Wild Hogs




De enthousiaste zon schijnt dan wel mijn
mistroostige keldertje binnen, toch loop ik een beetje somber. Ik
heb namelijk ‘Wild Hogs’ op mijn bord gekregen en dat is me niet zo
lekker bevallen. Omdat de film een futloze aaneenschakeling is van
flauwe grappen en grollen? Hell no, daarvoor heb ik al
teveel crappy komedies overleefd om me nog druk te maken.
Omdat dit humorfestijn op onverklaarbare wijze veel geld opbracht
in Amerika en na ‘300′ de meest
succesvolle film werd van het voorjaar? Couldn’t care
less
. Omdat John Travolta zijn zoveelste comeback heeft
gekregen door anderhalf uur met een geconstipeerde smoel te
stuiptrekken? Een beetje, aangezien ‘Grease’ wel degelijk the
word
was voor mij. Neen, ik loop vooral somber omdat ik
getuige was van een pijnlijke sellout. Dat William H.
Macy, de schattigste schlemiel uit het onafhankelijke circuit
(eat your heart out Steve Buscemi!), zich verlaagt tot het
niveau van knolselder Tim Allen en wannabe komiek Martin
Lawrence is nu al de meest trieste filmgebeurtenis van het jaar.
Wedden dat Paul Thomas Anderson ergens is een hoekje zit te huilen
omdat één van zijn karakteracteurs is overgelopen naar the
dark side?

De zwijnen van dienst zijn tandarts Doug (Tim Allen, nog steeds
de saaiste grapjas uit Hollywood), de failliete Woody (John
Travolta met lederen vestje en bandana, slik), de onder de sloef
liggende Bobby (Martin Lawrence, de enige acteur die deze film als
vooruitgang kan zien) en computernerd Dudley (William H. Macy die
het hart van iedere zichzelf respecterende cinefiel breekt). Ze
zitten allemaal in een midlife-crisis en besluiten de baan op te
trekken met de moto om hun levenslust en mannelijkheid terug te
vinden. Op hun roadtrip komen ze onder andere een bronstige agent
tegen en blazen ze per ongeluk de bar van een bikerbende op (onder
leiding van Ray ‘hey, ik heb al in grotere crap gezeten,
toch?’ Liotta). Wat verder op de baan ligt er een gezellig dorpje
waar de vier suburban wussies op de kont van een stier
slaan en wat levenslesjes leren. Zelfs Marisa Tomei passeert even
om te zwaaien naar de camera en William H. Macy binnen te doen.
Leuk voor William.

Eigenlijk hebben we deze film vijftien jaar geleden al gezien
toen hij nog ‘City Slickers’ heette. Dat was een middelmatige
avonturenkomedie waarin Billy Crystal en kompanen krék dezelfde
midlife-crisis beleefden als John Travolta en co. in ‘Wild Hogs’.
Ook toen trokken de mannen de natuur in en leerden ze tussen de
hilarische escapades door waardevolle lesjes over zichzelf en
elkaar. Indertijd hebben ze zelfs Jack Palance een Oscar gegeven
voor zijn optreden als knorrige cowboy in die film. Ray Liotta (die
zijn rol hier beperkt tot continue maniakaal lachen en grommen) is
in ‘Wild Hogs’ ook een beetje een knorpot, dus die kan alvast
beginnen hopen op erkenning van de Academy. Enfin soit, zolang u
maar weet dat ‘Wild Hogs’ niet alleen een formulekomedie is van
dertien in een dozijn, maar dat het zelfs een bijna exacte kopie is
van een populaire film uit het vorige decennium.

‘Wild Hogs’ bevestigt de alarmerende tendens dat komedies
eigenlijk totaal niet grappig meer moeten zijn om te scoren als
hersenloos escapisme. Het publiek verwacht al lang niet meer dat
alle moppen succesvol het doelwit raken, gewoon om de twintig
minuten een potentieel grappig momentje (de beste gag uit
de film, een vogel die naar de strot van Travolta pikt, zat al in
de trailer) is al voldoende om van een ‘geslaagde komedie’ te
spreken. Uiteraard wordt er nergens een poging ondernomen om die
steeds lager hangende humorlat wat omhoog te krikken. Als ze kunnen
scoren met minder inspanningen, waarom zouden ze dan moeite doen om
effectief origineel en spitsvondig uit de hoek te komen? En op die
manier klampt ‘Wild Hogs’ zich krampachtig vast aan een uitgemolken
formule die blijft meedraaien omdat er toch nog altijd genoeg
idioten rondlopen die het slikken. Er wordt gelachen met herkenbare
stereotiepen (die herkenbaarheid is er alleen maar dankzij
dit soort goedkope komedies, kun je nagaan), er passeren slordige
slapstickmomenten (William H. Macy kan niet met de moto rijden en
knalt dus overal tegenaan, de hilariteit!) en er wordt obsceen vaak
teruggevallen op wat men gay panic-mopjes noemt.

Als er al iets van samenhang terug te vinden is in ‘Wild Hogs’
dan is het de consistente drang om homofobe panieksituaties te
veroorzaken. Het idee van vier mannen alleen op de baan kan
blijkbaar alleen maar gelinkt worden aan een mogelijk
sausagefest in de bossen. Wanneer het viertal een naakt
zwempartijtje houdt, kan het natuurlijk niet anders dan dat er een
familiepicknick plaatsvindt op hetzelfde moment, op dezelfde
locatie. De kinderen duiken het water in en de ‘oh my God, them
are gays!’
vliegen vrolijk in het rond. Wanneer de vier
vrienden betrapt worden op een gezellige nacht onder de sterren
door een politieagent (gespeeld door John C. McGinley, de geweldige
Dr. Cox uit ‘Scrubs’, één van de weinige leuke sitcoms die je
nergens kan zien bij ons, waarvoor dank), dan moet die agent toch
wel een kinky homo zijn zijn die met veel plezier toekijkt
hoe de vier mannen in lepelhouding elkaar gezelschap houden. Oh
my God, them are gays!
Zelfs wanneer Travolta danstips moet
geven aan Macy (zodat hij Marisa Tomei kan imponeren, oef, die is
dus al zeker geen homo) is hij helemaal niet op zijn gemak. Twee
mannen die met elkaar dansen kunnen nu eenmaal alleen maar
very, very gay zijn, toch?

Dat Tim Allen en Martin Lawrence in dit soort komedies
rondlopen, is niet zo schokkend. Die zijn daarin gespecialiseerd en
lijken dat wel plezant te vinden. Dat leading man Travolta
nogal gênant slecht staat te overacteren, is al heel wat minder. De
man was blijkbaar zo wanhopig op zoek naar een hitje dat hij alles
wou doen om terug in de aandacht te komen. Hij zwaait met de armen
in de lucht, trekt geforceerde smoelen en slaakt af en toe een
verwijfd gilletje. Less is more, motherfucker! Nu de film
een commercieel succes is, kan hij misschien terug kalmeren. Enkel
William H. Macy slaagt erin om af en toe een oprechte gniffel en
sympathie los te weken als de aandoenlijke nerd met een boontje
voor een vrouw die eigenlijk buiten zijn bereik ligt.

‘Wild Hogs’ is een voorspelbare sitcomkomedie die zucht en puft om
toch de volle negentig minuten te vullen. Het enige dat er nog aan
ontbrak was Bob Saget die op het einde van de film ‘Full
House’-gewijs de moraallesjes kwam uitleggen. Zonder groepsknuffel
weliswaar, er zitten al veel te veel gevaarlijke homoseksuele
neigingen in deze film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =