The Decemberists :: The Crane Wife

Het kan niet simpel zijn, het vervolg op een superplaat als
Picaresque moeten schrijven en constateren dat je
nieuwe materiaal het voorafgaande nergens overstijgt, en slechts
hier en daar benadert. Je bent groter geworden, zeg je dan.
Volwassener zelfs. Omdat je het moét zeggen. Gelukkig moeten wij
niets en mogen wij zeggen waar het op staat: The Decemberists, ook
vandaag nog een van de betere Amerikaanse indiebands, kan na
‘Picaresque’ en de twee voorafgaande albums niet aan de torenhoge
verwachtingen voldoen en gaat met ‘The Crane Wife’ een sport op de
ladder naar beneden. Gelukkig is een beetje lager dan hoog nog
steeds hoog en is ‘The Crane Wife’ een zeer degelijke vierde
langspeler van deze jongens uit Portland.

‘The Crane Wife’. Het kraanwijf. Het is de naam van een Japans
sprookje waarin een man een gewonde kraanvogel verzorgt, het beest
een vrouw wordt en later ook zijn vrouw wordt, zij geld in het
laatje brengt door zijde te verkopen en hij haar begint uit te
buiten om zo veel mogelijk te binnen te halen. Het sprookje eindigt
wanneer de vogel is gaan vliegen. En dat net wanneer The
Decemberists naar een major zijn overgestapt, iets wat in de
alternatieve muziekwereld nagenoeg nooit onbesproken voorbijgaat.
Als dat hen maar niet zuur opbreekt.

The Decemberists, een vijftal rond Colin Meloy, brengt indie
folkrock, die wel eens vergeleken wordt met de muziek van klinkende
namen als Belle & Sebastian en Neutral Milk Hotel. Het langste
nummer op de plaat, ‘The Island’, is meteen ook het beste. Deze
trip van bijna dertien minuten is opgedeeld in drie delen, die elk
mooi hun titel hebben meegekregen. Het eerste heet ‘Come And See’
en trapt af met een behoorlijk uitgesponnen instrumentaal gedeelte.
De toon verandert wanneer Meloy begint te zingen over een eiland
dat je moet gezien hebben. Bij elke opeenvolgende strofe gaat het
er wat heviger aan toe door instrumenten die komen helpen of het
tempo dat de hoogte in gaat. Strofe vier neemt de vorm van strofe
twee aan, terwijl strofe vijf een herhaling vormt van de climax die
strofe drie was. ‘Come and See’ is nog niet volledig gedaan of ‘The
Landlord’s Daughter’, het sterke, tweede deel van deze tripartite
begint al. The Decemberists brengen een pittig folkdeuntje waarbij
Meloy het beste van de zanger in hem laat bovenkomen. Een
psychedelische uitbarsting gaat over in ‘You’ll Not Feel the
Drowning’, het melancholische derde deel. Met teksten als
Forget you once had sweethearts / They’ve forgotten you /
Think you not on parents / They’ve forgotten too
” vormt de
desolaatheid en aanvaarding van het einde een donker contrast met
wat voorafging. Ja, dit nummer heeft erg veel in zich. Niet zo
verwonderlijk als je drie van stijl verschillende songs
samensmeedt.

Waar ‘The Crane Wife’ wat moet inboeten op vlak van intrinsieke
creativiteit, gaan The Decemberists wel vooruit wat stilistische
variatie betreft. Zo heeft ‘The Perfect Crime 2’ een geluid dat je
zo aan Dire Straits zou toeschrijven. Folkrock heeft plaatsgemaakt
voor bluesrock. Vooral de tweede helft van het nummer is
instrumentaal interessant en maakt het een van de leukste songs op
deze plaat. ‘Shankill Butchers’ is een wondermooie ballade over een
moorddadige bende waarvoor je best de ramen sluit. De nasale stem
van Meloy gaat tijdens het refrein door merg en been. Met
‘Summersong’ laten The Decemberists een staaltje van hun betere
folkrock horen. Het is een zomers vrolijk nummer met een scherp
randje.

Een duet is steeds interessant, vooral wanneer de stemmen van een
man en een vrouw op zoek gaan naar een symbiose. Voor ‘Yankee
Bayonet (I Will Be Home Then)’ werd de lieftallige Laura Veirs
uitgenodigd om achter de microfoon te komen staan. Jammer genoeg
gaat het nummer nergens van gewoon goed naar bijzonder.
Het Japanse sprookje over de kraanvogel wordt op dit album vanuit
het standpunt van de man verteld in drie delen, waarvan de eerste
twee zijn samengegooid in één nummer. Dit tweede, lange nummer mist
de variatie van ‘The Island’ maar heeft beslist interessante
momenten. In ‘The Crane Wife 3’ is de vogelvrouw al vertrokken en
komt de man tot inkeer.

We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat ‘The Crane Wife’ een
stuk van het ingenieuze van ‘Picaresque’ is kwijtgeraakt. Toch is
het een sterke, gevarieerde release die niets van onze bewondering
voor The Decemberists wegneemt. Met dit vierde album bewijzen ze
alleen maar wat we al wisten: dat deze jongens ook vandaag nog
steengoed zijn en dat zal u geweten hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =