David Karsten Daniels :: Sharp Teeth

Het is al lang geen geheim meer dat veel klassemuzikanten, soms
zelfs letterlijk, in de obscuriteit leven. Dat een verhuis naar een
label met een grotere naambekendheid wonderen kan doen, weten we
ook al langer. Daarom ook zullen we de dag van vandaag meer weten
over een artiest als David Karsten Daniels dan over andere
liedjesschrijvers die soms na meerdere decennia pas echt ontdekt
worden. Die eindeloze queeste naar meer goeie muziek van soms zeer
duistere individuen vraagt veel tijd, maar gelukkig maken sterker
belichte labels als FatCat het ons iets makkelijker.

Tot vorig jaar was David Karsten Daniels vooral een muzikale
zwerver. Zoals velen probeerde hij een klassieke opleiding te
verzoenen met het moderne, ondergrondse muziekwezen. Na een paar
lo-fi experimenten en het vormen van een artiestencollectief, is er
nu dus zijn vierde album, al zal het voor velen onder u slechts een
eerste kennismaking zijn.

‘Sharp Teeth’ is een plaat die veelvuldig verwijst naar Daniels’
thuisbasis, North Carolina, en het zuidelijke deel van de States in
het algemeen. Hierbij komen enkele verschillende aspecten aan bod.
Zo vinden we bijvoorbeeld referenties naar spiritualiteit en soms
ook naar blinde religiositeit. Het spirituele wordt muzikaal vooral
geuit door een soort geïmproviseerd koor waar Daniels te pas en te
onpas gebruik van maakt. Hét toonbeeld hiervan is ongetwijfeld
opener ‘The Dream before the Ring That Woke Me.’ Hier zwelt het
gezang steeds verder aan, inclusief meerstemmigheid, tot alles
vervaagt en enkel de strijkers overblijven.

Daniels heeft voor dit album heel wat hulp gekregen van
gelijkgestemde artiesten, waardoor hij een uit de kluiten gewassen
band van een twintigtal mensen achter zich heeft geschaard (wat ons
meteen doet denken aan het meest recente album van onze goede
vriend Danielson). Bij dit collectief horen heel wat gitaren,
blaas- en slaginstrumenten, die vaak als een soort contrast worden
ingeschakeld na een van Daniels’ zangpartijen. Bij een nummer als
‘Beast’ vinden we dezelfde formule terug: een ingetogen monoloog
die uitmondt in een free-for-all met meerstemmig gezang
(‘You’re gonna have to look the beast in the face’),
uitbundige gitaren (men vergeeft het u vast als u even aan
Explosions in the Sky denkt), synthesizers en slagwerk.

Zo komen we op indirecte wijze ook bij het thema religie terecht.
‘Jesus and the Devil’ combineert lyrisch simplisme met een
zwaarwichtige achtergrond. Wij speculeren dat dit nummer, met
teksten als ‘I saw Jesus and the devil / they looked just the
same’
een polemiek vormt tegen het christian
dominionism
in de VS. Het mag zeer simpel lijken, en dat is
het in zekere zin ook, maar als we Admiral Freebee op
dergelijke dingen niet afstraffen, hoeven we dat hier heus ook niet
te doen. Vooral omdat de jazzy tussenkomsten van het
koperblazerskorps fel te smaken zijn .
‘American Pastime’ is het snelste nummer op deze plaat, maar dat
zegt eigenlijk niet veel (het tempo ligt op ‘Sharp Teeth’ ongeveer
even laag als in een erbarmelijke b-film). Het is wel de song die
het dichtst aanleunt bij het concept ‘popmuziek,’ met een strak
ritme en een hoekige structuur. ‘Scripts’ is dan weer de trage,
emotionele tegenhanger, met een sterke vocale performance (denk:
Jeff Mangum) en een Waitsiaanse
tussenkomst van de blaasinstrumenten met pianobegeleiding.

David Karsten Daniels’ nieuwe plaat zal niet onmiddellijk in het
oog springen, vooral bij mensen die na Sufjan Stevens en Devendra
Banhart al verzadigd zijn. Wie ‘Sharp Teeth’ echter wat tijd geeft,
zal merken dat hier een zeer eerlijk en vaak origineel artiest aan
het werk is. Ook als we alle polemische zwaarwichtigheden wegnemen,
blijft er nog heel wat over om af te kluiven. Vooral daaraan is de
klasse van Karsten Daniels te herkennen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + zeven =