My Flea Circus :: Fancy Feast

Training van carnavalmuizen, destructieve vlooien en feeën in een
gehaktmolen. Een eerste aanblik op de Myspace-pagina van My Flea Circus geeft al een
voorsmaakje van hun waanzinnige universum. Op een bedrieglijk naïef
en onschuldig toontje bezingt Née Trauma een obscure doch
aantrekkelijke wereld vol zieke creaturen, bedorven verleidingen en
fantastische dreigingen. De meest excentrieke nachtmerries uit de
kinderjaren worden hier herbeleefd. Dit is wat zou gebeurd zijn
wanneer Alice haar wonderland in een LSD-trip verkend zou hebben.
Thematisch kan het werk verbonden worden met Marilyn Mansons
‘Smells Like Children’ (1995), maar My Flea Circus heeft meer
aandacht aan de muziek gespendeerd. Zelf noemen Trauma en bassist
Steve Jelliman Sonic Youth en Atari Teenage Riot als
invloeden, maar in feite kan deze debuutplaat nog het best binnen
de Riot Grrrl-traditie geplaatst worden.

‘Fancy Feast’ begint even als een Disney-singalong in de intro
‘Let’s Pretend We’re Spiders’, maar al snel ruimt deze vreugde
plaats voor een smerige gitaarriff, die voor de rest van de plaat
het decor voor Née Trauma vormt. Laatstgenoemde drijft meteen haar
duivels uit in ‘X Marks the Exorcist’, een dreigende rocktrack
waarop de drums als zweepslagen het ritme van de chaos aangeven. In
tegenstelling tot het leeuwendeel van de Riot Grrrls houdt Trauma
haar vocals meer in toom en barst ze tijdens de plaat nooit uit in
schreeuwpartijen. Deze ingehouden sfeer brengt een extra doemeffect
mee. Ondanks deze kleine afwijking van het patroon worden doorheen
de plaat meerdere elementen uit de muzikale crypten van de jaren
negentig van onder het stof gehaald. ‘p p c’ werkt met fijne
temposwitches tussen refrein en strofen om uit te monden in een
metaalachtig wasteland dat de herinnering oproept aan
Hole’s ongeraffineerde debuutplaat ‘Pretty on the Inside’ (1991).
Het tussendoortje ‘Weasel’ doet met het gefluister en gekraak en de
eigenaardige klankeffechten denken aan het vroege Marilyn
Manson-werk. Hier en daar komt ook de naam ‘My Ruin’ in het
achterhoofd schemeren. De duidelijkste referentie hiernaar is
‘Mister Mittens’, waarop het scanderen van Trauma doet denken aan
het rustige stemgebruik van Tairrie B. De kadans wordt aangegeven
door tribal drums, die samen met de sporadische kreuntjes
zorgen voor de meest opzwepende song op het album. De aanstekelijke
herhaling van de strofen met kleine instrumentale aanpassingen
maken dat dit nummer het best als visitekaartje zou kunnen
fungeren. De track loopt over in ‘Mrs. Louse’, het traagste nummer
op de plaat dat dankzij de gitzwarte sfeer, het slepende ritme en
de zagerige, monotone vocals zeer bezwerend weet te werken.

In de teksten van My Flea Circus moet niet naar een literaire schat
gezocht worden. De vaak repetitieve teksten zijn als mantra’s van
onderdrukte kinderzielen. Iedereen herinnert zich wel nog die
fobieën waarover in de jeugdjaren serieus wat afgedramd werd, maar
de klassieke monsters onder het bed hebben op ‘Fancy Feast’ de
duimen moeten leggen voor groteskere vijanden. Waar Hans en Grietje
de ovenstraf opgelegd kregen, worden de kleinerds in ‘Kid into
Machine’ in de wasmachine gegooid met een opdragen van de regels
gratis erbij. In de meer elektronische track ‘Mudmother’ eist de
moederfiguur in kwestie haar recht op om haar kind te laten lijden.
Ook de paternale status komt onder voor te liggen: “Daddy why
don’t you love me?”,
luidt de vraag in ‘F Mannequin’. Het
misnoegd tienervenijn doet er echter nog een schepje bovenop:
“Next time hit me harder so I can feel the love”. De plaat
wordt afgesloten met het simplistische aftelrijmpje ‘Fear of
Worms’, waarin de wormen triomferend van onder de grond naderen om
over de appels te komen paraderen.

Voor menigeen zal dit album algehele wansmaak vertegenwoordigen,
maar met een gevoel voor zwarte humor valt hier een culthit te
ontdekken. De simultane afkeer en verafgoding van autoriteit en
dominantie uit de jeugdjaren worden hier in een sappige
karikaturale vorm naar voren gebracht. Tien jaar geleden was dit
album binnen het undergroundcircuit allesbehalve origineel geweest,
maar in deze tijden waar vele groepen er meteen naar streven zo
serieus mogelijk genomen te worden, is het een fijne afwisseling om
nog eens zo een prettig gestoord werk te horen. Ondanks de
simplistische opbouw zijn de nummers toch ook muzikaal genietbaar
dankzij de ruwe industrial-toets. De sfeer van de songs wordt
doorgetrokken in de verhalen rond het ontstaan van de groep en de
promotie van de band via lappenpoppetjes. Indien dit concept nog
wat verder doorgetrokken wordt en een ruimer publiek kan bereiken,
zouden we hier wel eens met een hype in wording te maken kunnen
hebben. Ik zou er in elk geval niet rouwig om zijn.

http://www.myfleacircus.com/
http://myspace.com/myfleacircus

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 12 =