Yevgueni :: Aan de arbeid

‘Hedendaags alternatief’, zo bestempelden we goed twee jaar geleden
het verrassend frisse en leuke debuut van Yevgueni.
In een periode waarin bruut en obscuur gitaargeweld en wollige
elektronica de dienst uitmaakten, kwamen zij voor de dag met een
geslaagde mix van pop, chanson en kleinkunst, drie stijlen die op
dat moment als not done want ‘niet meer van deze tijd’
werden beschouwd. Maar gek genoeg, het werkte wel. Natuurlijk waren
Klaas Delrue, Geert Noppe en Maarten van Mieghem niet de eersten en
de enigen die zich op dat ogenblik uitdrukten in hun moedertaal
(bovendien stond wat ze deden nu ook weer niet zó ver van Gorki,
Noordkaap, Monza of De Mens),
toch kan je stellen dat ze mee aan het begin stonden van een nieuwe
ketting waarbij het succes van de ene Nederlandstalige artiest er
een volgende toe aanzette te kiezen voor zijn eigen taal.

Leuke nummers, rake teksten, een aanstekelijk enthousiasme én een
positieve uitstraling, dat waren de troeven waarmee de band
uitpakte. Wij waren dan ook lang niet de enigen die uitermate
gecharmeerd werden door Kannibaal. Het album
werd bedolven onder de lovende kritieken en ‘Als ze lacht’ werd een
hit. Toch kwam de echte grote doorbraak er pas nadat de groep werd
uitgenodigd in ‘De Laatste Show’, en later dat jaar de
liedjeswedstrijd ‘Zo is er maar één’ won met hun bewerking van
Louis Neefs’ ‘Laat ons een bloem’. Resultaat: ‘Kannibaal’, het
album dat behalve ‘Als ze lacht’ nog meer fraais in de aanbieding
had zoals ‘Oud en versleten’, ‘Alsof er iets gebeurde’ en, niet te
vergeten, de mooie Suzanne Vega-adaptatie ‘In deze stad’, ging
intussen meer dan zevenduizend vijfhonderd keer over de
toonbank.

Terwijl Yevgueni zijn veroveringstocht verder zette langs Vlaamse
festivalpodia en culturele centra, werd er ook gewerkt aan een
opvolger. Patrick Steenaerts en Stef Vanstraelen, de gitarist en de
drummer die de groep bijstonden tijdens de optredens, zijn intussen
officieel bandlid en werden mee ingeschakeld bij het bewerken en
het opnemen van de nieuwe songs. Het resultaat van die noeste
arbeid, onder leiding van Wouter Van Belle
opgenomen in twee sessies van twee dagen, ligt vanaf deze week in
de winkels. Net als op de vorige plaat is Van Belle niet alleen
producer, hij speelde ook toetsen en net als op ‘Kannibaal’ is ook
Wigbert Van Lierde (akoestische gitaar) te horen op de meeste
liedjes.

Het enthousiasme van de eerste plaat is intact gebleven, net als de
essentie van een pure Yevgueni-song: een rake, herkenbare tekst in
een mooie, vlot in het gehoor liggende en beklijvende melodie. Wat
de arrangementen betreft, is er wel sprake van een verschuiving:
minder kleinkunst, meer heel erg goeie pop. Waarschijnlijk is de
invloed van Van Belle er niet vreemd aan dat we – vooral bij de
eerste luisterbeurten – meer dan eens moesten denken aan het
inmiddels klassieke debuut van Gorky, met dat verschil dat ‘Aan de
arbeid’ iets genuanceerder klinkt en dat de personages die Delrue
in zijn teksten neerzet minder excentriek of karikaturaal uit de
verf komen.

Net als op Kannibaal wisselen de
vrolijke, uptempo liedjes en het meer ingetogen, warme werk elkaar
af. De nummers die nog het sterkst aanleunen bij de eerste plaat
(en waarin nog kleinkunstinvloeden doorklinken) zijn ‘Marcel’ en
‘Vergif’, al moet gezegd dat ook ‘Tita Tovenaar’ en de stemmen aan
het einde van de titeltrack nog steeds erg jaren ’70 aandoen. Van
de geweldige single ‘Manzijn’ en van ‘Morgen komt ze thuis’ worden
we ook na talloze beluisteringen nog altijd erg blij en
goedgemutst, net zoals we nog een tijdje kippenvel en/of vlinders
in de buik zullen krijgen bij het prachtige hunkerliedje ‘Overal
schoonheid’, het gedreven ‘Verloren zoon’, de zielenpijn van
‘Robbie II’ en de jammer genoeg maar al te treffende tekst van
‘Honger’. Tot slot wordt ook de ‘In Liverpool/In deze stad’-truc
nog eens overgedaan: ‘I See a Darkness’ van Will Oldham heet hier
‘Zo donker’. Heiligschennis, zullen velen misschien denken, maar
wij vinden het een mooie afsluiter van een prachtige plaat.

Een vervolg maken op een succesvol debuut is altijd een moeilijke
opgave. Yevgueni heeft die opdracht met ‘Aan de arbeid’ echter
schijnbaar moeiteloos tot een goed einde gebracht. De verrassing
van het debuut is er dan misschien af, daar staat wel tegenover dat
de groep een erg sterk, evenwichtig maar vooral hartverwarmend
album heeft gemaakt, dat het goede van de eerste plaat niet gewoon
bevestigt, maar overtreft…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − negen =