P.G. Six :: Slightly Sorry

In het slechtste geval kan je de hedendaagse muziek zien als een carrousel van reproductie. Ook Slightly Sorry is een plaatje dat even goed 40 jaar geleden gemaakt kon zijn. Maar folk is weer hip en ook P.G. Six komt er mee weg.

Traditionele folk gist tegenwoordig na in talrijke vormen, met voorzetsels als free, freak of psycho. In vochtige bijgebouwtjes diep in het bos worden eclectische composities gebrouwen, iets waar ook P.G. Six – zijn echte naam is Pat(rick) Gubler — niet vies van was. Lees wel ‘was’, want op zijn vierde soloalbum lijkt het erop dat de experimentele hoekjes eraf geschaafd zijn.

Op de hoes prijkt het Drag City label, waar ook Bonnie “Prince” Billie en Joanna Newsom wonen. Vooral laatstgenoemde verdeelt een publiek in voor- en tegenstanders, met een stinkende beek in het midden die beide groepen ver van de oevers houdt, laat staan iemand de oversteek doet wagen. Multi-instrumentalist Gubler verzamelt echter de troepen. Na meer dan tien jaar actief te zijn in de scène — eerst met groepen als Memphis Luxure en Tower Recordings en later solo — maakt Gubler nu een plaat die het midden houdt in plaats van de hoge graskanten op te zoeken.

Noem dit gerust materiaal dat misschien bij een groter publiek zal aanslaan. Geen harpen of blokfluiten, maar rustig getokkel, vaak aangevuld met vrouwelijke gastvocalen en orgelaccenten (“Strange Messages” of “Bless This Blues”). Denk richting Nick Drake, Neil Young en Alasdair Roberts. “I’ve Been Traveling” heeft zelfs bijna de allure van een opgewekte popsong, als je de ingetogen stem van Gubler wegdenkt.

Slightly Sorry begint instrumentaal, met een lang uitgestrekte drone die klinkt als een opwarmingsoefening van een doedelzakorkest. Na een tijdje neemt een gitaarriedel de rol van stem op zich, het lijkt alsof de zes snaren mijmerend vragen stellen en die ook zelf beantwoorden. Meer tokkels openen “The Dance”, een nummer dat traag en traditioneel voortkabbelt maar toch — onder aanmoediging van een spanky drumgeluid — stilaan naar een geïmproviseerde outro toewerkt.

Op “The End Of The Winter” neemt Helen Rush de vocalen over, met wie Gubler eerder samenspeelde bij Tower Recordings. Een prachtig staaltje folk dat niet meer nodig heeft dan een stem en de fingerpickings van Pat. Afgesloten wordt er met een bewerking van het traditionele lied “Lily Of The West” en ten slotte de soulvolle orgeltonen en backings van “Sweet Music”. Het aftasten naar variaties gebeurt voorzichtig, maar is geslaagd.

Het is allesbehalve een experimentele plaat geworden, deze Slightly Sorry. Pat Gubler vindt zichzelf niet opnieuw uit, maar concentreert zich op de essentie van het songschrijven. Een eeuwenoude berg die met verve bedwongen wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × een =