Hannibal Rising




117 min. / F-UK-USA
/ 2007

‘The Silence of
the Lambs’
zal wellicht altijd in mijn geheugen gegrift blijven
als één van de eerste films die me duidelijk maakten hoe een
verhaal zijn genre kan overstijgen. Het was een thriller,
uiteraard, maar instinctief voelde ik aan dat het ook méér was dan
dat. Naarmate ik de film keer op keer opnieuw zag (momenteel zit ik
ongeveer aan twintig, denk ik, maar who’s counting?)
leerde ik dat te rationaliseren en over de film te denken in termen
van de referenties naar sprookjes, het exposé over machtrelaties
tussen mannen en vrouwen en het knappe gebruik van metaforen (de
vlinders!). Dat is dan mijn pretentieuze innerlijke film
geek
die spreekt. Maar in principe vind ik het nog steeds
gewoon een razend spannende, meeslepende prent. Wat zo’n
meesterwerk dus absoluut niét nodig had, was een vervolg, maar tot
nu toe viel het altijd nogal mee. ‘Hannibal’ gooide het
over een heel andere boeg en bood een redelijk vermakelijk
grand guignol spektakel, ‘Red Dragon’ was dan weer
een meer dan degelijke policier. Het is pas nu, met de prequel
‘Hannibal Rising’, dat de franchise finaal door de mand
valt. Regisseur Peter Webber (nochtans de maker van het mooie
‘Girl With A Pearl
Earring’
) heeft hier een bespottelijk, vaak doodvervelend en
soms volstrekt gratuit bloederig schlockfestijn van
gemaakt dat eerder lachkrampen dan angstrillingen veroorzaakt.

Ergens in het boek ‘The Silence of the Lambs’ (ik weet niet meer
zeker of het ook in de film zit), zegt Hannibal Lecter tegen
Clarice Starling: “Nothing happened to me, Officer
Starling,
I happened. You can’t reduce me to a set of
influences.”
Dat was het centrale mysterie van dat personage:
hij was briljant en volstrekt kwaadaardig, zonder dat iemand wist
waarom. Hij viel niet psychologisch te verklaren, en dat maakte hem
juist zo angstaanjagend. Schrijver Thomas Harris, die in dit geval
ook voor het filmscenario verantwoordelijk was en dus meer dan wie
ook de schuld dient te krijgen van dit débâcle, keert nu echter op
z’n woorden terug en doet precies dat: hij reduceert Hannibal tot
een stel invloeden. En dan zijn het nog niet eens interessante
invloeden.

Het verhaal begint in 1944, in Roemenië. Wanneer hun ouders
sterven bij een luchtaanval, blijven de achtjarige Hannibal Lecter
en zijn kleine zusje Mischa alleen achter in het ouderlijk huis (de
toon van de film wordt meteen gezet wanneer de piepjonge Hannibal
toekijkt hoe de lijken van zijn vader en moeder worden aangevreten
door wolven, yummie!). Kort daarna valt een groepje
Roemeense SS-soldaten het huis binnen, blikken van pure waanzin in
hun ogen, grijnzend en kwijlend teneinde het publiek subtiel
duidelijk te maken dat ze geen sympathieke kerels zijn. Het is
winter, het vriest de stenen uit de grond en er is nergens eten te
vinden. In één van de meest smakeloze plotwendingen uit de recente
filmgeschiedenis besluiten de soldaten om de kleine Mischa op te
eten.

De kleine Hannibal komt daar, om het zachtjes uit te drukken,
tamelijk getraumatiseerd uit. Jaren later trekt hij in bij zijn
tante in Frankrijk (gespeeld door Gong Li) en gaat hij op zoek naar
de soldaten van toen om wraak te nemen.

