Yevgueni :: “Wij hebben geen gemiddelde fans”

yevgueni1.jpgDe
‘Moeilijke Tweede Plaat?’ Niet veel van gemerkt, klinkt het bij
Yevgueni. Goed twee jaar nadat de Nederlandstalige groep uitpakte
met debuutplaat Kannibaal, ligt er al
een opvolger in de winkels. Aanvankelijk waren er nog wat twijfels
over de nieuwe nummers, maar eens die overwonnen waren toog de
groep aan de arbeid en werd er een nieuwe reeks songs ingeblikt die
zo mogelijk nog beter is dan die van de eersteling. Klinkt Aan de arbeid dan zo
anders dan ‘Kannibaal’? Ja en nee. Yevgueni staat nog steeds voor
aanstekelijke en warme liedjes, die dienen als vehikels voor de
rake en herkenbare teksten van zanger Klaas Delrue.

Op muzikaal vlak daarentegen is er wel sprake van een lichte
verschuiving: minder kleinkunst, meer pop, en daar zit de nieuwe
bezetting allicht voor een groot stuk tussen. Het oorspronkelijke
trio (Klaas Delrue, Geert Noppe en Maarten Van Mieghem) is sinds de
komst van gitarist Patrick Steenaerts en drummer Stef Vanstraelen
een kwintet geworden. Eind maart stelde de groep haar nieuwe cd
voor in de Club van de Ancienne Belgique. De belangstelling van
pers en publiek was zo groot, dat Yevgueni erin slaagde die Club
twee avonden na mekaar te laten vollopen.
Ook het optreden in Het Depot in Leuven, op donderdag 19 april, was
helemaal uitverkocht. Wie naast het net viste hoeft echter niet te
wanhopen, want een blik op de agenda leert ons dat het concert in
Leuven slechts het eerste is van een heuse ronde van Vlaanderen.
Gelukkig vond zanger en songschrijver Klaas Delrue nog de tijd om
ons te woord te staan in een gezellig eetcafe aan het Leuvense
Martelarenplein.
enola:
Laten we even beginnen met een huizenhoog cliché: vaak wordt gezegd
dat na een succesvolle debuutplaat de zogezegde ‘moeilijke tweede
plaat’ volgt. Was dat ook voor Aan de arbeid het
geval?

Ik denk dat wij eerder het omgekeerde meemaakten. Onze debuutplaat
was nu ook niet ongelooflijk succesvol, zodat we ook niet moesten
opboksen tegen een gigantische muur. Het was wel een groot succes,
maar één dat heel geleidelijk werd opgebouwd over twee jaar: in het
begin zagen we de verkoop als het ware per honderd exemplaren
omhoog gaan. Ik denk wel dat we de zevenduizend vijfhonderd mensen
die we konden overtuigen met Kannibaal, ook nu mee
hebben met de tweede plaat. Ook wat de songs betreft hebben we dat
probleem niet ervaren. Ik heb wel twee maanden een soort van
writer’s block gehad, omdat ik moest vechten tegen nummers zoals
‘Sarah’, ‘Robbie’ en ‘Eenzaam met jou’, die voor ons en voor de
fans van het eerste uur klassiekers waren. Na vijf nieuwe songs
leek er niet zo’n potentiële klassieker tussen te zitten, maar de
rest van de groep vond dat ik me daardoor niet mocht laten
afschrikken, omdat het grote publiek net de nieuwere nummers zoals
‘Als ze lacht’ beter vond dan de oude. Uiteindelijk ben ik vrij
gemakkelijk uit die writer’s block geraakt en kon ik er zelfs een
nummer over schrijven, namelijk ‘Aan de arbeid’…

enola: …dat nummer was inderdaad de reden waarom we deze vraag
stelden.

Dat was het enige punt waarop ik het lastig heb gehad, maar het was
zeker niet de grote muur of depressie waar Gabriel Rios of Joost
Zweegers mee leken te kampen. Die mannen hebben dan ook
ongelooflijk veel succes gehad, en als je dàn aan die tweede moet
beginnen, dan worden al die kleine vraagjes zoals ‘Is dit wel een
klassieker?’ nog eens uitvergroot. Die hebben een erg groot
publiek, en die willen dat natuurlijk ook zo houden…

enola: Heb je dan veel nieuw materiaal geschreven, eens je uit die
writer’s block raakte? Zijn er veel songs gesneuveld voor de nieuwe
plaat?

Neen, ook al omdat we deze keer veel sneller op dezelfde golflengte
zaten als Wouter (Van Belle, producer). Voor Kannibaal was het soms
echt touwtrekken tussen pure kleinkunst en de experimentele kant
die Yevgueni toen nog had. Toen waren we nog met drie, en waren we
meer afhankelijk van hem om andere muzikanten te vinden. Nu hebben
we ook een eigen gitarist en een eigen drummer. Alles wat op de
plaat is terechtgekomen, stond ook al op de demo’s. Die demo’s vond
hij goed, zodat hij zich deze keer niet geroepen voelde om alles
nog eens naar zijn hand te zetten. Voor Aan de arbeid
vervulde hij eerder de rol van coach. Alleen ‘Verloren zoon’ heeft
hij volledig omgegooid qua dynamiek. Onze demoversie had een zeer
trage intro, pas halverwege kwam die drive erin. Op zijn
aanraden zijn we de outro ook als intro gaan gebruiken en kregen we
zo een heel gedreven, ‘rondom rond’ nummer.

enola: Patrick Steenaerts en Stef Vanstraelen zijn intussen vaste
groepsleden. In hoeverre is ‘Aan de arbeid’ ook een echte
groepsplaat geworden?

De songs worden eerst opgenomen op twee sporen, vervolgens gaan ze
onafgewerkt naar de groep. De arrangementen zijn dan vrij in te
vullen, maar dat doen we allemaal samen, ‘live’ tijdens de
repetities. Daar is soms wel een beetje touwtrekken bij, maar het
gebeurt allemaal op een heel organische manier, eigenlijk. Ik ben
dan ook echt blij dat de structuren van de uiteindelijke songs heel
weinig verschillen van mijn akoestische versies.

enola: yevgueni3.jpgDe strijkersarrangementen van op ‘Kannibaal’ zijn er deze
keer niet bij. De songs van ‘Aan de arbeid’ moesten dus op een
andere manier aangekleed worden…

Dat klopt. We hebben er heel veel mee gewonnen en veel plezier
beleefd aan het feit dat we er met Patrick een solo-instrument bij
hebben. Vroeger had je bas, drums (of drumcomputer), piano en zang.
Mijn akoestische gitaar was zeer bescheiden, puur begeleiding.
Geert zat in de luxepositie dat hij het enige solo-instrument had,
maar nu geniet hij ook keihard van het feit dat je met twee kan
afwisselen. Je hoort op veel plaatsen woordwederwoord tussen gitaar
en piano, en dat is heel spontaan gebeurd. De reacties op ‘Aan de
arbeid’ zijn nu wel heel positief, maar zelfs los daarvan zijn we
alleen al om die reden heel erg tevreden over het resultaat. Bij
‘Kannibaal’ daarentegen was er nog die schrik van ‘Gaan we daar wel
mee weg komen?’, want uiteindelijk was de keuze voor kleinkunst wel
een extreme keuze…

enola: Wigbert van Lierde speelt ook mee op de twee platen. Hoe
groot is zijn aandeel? Beperkt hij zich tot het inspelen van zijn
partijen, of…

Als persoon is hij natuurlijk onvolprezen, niet te schatten. Zijn
rol is echt bescheiden, zoals je zelf zegt, de partijen van de
akoestische gitaar inspelen. Het siert hem ongelooflijk dat hij die
rol wil vervullen voor ons. Mijn partijen zijn natuurlijk veel
eenvoudiger, maar op basis van de ruimte die openblijft, maakt hij
zijn eigen partijen. Voor ‘Kannibaal’ werd hij er achteraf
bijgehaald om overdubs te doen op gitaar, nu heeft hij op voorhand
de generale repetities meegedaan. Daardoor konden we alles op
hetzelfde moment opnemen en kon ik me volledig focussen op de zang.
Zang, drums, bas, piano, akoestische en elektrische gitaar, … het
werd allemaal tegelijk opgenomen. Hier en daar hoor je zelfs een
foutje. Die hebben we er met opzet ingelaten, omdat we er echt wel
trots op waren dat het ons was gelukt. In drie dagen tijd stond
alles erop, en dat is vrij uitzonderlijk. De vierde dag konden we
al beginnen met de overdubs.

enola: Net als bij ‘Kannibaal’ dachten we bij ‘Aan de arbeid’ een
paar keer aan ‘Nieuwe Tatoeages’ van Wigbert en aan de eerste van
Gorky. Geen toeval: op de ene speelt Wouter Van Belle, de andere
heeft hij geproduced.

We hebben het er ook over gehad. Enerzijds vonden we het wel tof
dat er een beetje Gorky inzat, maar anderzijds wilden we ook niet
te veel opschuiven in die richting. Op een gegeven moment haalde
Wigbert inderdaad zijn slidegitaar boven, maar dat bleek al snel
niet zo’n goed idee te zijn. We zouden er dan misschien te dichtbij
gekomen zijn, terwijl we nu echt wel op een heel fijne plek
zitten.

enola: ‘Aan de arbeid’ klinkt veel meer als een popplaat dan de
vorige. Was dat een bewuste keuze, of ben je door de komst van de
nieuwe muzikanten anders gaan schrijven?

Er zijn nu veel nummers waar je meer andere kanten mee uitkan dan
bij de eerste. Op ‘Kannibaal’ stonden veel nummers waarvan je echt
maar één versie kon maken. Wanneer je echt met kleinkunst bezig
bent, kan je wel denken aan Tom Waits, Britpop en de Pixies, maar
je krijgt dat er niet zo gemakkelijk in. Nu heb ik qua structuur en
zanglijnen meer rocknummers geschreven. Met de nieuwe bezetting was
het ook mogelijk om veel meer invloeden toe te laten en van af en
toe eens te knipogen naar echte rockgroepen, zonder dat het echt
hoeft op te vallen. Het geeft een heel andere dynamiek aan de groep
en aan de nummers.

enola: yevgueni2.jpgIn de bio stond dat de tekst voor ‘Zo donker’, de
bewerking van het Will Oldham-nummer, op een kwartier klaar was.
Rollen de teksten er altijd zo vlot uit?

De tekst van ‘Zo donker’ is er inderdaad uitgerold. ‘Vergif’ is dan
weer half collagewerk geweest van iets dat ik vijf jaar in mijn
schuif had liggen. Er zit eigenlijk geen echt refrein in, maar de
twee bruggetjes die de rol van refrein vervullen zijn er ook
helemaal op het einde uitgerold. Het gevolg is dat niemand nog weet
waarover het nummer gaat, en dat vind ik eigenlijk ook wel eens
plezant (lacht). Het gaat absoluut niet over alcohol, zoals een
paar mensen spontaan dachten, of over zelfmoordneigingen. Ook
‘Overal schoonheid’, een gedicht bijna, kwam er in één trek. Dat
was een beetje onder invloed van ‘Zo donker’. Ik heb zelf lang
getwijfeld of zo’n zwaar nummer wel bij Yevgueni paste, en daarom
wilde ik met ‘Overal schoonheid’ voor een beetje tegengewicht
zorgen. En ook al is het op een poëtische manier verwoord, het
geeft bijna letterlijk weer wat er werkelijk is gebeurd. Het zijn
weliswaar allemaal triviale dingen, maar toch kunnen ze je even
heel blij maken.
enola:
‘Overal schoonheid’ is dan ook door de tekst één van de mooiste
nummers van de plaat geworden. Heel herkenbaar zelfs, bij
momenten…

Het was nochtans een dubbeltje op zijn kant. Het is absoluut één
van mijn lievelingsnummers, maar er zijn mensen in mijn zeer nabije
omgeving die het geweldig slecht vinden. (lacht) Dat moet
kunnen, natuurlijk, dat is zelfs onvermijdelijk wanneer je je nek
uitsteekt. Daarnaast zijn er ook nummers die iedereen goed tot zeer
goed vindt, maar niemand vindt ze echt super of slecht. Dat zijn
natuurlijk niet de beste of de interessantste nummers. Ik had
trouwens ‘Overal schoonheid’ en ‘Zo donker’ achter elkaar willen
zetten, maar dan was het einde van de plaat misschien te donker. Er
zijn die hard Bonnie ‘Prince’
Billy
-fans die niet zo blij zijn met ‘Zo donker’, omdat dit
nummer voor hen heilig is. Maar een andere recensent vond het net
positief dat er in onze versie meer hoop voorkomt dan in het
origineel. In de versie van Johnny Cash zit die hoop er ook al meer
in. Bij ons moést die absoluut aanwezig zijn, anders was het
helemaal geen Yevgueni-nummer meer. ‘Tita Tovenaar’ gaat eigenlijk
over net hetzelfde, maar dan op een vrolijke manier: pinten drinken
tot ‘s morgens vroeg en vooral niét over ernstige dingen babbelen,
het evenwicht zoeken tussen een vrouw en de vriendschap… Bij Bonnie
‘Prince’ Billy gaat het dan ook nog eens over een gigantische
depressie, natuurlijk, waar hij naar eigen zeggen gelukkig weer is
uitgeraakt.
enola:
Zijn de teksten van ‘Aan de arbeid’ maatschappijbewuster dan die
van ‘Kannibaal’? In ‘Marcel’ en ‘Honger’ gaat het over mensen die
op één of andere manier uit de boot vallen. Daar tegenover staan
dan de personages uit ‘Aan de arbeid’ en ‘Tita tovenaar’, mensen
die wel dingen zouden kúnnen ondernemen, maar er om één of andere
reden niet toe komen.

‘Honger’ en ‘Marcel’ gaan natuurlijk expliciet over een bepaald
thema, maar op de vorige hadden we ook al ‘Mama ik wil papa’. Op
dat vlak zijn beide platen elkaars evenknie. In ‘Eenzaam met jou’
zat ook al dat verborgen engagement, net zoals in ‘Tita Tovenaar’.
‘Wat zal het zijn’ was ook een geëngageerd nummer, maar dat is er
voor heel weinig mensen uitgekomen. De boodschap is inderdaad dat
er geen strikt onderscheid is tussen gezonde en ongezonde mensen,
gelukkige en ongelukkige mensen. Zot zijn, ziek worden, een ongeluk
krijgen, het kan ons allemaal overkomen. Het is niet zo dat je aan
de ene kant de zotten hebt en aan de andere kant de normalen, we
komen allemaal in aanmerking om aan de verkeerde kant te
belanden.

enola: Dat is ook een groot verschil met bijvoorbeeld de teksten
van Luc De Vos, die soms een heus rariteitenkabinet vol verknipte
figuren lijkt op te voeren in zijn songs.

Hij maakt dan ook collages, hè? Wat hij doet vind ik nochtans heel
straf, hoor. Als hij echt wil, dan schrijft hij meteen een heel
sterk nummer over dat bord dat daar staat, met ‘warme appeltaart’
en ‘dagsoep’ op. Bij mij begint dat nu ook wel wat op te komen,
vooral door de manier waarop ‘Vergif’ en ‘Overal schoonheid’ zijn
ontstaan. Ik kan er ook echt van genieten, van de woorden te laten
stromen, zonder dat je er per se betekenis wil in leggen. Achteraf
kan je nog altijd zien of je er door een paar woorden te veranderen
minder betekenis of integendeel meerdere betekenissen aan wil
geven.
enola:
‘Manzijn’ vonden we de ideale single om de plaat te
‘trekken’.

Dat vonden wij ook, al blijft het trekkersgehalte van ‘Manzijn’ nog
altijd relatief, natuurlijk. Het is bijvoorbeeld nog steeds wachten
op een nummer of een single die door alle zenders wordt opgepikt.
Maar ondertussen werken we keihard verder. We willen zeker graag
nog een aantal deuren open stampen die voorlopig gesloten blijven,
maar we mogen daar niet al onze energie in steken. Onze energie
gaat naar ons eigen ding blijven doen, en die mensen proberen te
bereiken die het zouden kunnen appreciëren. Sommige media gaan er
misschien te snel van uit dat onze muziek niet aan hun publiek
besteed is, maar het is aan ons om hen te overtuigen. Ik kan hen
ook best begrijpen want die mensen werken zelf ook in zeer
moeilijke omstandigheden vol richtlijnen, indexen en
marktonderzoeken

enola: Hebben jullie intussen een beeld gekregen van de
‘gemiddelde Yevgueni-fan’?

