Music in Mind :: Guillemots :: 18 februari 2007, Cactus@MaZ

Nauwelijks een half jaar geleden bracht het Britse Guillemots zijn debuut Trough The Windowpane uit. Alsof dat album al lang gekend en dus oud nieuws is, kiest de groep ervoor om in Brugge vooral nieuw werk te serveren. De toekomst belooft veel voor deze groep, zo blijkt.

Ergens klopt het, de combinatie Brugge-Guillemots. Beide koesteren een schaamteloos romantisch imago (wie zinnen schrijft als "there’s majesty in burned-out caravans" moet ons op dat vlak niet tegenspreken) en kijken niet op een krullerige versiering meer of minder. Gelukkig bleek er in het muzikale kantwerk van deze zeevogels meer toekomst schuil te gaan. Denk aan een Arcade Fire die — zo gaat dat met beeldspraak — over de open oceaan zweeft en dus weidser, dromeriger, breder gaat.

Dat is het goede nieuws: Guillemots beschikt over een geweldige sound. Minder fijn om aan te stippen is dat de heren en dame hun winkelkarretje al eens durven te overladen: dan dreint een song maar wat landerig aan zonder richting te kiezen, of zit er al eens een idee te veel in een nummer. Het is nogal hit and miss bij Guillemots, maar als het erop is, dan is het geweldig, zoals de heerlijke popsongs "Made-up Lovesong #43" en "Annie, Let’s Not Wait" vanavond bewijzen.

Opener "Coming Away With Me" is minder song dan sfeervolle intro, gaat meteen over in "Through The Windowpane". En dan begint het gooien met nieuwe songs al. "Rainy Day" (we plakken er maar een voorlopige titel op) is een dolgedraaide kermisriedel, voortgedreven door een dominant orgel. Frontman Fyfe Dangerfield schakelt in de outro even over op gitaar, en handen gaan op elkaar. Na "Made-up Lovesong" volgt alweer een nieuw nummer, en je merkt op hoe belangrijk drummer Greig Stewart is. Zijn losse drumstijl geeft de muziek haar vloeiende karakter.

"De volgende nieuwe song heeft een R&B-gevoel, hopelijk houden jullie ervan.": met "Big Dog" geeft de band aan zijn oren wijd open te houden. Dangerfield haalt zijn beste Pharell-falset boven en zonder zijn eigenheid te verliezen, weet de groep hier een Timbaland-song neer te zetten. Even later zal Guillemots in "21st Of May" met een huppelend skaritme en blazers in een glansrol aan Madness herinneren. "She’s Evil" — dat eerder deze maand als download werd uitgebracht — doet aan het rauwste van Mano Negra denken. Deze groep is van véél markten thuis, maar klinkt nooit anders dan zichzelf.

En dan mag het bekende werk toch van stal. Dangerfield brengt solo "We’re Here" en "Trains To Brazil" volgt meteen in volle orkestrale grandeur. Zoals te verwachten en te voorzien was, sluit het epische "Sao Paulo" af, met in de outro toepasselijk genoeg een flard carnavalssamba. "We doen geen bisnummers, want die zijn even onnozel als hidden tracks op cd’s", waarschuwde Dangerfield dan wel, maar toch brengt hij nog even "Blue Would Still Be Blue": solo op een klein synthesizertje. Het heeft als afsluiter tien keer meer impact dan tussen het geweld op plaat.

Er is lef voor nodig om voor een publiek dat nog steeds grotendeels veroverd moet worden uit te pakken met een set die gedomineerd wordt door nieuw werk. Guillemots kwamen er mee weg, en bewezen en passant even dat we nog mooie dingen mogen verwachten, want het nieuwe werk overvleugelde niet zelden de debuutplaat. "Hulde!", zegt men dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + achttien =