Flandres




Dat de meningen verdeeld zijn over negativo Bruno
Dumont werd tijdens mijn aanvaring met zijn nieuwste donderwolk
‘Flandres’ nog maar eens bevestigd. Het koppel aan m’n linkerkant
vond het een ergerlijke arty farty-oefening in
levenspessimisme, het nog in lichte roes verkerende heerschap aan
m’n rechterkant sprak van een fascinerende dissectie van de
condition humaine. Uiteraard gedroeg ik me als een
ruimdenkende diplomaat die zich kon vinden in beide
gedachtenstromen. Soms werkt ‘Flandres’ inderdaad als een
hypnotiserende kwellingstocht met de gitzwarte kronkels van Dumont
als existentiële gidsen, maar tegelijk is het ook zo’n typische
traag voorbijtuffende boemeltrein van een arthousefilm. Zo eentje
waarin de stiltes meer moeten zeggen dan de dialogen en waar de
lege beelden eigenlijk overstromen van de symboliek. Althans, zo
zal het toch met veel hoogdravende analyses ontleed worden in de
artistiek verantwoorde cahiers du cinéma-boekjes.

Dumont trekt terug naar de plek waar hij opgroeide, de eindeloze
vlaktes en mistroostige wilgen van Frans-Vlaanderen, om het verhaal
te vertellen van zwijgzaam boerke Demester (lelijke
karakterkop Samuel Boidin). Naast wat rond te suffen op de
boerderij, zijn akkers te ploegen en een ongezellige pint te
drinken in een al even ongezellige kroeg (check de eenzame
accordeonist), houdt moderne oermens Demester zich voornamelijk
bezig met het penetreren van de dorpsmatras Barbe (een
geloofwaardige Adélaïde Leroux, hoewel ze dat misschien niet graag
zal horen). Maar Demester vertrekt naar een oorlog in een niet
nader bepaald land (ergens in Noord-Afrika wellicht) en herpesnimf
Barbe blijft achter met enkel de lokale ugly bastards die
aan haar lijf willen zitten als gezelschap. Demester ondergaat de
gruwelen van de oorlog en Barbe probeert zich staande te houden met
haar ontwrichte levenssituatie.

Klinkt een tikkeltje vaag, maar dat is dan ook de bedoeling van
Dumont, die met ‘Flandres’ vooral metafysische vragen wil stellen
over de mens, zijn instinctieve drijfveren en zijn verbondenheid
met de natuur. Of hij die prangende kwesties van een bevredigend
antwoord voorziet is dan weer een vraag die we beter niet stellen.
‘Flandres’ is geen makkelijke film. Het tempo ligt pokketraag
(Demester die kapotte dakpannen samenveegt, boeiend), van concreet
uitgewerkte personages is er nauwelijks sprake en de thematiek, die
interessant genoeg is om op z’n minst even over te discussiëren,
zit vaak metersdiep begraven onder een sombere beeldvoering (de
troosteloze landschappen baden in een poëtische tristesse) en
afstandelijke vertelstijl (Dumont observeert meer dan dat hij een
verhaal wil vertellen). ‘Flandres’ is geen film om in te kruipen,
geen film om van te houden. Het is een film om vanop veilige
afstand in de gaten te houden, terwijl je ondertussen probeert te
vatten wat Dumont precies allemaal wil zeggen. Het voordeel van
zo’n ‘open’ film is de vrijheid die je als kijker meekrijgt om een
eigen interpretatieve betekenis toe te kennen. Het nadeel is dat je
negentig minuten lang met een vage en ontoegankelijke film van een
koppige regisseur opgescheept zit. En ja, dat durft wel eens lastig
te zijn.

‘Flandres’ wordt gedreven door de centrale dynamiek tussen de
Demester en Barbe, wellicht één van de meest onromantische koppels
die ooit het scherm hebben afgekoeld ( weinig passie te bespeuren
bij een emotieloze wip in de natte bosjes). Hun relatie is primair,
bijna dierlijk zelfs. Dumont wil de essentie van z’n protagonisten
vatten door ze bijna volledig afhankelijk te maken van hun
instincten. En zo zien we hoe de ruwe levensstijl van Demester
wordt doorgetrokken naar zijn handelingen in de oorlog. Het hoeft
niet te verbazen dat hij zich daar niet van zijn beste kant laten
zien. De zenuwinzinking van Barbe is dan weer iets menselijker en
herkenbaarder. Misschien maar best, want anders zou ‘Flandres’
verzuipen in z’n ongrijpbare pretenties.

Wel leuk dat de regisseur speelt met details om zijn film uit
een specifiek en concreet kader te lichten. Zo speelt ‘Flandres’
zich af in het heden, maar verplaatsen de soldaten zich wel nog op
paarden. En de reden waarom een viertal soldaten (trekken die
mannen niet in iets grotere troepen rond?) alleen op stap trekken
in de woestijn levert ook een moeilijk te vatten, maar fascinerende
constructie op. ‘Flandres’ staat eigenlijk los van tijd en ruimte
om de aandacht op het hoofdonderwerp, de mens en zijn omgeving (in
dit geval de Frans-Vlaamse heimat), niet te beïnvloeden door
herkenbare referenties. Dumont wil het puur houden. Wie in
‘Flandres’ een aanklacht tegen de oorlog in het Midden-Oosten ziet,
is dus al iets te concreet aan het analyseren volgens Dumont.

Net zoals in zijn vorige exploten schuwt Dumont het
hardcore controversiële niet. Dat werkte bij zijn debuut,
de schandaalfilm ‘La Vie de Jésus’ (nog steeds zijn beste film),
maar bij zijn laatste, ‘Twentynine Palms’, leverde het één van de
meest irritante kunstscheten op in de geschiedenis van de
prententieuze artcinema. Voor ‘Flandres’ maakt Dumont gebruik van
de horrortaferelen in oorlogssituaties om een paar schokkende maar
uiteindelijk ook holle scènes in de maag van de kijker te splitsen
(een groepsverkrachting, vanzelfsprekend, doden van kindsoldaatjes,
voorspelbaar). Het is niet exploitatief en het is niet echt
misplaatst, maar door de typische contextloze aanpak van Dumont is
het ook moeilijk om er meerwaarde achter te zoeken. Als die
expliciete scènes al iets verwezenlijken, dan is het een nog
grotere distantiëring tussen de kijker en de film. Dumont wil de
kijker confronteren en aan het denken zetten over wat er zich op
het scherm afspeelt, maar zonder betrokkenheid is dat verdomd
moeilijk. Had hij zijn boeiende filosofische ideeën nu eens wat
meer verwerkt in een emotioneel toegankelijker verhaal, dan hadden
we misschien ook iets kunnen voelen. Het is pas in de allerlaatste
minuut dat de regisseur z’n hart en emoties laat zien. Maar wat als
de ultieme verlossende katharis had moeten dienen, wekt enkel maar
onverschilligheid op.

Het debat over de film en zijn regisseur zal ongetwijfeld
interessanter zijn dan de filmervaring zelf. ‘Flandres’ is vaag,
traag en ontoegankelijk, maar ergens dwingt Dumont wel respect af
met zijn eigenzinnige visie op het trieste lot der mensen en de
velden en wegen die hen verloren laten lopen. Veel beloning biedt
‘Flandres’ niet, maar het is wel de perfecte film om een gewichtige
thesis of paper over te pennen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 14 =