Half Nelson




106 min. /
USA / 2006

Toen Laurence Olivier ooit gevraagd werd waarom hij een
zoveelste versie van ‘Hamlet’ had gemaakt, in 1948, antwoordde hij:
‘Omdat ik die rol verdomd goed speel.’ Zo gaat dat dan – meestal
staat de acteerprestatie ten dienste van een film, soms staat de
film ten dienste van de acteur. In ‘Half Nelson’ is iets
gelijkaardigs aan de gang. Ryan Gosling, nochtans niet echt een
acteur van wie ik hoge verwachtingen had, geeft hier een tour
de force
prestatie in een prent die grotendeels afhangt van
zijn vertolking om te blijven boeien. Waarom werd de film ooit
gemaakt? Omdat hij die rol verdomd goed speelt.

Daniel Dunne (Gosling) is een leraar geschiedenis in een arme,
zwarte buurt in Brooklyn. Elke dag probeert hij een stel twaalf- en
dertienjarigen iets bij te brengen over de mensenrechtenbeweging
van de jaren zestig, en vooral over de essentie van wat
geschiedenis eigenlijk is: de dialectiek tussen conflicterende
krachten. Goed en fout, zwart en wit, rijk en arm die clashen en op
die manier de wereld veranderen. Ondanks het feit dat zijn
theorieën de petjes van zijn leerlingen vaak meters te boven gaan,
lijkt hij hun respect en vriendschap moeiteloos te verdienen.
Vooral van Drey (Shareeka Epps), een meisje van 13 wiens broer in
de bak zit wegens drugshandel. Op een dag betrapt Drey haar leraar
terwijl hij in de wc crack zit te roken – blijkt dat Daniel al een
hele tijd worstelt met een drugverslaving die steeds meer van hem
gaat eisen. Om de één of andere reden – misschien door de manier
waarop ze thuis zelf met drugs wordt geconfronteerd – lijkt Drey
medelijden met haar leerkracht te voelen. Er ontwikkelt zich een
voorzichtige, maar tedere vriendschap tussen de twee, die echter
niet kan vermijden dat Daniel zichzelf steeds verder de vernieling
in helpt.

En dat is wat ‘Half Nelson’ is: het is het verhaal van een man
die methodisch, stap voor stap, aan zijn eigen ondergang werkt. Het
siert regisseur Ryan Fleck en zijn co-scenariste Anna Boden dat ze
geen simplistische oorzaken aanreiken voor Daniels druggebruik.
Vroeg in de film ontdekken we dat hij een tijdje geleden met zijn
vriendin heeft gebroken, en aanvankelijk lijkt dat de
Hollywoodiaanse, allesverklarende motivatie, maar niets is minder
waar. Zowel hij als zijn ex zaten immers al aan de dope toen ze nog
samen waren. Ze gingen allebei in rehab, voor haar werkte
dat, voor hem niet. Daniel komt uit een welgesteld, liberaal en
duidelijk liefdevol nest, waarin aan tafel wordt gesproken over
politiek, over het belang van burgerlijk protest tegen onrecht en
ga zo maar door. Niet direct een plek waar de dealers van deze
wereld zich thuis zouden voelen. Er is geen enkele reden waarom
Daniel zich zo zou laten gaan, tenzij misschien een soort van
algemene onvrede met de wereld. Tijdens één scène zien we hoe de
leraar, zo stoned als een huis, begint te raaskallen over de oorlog
in Irak: “En nog stééds zijn er mensen die geloven dat er
massavernietigingswapens zijn en dat Irak banden heeft met Al
Qaida. Maar ik ben maar één man, wat kan ik doen?” Het dichtste
tegen een verklaring of motivatie dat we komen, is gewoon het
gevoel van machteloosheid dat een gevoelig, intelligent man heeft
wanneer hij geconfronteerd wordt met al wat er mis is in de wereld.
Zelfmedelijdend gezeur? Misschien, maar met een paar borrels en wat
crack in je lijf klinkt het ongetwijfeld allemaal erg diepzinnig en
deprimerend.

