Greg Haines :: Slumber Tides

Sommigen onder ons hebben meteen een stapje voor op de
concurrentie, of dit nu terecht is of niet. In de muziekwereld (en
in haar meest obscure uithoekjes) geldt hetzelfde principe.
Bepaalde losse feitjes over een artiest palmen al snel de
verbeelding van het lezerspubliek in.
Over Greg Haines valt er op het eerste gezicht weinig bijzonders te
melden. Hij woont en werkt in de buurt van het Engelse Surrey en
maakt zowel ambient als sfeervolle, instrumentale popmuziek. Wat
Greg Haines echter meeheeft, is zijn leeftijd. Net als bij Zack
Condon en zijn Beirut hebben we hier
te maken met een talentvolle jongeling van slechts achttien, en dan
verdien je nu eenmaal wat meer aandacht dan de anderen, al was het
maar voor even.

Haines’ eerste release bevindt zich weldegelijk onder de noemer
‘ambient,’ aangezien de elektronische popexperimenten onder een
andere naam opgenomen worden. We vinden hier dus vijf tracks terug
die vaak een evenwicht lijken te zoeken tussen minimalisme en
dramatische bombast. Wie wat vertrouwd is met het Noorse Deaf
Center, zal hier vast wel wat bekende elementen terugvinden (deze
plaat komt overigens uit op Erik Skodvins Miasmah-label), al is er
bij ‘Slumber Tides’ nooit echt gewerkt met dynamiek en een breder
instrumentarium, hetgeen we bij Deaf Center soms terugvinden.

De cello speelt op dit album vaak een centrale rol. Zo ook bij
openingstrack ‘Snow Airport,’ waar één cellosample een constant
gegeven is. Deze sample wordt meerdere keren omgedraaid en op
zichzelf losgelaten, tot je een vrij vol klankenpalet krijgt,
ondersteund door een ingetogen gitaar (die dan nog eens achteraan
in de mix is terechtgekomen) en sporadische synthesizers. Met een
minimum aan middelen weet Haines hier een prachtige compositie neer
te zetten.

Daarna stapelen de langere composities zich op. We beginnen met
‘Submergence,’ waarbij de synthesizers het toneel bezetten. De stem
van Kristin Giaver duikt hier ook voor het eerst op (zij werkte
eerder al samen met Erik Skodvin). Na de inleidende zangpartij
wordt de basis voor een kabbelende maar gespannen melodie gelegd
door de strijkers, waarop de synthesizers dan gewillig inpikken.
Ondertussen worden de violen verbannen naar een folterkamer, waar
ze door centimetersdikke ruis heen hun pijnscheuten hoorbaar maken
(de omgekantelde vioolsamples doen ook hier hun intrede). Nadat de
storm geweken is, duikt Giaver opnieuw op. Gecombineerd met de
onvaste synthesizers zorgt dit voor een spookachtig slot.

‘Tired Diary (Revised)’ opent dan weer met een golf van chaotische
klokkenspellen en metalofonen, gevolgd door een basis die Haines
met zijn cello neerlegt (met twee noten nog wel). De formule die
hier toegepast wordt is niet nieuw, maar sterk uitgevoerd, met vele
lagen strijkers en indrukwekkende stiltes. Na een vijftal minuten
wordt de focus verlegd naar de synthesizers. In zekere zin betekent
dit ook de bevrijding van de strijkers, en er wordt dan ook vol
gusto geïmproviseerd boven dit onbeweeglijke fundament. De
fonkelende klanken van klokkenspellen keren ook even terug. Dit
alles vormt een vrij intrigerende compositie, en het eindigt in
zekere zin al even verward als het begon.

‘Arups Gate’ valt meteen op doordat Haines lange tijd de hoofdrol
aan de metalofoon toeschrijft. Dit is op zijn minst opmerkelijk te
noemen, al verdrinken deze slaginstrumenten na een vijftal minuten
in een elektronische draaikolk. Het maakt deze compositie er des te
interessanter op. Ook valt hier op hoe vol het nummer klinkt. Waar
we eerder vooral konden letten op de opzettelijke leegte, is hier
amper ademruimte te bespeuren.

De ingetogen afsluiter ‘Caesura’ had net zo goed op ‘The Tired
Sounds of Stars of the Lid’ kunnen staan, en geeft, ondanks de
lichte variatie, nooit de indruk echt uit zijn eigen capsule te
willen breken. De song vat in zekere zin de essentie van deze plaat
samen: de composities zijn zeker en vast berekend, maar er is heel
wat plaats voor improvisatie en innovatie. Het is niet alleen een
plaat die men volgens de clichébeelden niet van een Britse knaap
van 18 zou verwachten, maar het is net zo goed een
meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =