Gone with the Wind




223

Eigenlijk kunnen romantische films me maar zelden
boeien. De meeste lijken te bestaan uit een soort van
prefab-plots, waarbij de (aantrekkelijke) held en heldin
elkaar in het begin ontmoeten en na allerlei omzwervingen en
problemen elkaar in de armen vallen. De problemen maken geen
indruk, omdat iedereen toch wel weet dat het goed af zal lopen, en
meestal lopen er dan wel een sympathieke held en heldin in rond,
maar worden de personages niet verder uitgediept en veranderen ze
ook helemaal niet. Hoeveel je er ook ziet, elke film met Hugh Grant
of Richard Gere vertelt hetzelfde verhaal. Tot zover de filmische
variant op de Bouquet-reeks.

Gelukkig bestaan er ook romantische films die zich niet aan deze
conventies houden en wél echt iets te vertellen hebben. 1939 wordt
niet alleen herinnerd als het jaar dat de Tweede Wereldoorlog
uitbrak, maar ook als één van de gouden jaren van Hollywood:
‘Mister Smith Goes To Washington’, ‘Wuthering Heights’, ‘The Wizard of Oz’ en
natuurlijk deze ‘Gone with the Wind’, die de romantische film voor
de volgende zestig jaar zou definiëren.

Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de
Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), waarin dertien Zuidelijke
staten zich van de VS afscheidden, omdat ze hun slaven wlden
behouden. Het agrarische Zuiden, met een op slaven gebaseerde
economie, ging in vier jaar ten onder tegen het industriële
Noorden. (Tot zover de geschiedenisles.)

De hoofdpersoon is Scarlett (Vivien Leigh), een verrukkelijke
plantersdochter met aan iedere vinger vijf mannen, waaronder de
charmante vrijbuiter Rhett (superster Clark Gable). Haar interesse
gaat echter uit naar de enige man die ze niet kan krijgen: haar
jeugdliefde Ashley (Leslie Howard). Nadat Scarletts eerste
echtgenoot, van wie ze niet echt houdt, sneuvelt in de oorlog, en
ze maar net door Rhett gered kan worden uit het belegerde Atlanta,
vindt ze haar familie geruïneerd. Scarlett zweert vervolgens dat
ze, koste wat kost, nooit meer armoede zal lijden, en trouwt dan
ook uiteindelijk met de schatrijke Rhett, schenkt hem een dochter,
maar blijft verlangen naar Ashley. (Dat is ruwweg drie uur film
samengevat in één zin, doe me dat maar eens na.) Rhetts jaloezie
hierover en Scarletts zakelijkheid trekken een wissel op het
huwelijk. Zal Scarlett erin slagen gelukkig te worden met Rhett,
die oprecht van haar lijkt te houden?

Ondanks z’n status als ultiem romantisch drama is ‘Gone with the
Wind’ geen standaard liefdesverhaaltje; het gaat hier over een
sterke vrouw die haar halve leven lang achter een zwakke man
aanloopt, zodat ze nooit de kans krijgt om gelukkig te worden met
de man die duidelijk wél voor haar bestemd is. Of: hoe de liefde
ervoor kan zorgen dat mensen zichzelf hun leven lang blijven
tegenwerken. Beide hoofdpersonen zijn mensen van vlees en bloed,
met goede en slechte eigenschappen. In welke film met Richard Gere
verkracht de dronken held de heldin, om de volgende ochtend
schaapachtig zijn excuses aan te bieden? Geen brave Hendriken dus,
maar omdat je hun drijfveren begrijpt wél des te sympathieker.

Ten tweede zijn de acteerprestaties uitstekend; zelfs tussen een
prima cast vallen de hoofdrollen op. Gable speelt Rhett met een
schurkachtige charme, vol zelfvertrouwen dat hij Scarlett
uiteindelijk zal veroveren, maar ook jaloers en in staat om
plotseling agressief te worden. De typische acteerstijl van de
jaren veertig, ietwat houterig naar hedendaagse standaards, is ook
hier terug te vinden, maar wie zich daar overheen kan zetten, ziet
wel degelijk een interessant en effectief tot leven gebracht
personage. Helaas voor Gable leverde het hem wel een Oscarnominatie
op, maar geen beeldje. Zijn tegenspeelster Vivian Leigh mocht er
wel een ophalen; ze slaagt erin Scarlett onschuldig te laten
overkomen, maar ook een zakelijker, machiavellistische kant mee te
geven. Net als bij Gable komen beide kanten van haar
persoonlijkheid geloofwaardig over.

Ook zien de decors er prachtig uit; kijk maar eens naar het
landschap met de regenboog, de mars van generaal Sherman’s legers
naar zee en vooral het brandende Atlanta. Kosten noch moeite werden
gespaard om de megalomanie van producer David O. Selznick te
bevredigen, maar het resultaat mag er dan ook zijn.

Eén van de weinige minpunten is dat de constante
achtergrondmuziek na een tijdje op je zenuwen gaat werken.
Opvallend genoeg is één van de gebruikte muziekjes een Pruisische
mars van Piefke, die onder andere werd gebruikt bij Naziparades
(zie bijvoorbeeld ‘Triumph des Willens’ of ‘Indiana Jones and the Last
Crusade’
). Ook blijf ik moeite hebben met het politieke
standpunt van de film; de Zuiderlingen lijken alleen te bestaan uit
rijke, beschaafde mensen en de noorderlingen zijn de slechteriken
(met als hoogtepunt een grijnzende verkrachter die door Scarlett
wordt afgeknald). Armere blanken worden slechts aangeduid als
poor white trash‘, zelfs door zwarten (wat kennelijk niet
tot een lynchpartij leidt!). Opvallend genoeg leidt de afschaffing
van de slavernij na 1865 niet tot merkbare veranderingen in de
relaties tussen blank en zwart; de Ku Klux Klan zul je hier
vergeefs zoeken. (Die club zat wél in de roman van Margaret
Mitchell, maar om beschuldigingen van openlijk racisme te
vermijden, werd ze door de producenten van de film stilletjes
verwijderd.) De raciale relaties zijn kennelijk zelfs behoorlijk
los; zo mogen zwarte huishoudsters blijkbaar ook hun eigenaar
tegenspreken. Hoewel het klopt dat er zwarte bedienden met
dergelijke posities waren, en het natuurlijk geen historische
reconstructie is maar een gedramatiseerde versie ervan, laat het
romantiseren van een periode met rassenscheiding een wrange nasmaak
achter. Saillant detail in deze is dat Hattie McDaniel, de bediende
van Scarlett en de eerste zwarte Oscarwinnares, niet aanwezig mocht
zijn bij de première in Atlanta vanwege de in Georgia geldende
rassenwetten.

Is Gone with the Wind, alle voors en tegens in
aanmerking genomen, het anno 2007 nog waard om bekeken te worden?
Jazeker. Het is, door het aangrijpende verhaal, nog altijd een
klassieke date movie. Met z’n bijna vier uur speelduur is
er tijd genoeg voor een kus of een omhelzing, en zelfs al dommel je
als man halverwege even weg, who cares, als de dame naast
je het maar prachtig vindt, right?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + negentien =