
briljant in ‘Sideways’, maar als ze
hem uit de film hadden geknipt zou Spidey 3 heel wat strakker en
samenhangender zijn geweest. Maar goed, zoals het is blijft dit
aardig vertier – we mogen maar eens dromen dat àlle zomerse sequels
zo goed zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 5 =