De titel is belangrijk in dat opzicht: een “half nelson” is een
worstelgreep waarbij één arm wordt klemgezet. Je kunt eruit
ontsnappen, maar dat lukt maar zelden. Op dezelfde manier zitten de
personages hier vast in hun leven, hun depressies, hun
verslavingen. Misschien dat de vriendschap tussen Daniel en Drey
kan helpen om eruit te ontsnappen, maar dat is lang niet zeker.
Ryan Fleck bouwt die relatie tussen zijn twee hoofdpersonages erg
subtiel op – geen violen op de soundtrack, geen diepe monologen,
geen voor de hand liggende symboliek, niks van dat alles. Het hele
arsenaal aan clichés waar de gemiddelde Hollywood
tearjerker zich van bedient, wordt ditmaal thuisgelaten.
Wat we wel krijgen, is een opeenvolging van kleine momentjes waarin
je kunt zien hoe de twee protagonisten, kind en volwassene, leraar
en leerling, naar elkaar toegroeien. Ze praten zelden over Daniels
verslaving, maar het voorval in de wc speelt wel mee op de
achtergrond van alles wat ze zeggen en doen. Drey dient met haar
dertien jaar als volwassene in die relatie, die slim genoeg is om
geen genoegen te nemen met Daniels leugens. “Je weet één ding van
me,’ zegt Daniel tegen haar, “maar één ding maakt nog geen man.”
Drey bekijkt hem en zegt enkel: “O nee?” Ze weet wel beter. Dit éne
ding wel.

De acteerprestaties zijn cruciaal om dat verhaal te doen werken,
en de regisseur heeft hier twee keer prijs: Ryan Gosling zet
zichzelf op de kaart met een underplayed, volstrekt
geloofwaardige vertolking als crackhead. Hij tuurt
mistroostig naar de buitenwereld, zijn ogen roodomrand, alsof hij
van iedereen die hij ontmoet automatisch een verontschuldiging
vraagt: sorry dat ik de knoeier ben die ik ben, maar kun je me toch
niet sympathiek vinden? Tegenover hem staat Shareeka Epps als Drey,
een meisje dat zonder iets te zeggen toch erg veel informatie weet
over te brengen met haar ogen, haar lichaamstaal. Ze doét niet echt
veel, maar dat hoeft ook niet.

‘Half Nelson’ is dus zeker een interessante film met een
boeiende thematiek en goeie acteurs, maar eens de regisseur zijn
premisse heeft geïntroduceerd, blijft hij lange tijd ter plaatse
trappelen. Daniel geeft les. Hij gaat naar huis. Neemt drugs. Drey
weet ervan. Gaat naar huis. Ontmoet de dealer voor wie haar broer
werkte. De avond valt en droevige muziek speelt. En zo gaat dat
door, voor het grootste deel van de film. Natuurlijk is ‘Half
Nelson’ geen plotgedreven film als dusdanig, maar wat je wel moet
vermijden, ook al maak je dan een arthouse film, is dat je
in herhaling valt. Ryan Fleck gaat voor subtiliteit, en dat is
bewonderenswaardig. Maar aan de oppervlakte van je film moet je wel
iéts geven om de aandacht van je publiek continu vast te houden. Ik
betwijfel of je echt iets zou missen als ‘Half Nelson’ twintig
minuten korter was geweest.

Bovendien is de blik die op het onderwijssysteem wordt geboden,
niet bijster geloofwaardig. Daniel heeft schijnbaar maar één klas
waar hij les aan geeft, heeft voor het overige nooit verbeterwerk
en slaagt erin om de hele tijd te staan doceren over een
filosofische beschouwing van de geschiedenis zonder een rebellie te
krijgen onder zijn twaalfjarige leerlingen. Sterker nog, hij wordt
er populair door. Iedereen die ooit voor een klas vol pubers heeft
gestaan, weet dat je zoiets alleen in de film kunt flikken.

Heel veel goeie bedoelingen, subtiel opgebouwde centrale
personages en uitstekende acteurs betekenen al heel wat. Ze zijn
niet voldoende om ‘Half Nelson’ over de eindmeet te slepen, maar ik
heb in ieder geval zelden een interessantere (halve) mislukking
gezien dan deze. Daar snuiven we een lijntje op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 20 =