Fursaxa :: Alone In The Dark Wood

Sprookjes zijn voor kinderen, onschuldige verhalen voor het slapengaan. Met nare personages die eigenlijk niet echt naar zijn maar toch gestraft worden, en een “eind goed al goed”-moraal wordt een dekentje van zekerheid gespreid waaronder het veilig slapen is. Maar ooit waren sprookjes veel cruer.

Oorspronkelijk waren deze volksverhalen immers op een volwassen publiek gericht, dat met deze vertellingen een moraliserende les meekreeg en het labeur van elke dag een plaats kon geven binnen een verhalend kader. De sprookjes waren aanvankelijk dan ook veel gruwelijker dan de versies die we nu kennen. De naargeestige hoofdpersonages kwelden hun slachtoffers en stierven vaak in helse pijnen wanneer de “held” op het einde zijn wraak kon nemen, al dan niet met behulp van bovennatuurlijke machten.

Het is in deze pre-Disneywereld van sprookjes en vertellingen dat (acid)folkartieste Tara Burke al jaren rondzwerft. Met de sologroep Fursaxa (de groepsnaam is haar oude telefoonnummer waarvan de letters voor cijfers staan) brengt ze op geregelde tijdstippen niet alleen cd’s en lp’s uit maar ook registraties van live-opnames op cd-rs. Op een kleine zeven jaar heeft dit tot — voorzichtig geschat — veertien albums geleid, Alone In The Dark Wood inbegrepen.

Op dit laatste album tast Fursaxa verder de grenzen af van de door psychedelica en volksverhalen geïnspireerde folk waarin het verhalende element binnen een dromerige en soms zelfs verontrustende setting primeert op melodielijnen en songstructuren. Maar in al zijn grilligheid vertoont Fursaxa wel steeds een patroon; chaos noch ongestructureerd lawaai krijgen een kans binnen het album.

Het mantrische karakter van “Bells Of Capistrano” bijvoorbeeld lijkt aanvankelijk met zichzelf geen weg te weten maar vormt wel de perfecte aanloop voor het spookachtige “Drinking Wine In Yarrow” dat echoënde klanken op elkaar stapelt en zo een meeslepende en drone-achtige trip creëert. Ook “Lunaria Enters The Blue Lodge” laat een enkele klank eindeloos weerklinken, maar gooit er evenzeer holle stemmen en een ritmische gitaarlijn (een echte melodie kan het niet genoemd worden) tussen.

De vergelijkingen met Spires That In the Sunset Rise zijn dan ook voor de hand liggend, want net als deze dames uit Chicago verbergt Fursaxa een intrigerende schoonheid onder de rammelende klanken die het album domineren. “Black Haw” mag hier het typevoorbeeld genoemd worden, want nog meer dan in de andere vermelde nummers overheerst hier een bezwerend ritueel dat zich onder een dikke laag van over elkaar gedrapeerde geluiden verschuilt, maar dat wars daarvan toch weet te imponeren.

Op de tweede helft van het album gooit Burke het roer om en laat ze de klankentapijten min of meer voor wat ze zijn. Het zwaartepunt komt te liggen op heldere (en minimale) gitaarmelodieën waarbij de folkinvloeden veel duidelijker te horen zijn. “Alone In The Dark Wood”, “Nawne Ye” , “Sheds Her Skin” en “In The Hollow Mink Shoal” vormen dan ook een veiliger toegangsweg voor hen die dit donkere woud een eerste maal betreden. In de laatste drie nummers, “Rattling The Calabash”, “Birds Inspire Epic Bards” en “Of Tubal Cain” volgt een symbiotisch huwelijk van de verschillende stijlen en worden repetitieve bezweringen ten langen leste gekoppeld aan klare klanken.

Het zevende full-album van Fursaxa blijft een bevreemdende trip door een duistere wereld. Joanna Newsoms (overigens uitstekende) Ys werd nu en dan vergeleken met een donkere versie van Walt Disneys sprookjesfilms. Tara Burke gaat met Fursaxa muzikaal nog enkele stappen verder en zoekt aansluiting bij de bron van deze sprookjes. De albumtitel Alone In The Dark Wood zegt eigenlijk genoeg, zelden heeft een vlag beter de lading gedekt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 2 =