The Longcut :: A Call And Response

Bandjes wier sound een bonte do-re-mi van de laatste dertig jaar muziekgeschiedenis is, vallen de laatste jaren als duivenuitwerpselen uit de lucht. The Longcut is er eentje van, maar scheer dit trio zeker niet over dezelfde kam. Daarvoor is zijn muzikale collage immers veel te heerlijk episch, euforisch, opwindend en boeiend, of zelfs bochtig onvoorspelbaar.

Als de wortels van je band in Manchester liggen, is het niet moeilijk om onder een eregalerij van namen bedolven te worden — zoals die van gouwgenoot Joy Division bijvoorbeeld. The Longcut schurkt veeleer tegen postpunk, zelfs hier en daar postrock aan en springt in één nummer van Sonic Youth naar je reinste eighties of harmonieuze Doves-melodieën. Op het hedendaagse muzikale kruispunt dartelen ze rond tussen Bloc Party en The Music, The Killers en Arctic Monkeys. De trefzekerheid van dit album zal in niet geringe mate aan producer Johnny Dollar te danken zijn, die mee de krijtlijnen uitzette op onder andere Blue Lines van Massive Attack.

De stormram waarmee ze twee jaar geleden al vele trommelvliezen en belangrijke deuren openramden, heet "Transition": een adrenalinestoot op het feestje in uw (achter)buurt, een elektroshock op uw benen met die meppende drums, die snijdende gitaar die laag per laag opzwepend wordt opgebouwd. Met wat slechte wil kan de song bondig omschreven worden als de lang uitgesponnen intro van "I Bet You Look Good On The Dancefloor", maar dan met ballen die bij de vier Monkeys afgesneden lijken. "Transition" was twee jaar geleden een e.p., maar de titelsong duikt gelukkig nu ook op deze plaat op — en die alleen al sleurt A Call And Response uit het moeras der middelmatigheid.

Gelukkig is "Transition" geen witte raaf tussen onopvallende straatmussen. Opener "A Last Act Of Desperate Man" gooit al meteen de sterkste troeven van The Longcut breed waaierend op tafel: aanzwellende, emotionele gitaarpartijen en synthesizers in een jaren tachtig-pakje, een mooi pingelend tussenstukje dat een geniaal moment van The Magic Numbers had kunnen zijn om er dan een snuif postrock bovenop te gooien. En dat allemaal ongeforceerd. Het biedt vooral een garantie op nog drie kwartier dolle pret. "Gravity in Crisis" trekt die lijn gewoon door zonder dezelfde extase te bezorgen, maar geeft wat bijvoorbeeld een teleurstellend Amusement Parks On Fire had moeten en niet heeft kunnen brengen.

Na dat opwindende openingstrio neemt The Longcut onverwacht gas terug in een instrumentaaltje dat met "Holy Funk" meedingt naar de minst toepasselijke songtitel van het jaar. Die rustige lijn wordt aanvankelijk voortgezet door het mooie "A Tried And Tested Method", tot een stevige beat het nummer gijzelt maar de epische gitaar toch een vrijgeleide geeft. "A Quiet Life" valt dan plots binnen met een pompend, zwoegend ritme dat wordt geolied met gitaarlijnen uit de Depeche Mode- en U2-catalogus om uit te monden in een paar minuten Best Of van The Music. "The Kiss Off" begint dan weer als een zusje van het mooiste van Doves, maar eindigt als een kruisbestuiving tussen Mogwai en Sonic Youth. En zo is elk nummer op dit volwaardige debuut een dolle rit in een hindernissenparcours.

Een spijker op laag water is misschien wel de stem van drummer Stuart Ogilvie, maar ze is absoluut niet prominent aanwezig. Ogilvie bombarderen tot leadzanger was zelfs een noodingreep omdat de oorspronkelijke het namelijk al te snel was afgestapt. Maar het weze vooral duidelijk dat The Longcut ongemeen boeiende dingen weet te koken met ingrediënten die de meeste van hun geheimen al hebben prijsgegeven. A Call And Response is dan ook een muzikaal feestmaal zoals we er dit jaar te weinig hebben meegemaakt. Schuift u maar zo vlug mogelijk aan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 13 =