Het hele concept van de film zit op zichzelf al fout: je moet
niet gaan proberen om Hannibal uit te leggen, want daarmee ontneem
je dat personage per definitie z’n mystiek en z’n kracht. Ik kon me
niet van de indruk ontdoen dat Thomas Harris zoveel mailtjes had
gekregen met de vraag “waarom Hannibal nu is zoals hij is” dat hij
uiteindelijk uit pure frustratie maar een verklaring heeft
verzonnen. Nog veel erger is het feit dat het scenario waarmee hij
dan op de proppen komt simplistisch, voorspelbaar en smakeloos is.
Waarom is Hannibal een kannibaal geworden? Omdat zijn eigen zusje
werd opgegeten, de sukkel. Da’s ongeveer even gemakzuchtig en
onovertuigend als het cliché dat de zoon van een alcoholicus zelf
aan de drank gaat, of dat mishandelde kinderen later zelf hun eigen
kroost aframmelen. Het is psychologie voor dummies. De Hannibal
Lecter van ‘The
Silence of the Lambs’
zou gierend van het lachen zijn reet
vegen aan deze pathetische poging tot analyse van zijn
karakter.

Als thriller op z’n eigen voorwaarden werkt ‘Hannibal Rising’
ook niet al te best. Peter Webber weet van geen kanten hoe hij
spanning moet opbouwen, wat tot gevolg heeft dat zowat elke scène
waar geen bloed in wordt vergoten, verzandt in een tergende
langdradigheid. We zien Hannibal en zijn tante naar elkaar
toegroeien, we zien hoe hij nachtmerries heeft over de dood van
Mischa, we zien hoe hij steeds meer interesse ontwikkelt voor de
medische wetenschap en ga zo maar door, maar niets van dat alles is
ooit erg boeiend. Eén verklaring daarvoor is natuurlijk dat we al
weten wat voor persoon Hannibal Lecter zal worden – we zien hier
een evolutie plaatsvinden waarvan de uitkomst op voorhand vastligt.
Een andere, en belangrijkere reden, is gewoon dat Webber en Harris
maar zeer weinig materiaal in deze scènes steken dat de plot
vooruit helpt. Het eigenlijke verhaal over de wraak van Hannibal
zit in feite gebundeld in de geweldscènes zelf. Alles daartussen is
slechts opvulling, dat bitter weinig bijdraagt aan de verhaallijn
als dusdanig. ‘Hannibal Rising’ is, simpel uitgedrukt, een
strontvervelende prent die regelmatig doorprikt wordt met scènes
van dégoutant geweld.

Wat dat geweld betreft, gaat Harris rustig verder op het élan
dat hij aan het einde van ‘Hannibal’ introduceerde: niet alleen
worden er kleine meisjes opgegeten, maar er rollen ook hoofden dat
het een aard heeft, er wordt een saté van menselijke wangen gemaakt
en één iemand wordt zelfs gewoon levend opgevreten. Harris gaat
ditmaal zodanig ver in z’n gortigheden, dat het ronduit lachwekkend
wordt. Met spanning of suspense heeft dit allemaal niks te maken
(zelfs met een vergrootglas en de beste wil ter wereld valt er geen
spannende scène terug te vinden), maar het is wél wansmakelijk en
totaal over de top.

Blijven daar nog de acteurs, die erin slagen om elk laatste
restje geloofwaardigheid uit hun rollen te schmieren. Gong Li heeft
dan wel het soort benen waarvoor elke zichzelf respecterende man op
z’n knieën valt om de hemel te bedanken, maar de Engelse taal is
haar voorlopig totaal vreemd. Je ziet dat ze haar teksten fonetisch
van buiten heeft geleerd en de helft van de tijd niet eens weet wat
ze zegt. Het is helaas tekenend dat ze met al dat nog beter staat
te acteren dan Gaspard Ulliel, die nog moeizamer met z’n Engels
worstelt dan zij. Ulliel perst met zichtbare moeite elk woord uit
z’n bek en, in een poging om toch verstaanbaar te zijn, besluit hij
dan maar zo traag… mogelijk… te… spreken. ‘Hannibal Rising’
duurt twee uur, maar zou wellicht op 90 minuten hebben afgeklokt
als Ulliel op een normaal tempo had gesproken. Dankzij een
littekentje boven zijn mondhoek, dat hem een permanente grijns
lijkt te geven, had de man trouwens verdomd veel weg van The Joker.
Wat niet het soort associatie is waar je bij Hannibal op zit te
wachten.

‘Hannibal Rising’ is een gênant slechte vertoning, die allicht
maar weinig omwegen zal maken in z’n rit naar de onderste plank van
de videotheek. Moge hij daar in vrede roesten, terwijl ik op m’n
gemakje voor de eenentwintigste keer naar ‘The Silence of the
Lambs’
kijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 9 =