Ik denk dat onze grote sterkte is dat wij geen gemiddelde fans
hebben. Wij hebben allerlei soorten fans, van alle leeftijden. We
hebben een publiek dat generaties overstijgt, ook al omdat de
mond-aan-mondreclame bij ons veel beter werkt dan bij pakweg een
hardrockgroep. Een zoon kan ons aanbevelen aan zijn vader, en die
onze plaat dan weer op zijn beurt laat horen aan zìjn vader … Het
is natuurlijk niet zo cool en hip als wanneer je alleen maar fans
hebt van 18 tot 25, maar het is wel minstens zo moeilijk om zo’n
breed publiek op te bouwen. Nog vóór onze eerste plaat verscheen
hadden we al een serieuze achterban, zodat men dacht dat we vooral
daardoor veel van die wedstrijden wonnen en in ‘Carte Blanche’ op
Radio 1 terechtkwamen. Maar van zodra je dan in een sms-wedstrijd
Kate Ryan en konsoorten kan kloppen, dan beseffen de mensen ook wel
dat dit niet alleen dankzij onze nonkels en tantes komt, maar dat
we wel degelijk ergens een gevoelige snaar hebben geraakt.

enola: Jullie worden bedolven onder de lovende kritieken. Kruisen
jullie ooit wel eens het pad van een Yevgueni-hater?

Onlangs las Maarten een reactie op een recensie van ‘Aan de
arbeid’. Iemand vond dat we belegen folkpop maken voor huisvrouwen
die naar SOS Piet kijken. (lachje)

enola: Hadden jullie het succes van ‘Kannibaal’ verwacht of
verhoopt? Of hadden jullie eerder zoiets van, we spelen nu al
zoveel jaar muziek, we zetten onze beste nummers op een plaat en we
zien wel?

‘Verwacht’ kan je nooit zeggen, maar we hadden toch echt wel
gehoopt dat de plaat iets zou doen. Achteraf hebben we toch de les
geleerd dat je niet moet denken dat sommige dingen vanzelf gaan,
ook al vind je het zelf een goeie plaat. Het is echt keihard
werken, en vooral onze promomensen moesten telkens nieuwe manieren
vinden om de groep en de plaat onder de aandacht te brengen. Het is
ook door die volharding dat we uiteindelijk in de Laatste Show
beland zijn. We hadden pas een week voor de finale – veel te laat
dus- de link gelegd tussen ‘Kannibaal’ en Eddy Merckx. We hebben
dan toch nog vliegensvlug een “ode aan de Kannibaal” opgenomen op
de muziek van ons nummer ‘Kannibaal’ en verdeeld onder
radiostations en wielerliefhebbers. In het bijzonder Mark
Uytterhoeven dus, die peter was van Merckx. Samen met het feit dat
hij onze cd blijkbaar al heel goed vond, zal dat wellicht het
laatste duwtje geweest zijn waardoor we in DLS terechtkwamen. Na
dat programma is er een gigantische sneeuwbal vertrokken, en die is
alleen nóg groter geworden na ‘Zo is er maar één’. Na die twee
programma’s ging onze verkoop echt omhoog. We klagen dus zeker niet
over de kansen die we gekregen hebben, we hebben ze dan ook steeds
met beide handen gegrepen.

enola: Wat is de belangrijkste doelstelling met ‘Aan de arbeid’:
een minstens even groot publiek aanspreken, of in de eerste plaats
een nog breder publiek proberen te bereiken?

Het is wel expliciet de bedoeling om dat publiek uit te breiden,
vooral in de richting van die paar deuren die nu nog altijd
gesloten zijn. Maar zoals gezegd vooral door onszelf te blijven en
hopen dat we steeds meer mensen bereiken.

enola: Heel erg bedankt voor dit gesprek, en nog heel erg veel
succes met ‘Aan de arbeid’ en met de nieuwe toernee!

‘Aan de
arbeid’
is uit bij Petrol en wordt verdeeld door EMI.
Yevgueni gaat een drukke lente en zomer tegemoet. Voor een
volledige concertkalender kunt u terecht op www.yevgueni.be en op
hun MySpace. Op deze laatste stek kunt u ook meedoen aan
een erg leuke en originele wedstrijd. Allen daarheen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − zestien =